Opinie

De sociale werkplaats is een echt bedrijf, geen springplank

Veel arbeidsgehandicapten zijn blijvend aangewezen op beschut werk, schrijft . Beter als politici deze groep niet lastigvallen met idealen.

De sociale werkplaats Patijnenburg Foto Roos Koole/ANP

Het moet niet de sociale werkvoorziening oude stijl worden, zei PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk dinsdag in NRC, over het plan van zijn partij om de sociale werkplaats te heropenen. „Daar kwam je in en bleef je in.” Hij meent dat deze voorziening „tijdelijk” moet zijn, als overgang naar gewoon werk.

Een fundamentele denkfout! Een grote groep arbeidsgehandicapten zal nooit, ik herhaal nooit, blijvend bij reguliere werkgevers aan de slag kunnen. Niet zozeer vanwege onvoldoende prestatie (een te geringe loonwaarde) maar omdat ze met hun handicap slecht zijn in te passen.

Wat voorbeelden: er zijn nogal wat mensen die al omvallen bij windkracht 1. Dat kan wind in de werksfeer zijn, maar ook in de privésfeer. Een scheldende collega of een overleden buurvrouw, en ze zijn weken van de kaart. Erg hanteerbaar in een regulier bedrijf is dat niet. Of denk aan iemand met epilepsie die geregeld een aanval krijgt. Zo iemand is nauwelijks te handhaven; niet alleen de persoon wordt immers ontregeld, maar ook de collega’s eromheen. En dan is er nog een groep mensen die, als gevolg van hun psychische of lichamelijke handicap, heel onregelmatig presteert: een tijdje honderd procent, dan weer een tijd 20 of helemaal uitvalt. Slecht inpasbaar dus, omdat je als werkgever niet op ze kunt rekenen. Denk ook aan de man in de groenvoorziening die, eindelijk gedetacheerd bij een regulier bedrijf, toch af en toe wat doms doet. Hij vergeet bijvoorbeeld de maaibalk van de grasmaaier stil te zetten bij het oversteken van een grindpad: tien geparkeerde auto’s met steenslagschade!

En zo zou ik vanuit mijn ervaring (zestien jaar directeur in de sociale werkvoorziening) nog vele voorbeelden kunnen geven. Van individuen die niet plaatsbaar zijn in een regulier bedrijf, maar binnen die verguisde ‘oude’ sociale werkplaats toch een zinvol bestaan vonden. En zich daar, ook vanwege de fatsoenlijke beloning, volwaardig lid van de maatschappij voelden.

Natuurlijk is het prima om de werkplaats te gebruiken als springplank. Maar politici moeten niet denken dat zoiets opgaat voor de meerderheid. Een hele grote groep arbeidsgehandicapten is blijvend aangewezen op beschut werk. Grofweg zijn er in Nederland 300.000 mensen met een forse arbeidsbeperking. 100.000 zullen vermoedelijk nooit werken en zijn aangewezen op zorg en dagbesteding. 100.000 mensen zijn blijvend aangewezen op beschut werk à la de sociale werkvoorziening en 100.000 mensen zijn, mits ondersteund met extra faciliteiten, inzetbaar op de reguliere arbeidsmarkt.

Natuurlijk is er mobiliteit tussen deze groepen. Jaarlijks zal zo’n vijf procent doorstromen van zorg naar beschut werk. En vijf procent van beschut naar begeleid werk in een reguliere organisatie. Eenzelfde percentage stroomt de andere kant op. Helaas voor de politici: de aantallen in deze categorieën blijven daarmee gelijk.

Het zou de PvdA sieren als ze haar fout, gemaakt als regeringspartij in een vorig kabinet, eerst ruiterlijk toegeeft. En erkent dat ze tegen alle adviezen uit het veld heeft gehandeld. Herstel wat er nog te herstellen is.