‘Elke week strijk ik veertien overhemden’

Spitsuur Huib van Santen (59) en Jaap Nawijn (66) leerden elkaar dertig jaar geleden kennen. Ze hadden elf jaar lang een lat-relatie, vanwege Jaaps functie als burgemeester. „Om voldoende tijd samen te hebben, zijn we expert geworden in ‘nee’ zeggen.”

Huib: „Sinds 1 september wonen we weer samen, na een lat-relatie van elf jaar.”

Jaap: „Voor mijn baan als burgemeester van de gemeente Hollands Kroon moest ik daar wonen, en was ik alleen in het weekeinde en één avond door de week in ons huis in Ouderkerk.”

Huib: „Het samenwonen is wel weer even wennen. Alleen wonen had ook voordelen: keihard de muziek aan tot één uur ’s nachts, eten wanneer ik wilde. Ik vermaakte me wel.”

Jaap: „Ja, het voordeel van latten is dat je wat meer vrijheid hebt. Maar alleen wonen vond ik wel stil. Als ik mensen wilde horen, zette ik de televisie aan. Maar ik heb me nooit zielig, alleen of triest gevoeld. Een enkele keer had ik wel een sneu gevoel als ik maandagmorgen weer met mijn koffertje naar Hollands Kroon afreisde.”

Huib: „Dan overlegden we: welke dassen neem jij mee?”

Jaap: „Het was eigenlijk voortdurend spitsuur bij ons. Huib heeft het ook druk met zijn bedrijven en bestuursfuncties. Om voldoende tijd samen te hebben, zijn we expert geworden in ‘nee’ zeggen.”

Huib: „Als Jaap in het weekend naar een opening of evenement moet, ben je toch een halve dag verder. Tijdens deze mooie zomer hebben we maar drie keer in ons bootje gevaren.”

Jaap: „Maar sinds 1 september ben ik officieel burgemeester af, al blijf ik tot 1 februari 2019 waarnemend burgemeester. Ik ben ook nog helemaal niet uitgewerkt. Werk is een beetje mijn leven. Ik heb aangegeven dat ik na Hollands Kroon nóg wel een keer ergens wil waarnemen.”

Huib: „Dan begint het latten dus misschien opnieuw.”

Jaap: „We hebben afgesproken dat we dat dan niet erg gaan vinden.”

Huib: „Maar nu eerst even adempauze.”

Jaap: „Ik denk dat Huib ook niet stopt op zijn 65ste.”

Huib: „We horen regelmatig: ‘ik snap niet dat jullie nog doorgaan.’”

Jaap: „Of: ‘wanneer moeten jullie stoppen?’ Daar kan ik me dus niks bij voorstellen. We willen blijven meedoen in de samenleving.”

Voorbeeldfunctie

Jaap: „Huib gaat vaak met mij mee naar evenementen, maar ik ga ook weleens met hem mee. Dat vind ik leuk. Dan ontmoet ik weer eens andere mensen dan in het openbaar bestuur. Misschien ben ik een beetje ouderwets, maar ik vind het plezierig als mijn man meegaat. Mijn vader was ook burgemeester en mijn moeder ging altijd mee naar officiële gelegenheden. Op 4 mei leg ik ook nooit een krans met een wethouder, maar altijd met Huib. Ik vind dat wij als mannenstel een voorbeeldfunctie hebben. Dat het niet uitmaakt wie of wat je bent om van laag tot hoog mee te kunnen doen in de maatschappij.”

Huib: „Het leuke van Jaaps baan is dat we altijd vooraan mogen zitten en veel nieuwe mensen leren kennen. We zijn allebei netwerkers.”

Jaap: „We mogen alleen niet in slaap vallen.”

Huib: „Thuis hebben we de taken eerlijk verdeeld. Degene die het eerste thuis is, zorgt voor het eten. Meestal ben ik dat. Maar als we een dinertje thuis organiseren, dan kookt Jaap.”

Jaap: „En ik strijk zondagochtend tijdens Buitenhof.”

Huib: „Elke week veertien overhemden. Daarna gaat Jaap sporten en maak ik het huis schoon.”

Jaap: „Maar dat vind je ook ontspannend.”

Huib: „Nou ja, het moet wel gebeuren.”

Jaap: „Eigenlijk doen we veel dingen gezamenlijk.”

Huib: „Ja, het levert in elk geval geen discussies op.”

Gastheren

Huib: „Geld gaat naar uit eten gaan.”

Jaap: „Nou, dat valt wel mee. Meer aan mooie dingen, zoals kunst en kleding.”

Huib: „Ja, en aan het mooier maken van het huis en de tuin.”

Jaap: „En aan reizen.”

Huib: „Aan genieten van het leven, zou je kunnen zeggen.”

Jaap: „En mensen méé laten genieten. Dinertjes houden voor vrienden.”

Huib: „Laatst nog het bruiloftsdiner voor Jaaps zus. Toen hadden we 36 gasten.”

Jaap: „Maar het is hier geen partycentrum, zoals Huib graag zou willen.”

Huib: „Ja, dat zou ik best leuk vinden, in de horeca werken. Gastvrijheid, mooie producten...”

Jaap: „Met de juiste rolverdeling zouden wij goede gastheren zijn.”

Huib: „Maar of we goed zouden kunnen samenwerken, dat betwijfel ik.”

Jaap: „Ja, ik bemoei me overal mee. Niet uit kwaaiigheid, dat zit gewoon in me.”

Huib: „En ik wil niet samenwerken met iemand die zich overal mee bemoeit.”

Jaap: „Maar maak je geen zorgen over ons, hoor, het gaat al bijna dertig jaar goed.”

Antiek

Jaap: „Ik heb al lange tijd een passie: antiek. Ik paste onlangs even op de winkel van een antiquair en ontdekte daar dat mij dat wel lag, antiek verkopen. Verhalen vertellen, mensen mooie dingen laten zien. Sindsdien ga ik met hem mee naar antiekbeurzen.”

Huib: „Ik hou ook van antiek. Ik heb onlangs weer wat gekocht, dat had ik je nog niet eens verteld.”

Jaap: „Huib zegt altijd dat hij nu echt klaar is met dingen kopen, en toch veranderen er telkens weer dingen in huis.”

Huib: „We denken er weleens over om in Spanje of Portugal te gaan wonen. Maar ja, daar dromen heel veel mensen van.”

Jaap: „Misschien eerst eens een half jaar een huis huren daar. Maar dat kan pas als ik ben gestopt met werken en als Huib volledig thuis kan werken. Dus misschien blijven we wel voor altijd in Ouderkerk.”

    • Friederike de Raat