‘De laatste keer dat we in de Troonrede werden genoemd is al tien jaar geleden’

Prinsjesdag Het protest tegen Rutte III komt uit beroepsgroepen die het zwaar hebben. Een goed salaris is één ding, maar dat is niet het enige wat mensen van Den Haag verwachten. Een politieagent, leraar, verpleegkundige en brandweerman aan het woord.

Foto David van Dam

Politieagent Rachid Al Kahja (35)

„Op het politiebureau bij ons in Breda komen soms fractieleiders van politieke partijen langs. Maar die zijn ook altijd zo weer weg. En dan vraag ik me af: weten ze in Den Haag eigenlijk wat wij doen, wat er allemaal dagelijks van ons wordt verwacht?

„Zodra het kon ben ik, op mijn achttiende, bij de politie gegaan. Als baby al zei ik eerder ‘politie’ dan ‘papa’ of ‘mama’. Die aantrekkingskracht heb ik altijd gevoeld. Iedereen heeft het altijd over de politie en altijd als ergens politie aanwezig is, gebeurt er wat. Daar wilde ik onderdeel van zijn. Jarenlang werkte ik als jeugdagent en sinds drie jaar ben ik wijkagent in Teteringen.

„Boeven vangen kunnen we allemaal, maar in contact komen met jongeren is lastig. Ik heb daarin veel geïnvesteerd. Eindeloos vaak kwam ik bij ze thuis. Dat heeft zich uitbetaald: ze kennen me allemaal en omdat ik veel op Instagram doe, willen ze zelfs met me op de foto. Dat contact geeft me energie.

„Maar contact met de burger wordt steeds minder vanzelfsprekend. Het begon ermee dat de vijf politiebureaus in Breda werden teruggebracht tot één centraal punt. Het kleine team waarin ik werkte bestaat niet meer. Ik heb voortdurend nieuwe collega’s en het werkgebied is nu zo groot geworden dat je de hotspots niet meer kent.

„De politie is de laatste jaren veranderd van mensenorganisatie in bedrijf. Als je ziet hoeveel papierwerk je moet invullen voordat je een gestolen fiets kunt teruggeven aan de rechtmatige eigenaar! Als wijkagent moet je op straat zijn, maar ik zit soms uren achter het bureau. En eenmaal buiten rijd ik soms alleen maar meldingen weg. Dan heb je geen tijd om even uit te stappen en een jongere te vragen: ‘hoe gaat het?’

„De werkdruk is zo hoog dat een aantal collega’s thuis zitten met een burnout of ptss. Vaak genoeg word je gevraagd om extra diensten te doen. De valkuil is je loyaliteit. Je zegt snel ja, want je hebt dit vak gekozen uit liefde. Maar het gaat nu wel heel ver. Nachtdiensten zijn zwaar en ik heb er soms drie op een rij. De politiek wilde dat we er zéven op rij doen. Wie bedenkt zoiets? Gelukkig strijden de vakbonden voor ons. Vrijwel alle agenten zijn lid, al tijdens de opleiding word je erover geïnformeerd.

„Ik hoop dat er in de troonrede serieus aandacht is voor onze zorgen. Maar ik vraag me af of politici in Den Haag wel wíllen weten wat er speelt. Want dan zul je er ook wat aan moeten doen.”

Foto David van Dam

Leraar Marja Altena (57)

„Op de eerste schooldag van dit jaar kwam een meisje binnen. Ze gaf me een hand en zei zachtjes: ‘Hallo allerliefste juf van de hele wereld’. Mijn dag was goed. Van de kinderen krijg ik zóveel energie. Daarom ben ik leerkracht geworden, kleuterjuf op een dorpsschool in Poeldijk.

„Ik steun mijn collega’s die staken voor een betere cao. Ikzelf ben geen lid van een vakbond, mijn man wel. Ik heb hem leren kennen in het onderwijs.

„Toen ik 35 jaar geleden begon in het onderwijs was er ook een staking, vanwege overvolle klassen en de hoge werkloosheid. Toen was ik alleen maar blij dat ik een baan had. Er hadden zóveel mensen op mijn functie gesolliciteerd. Nu is dat omgekeerd. Een dag opvangen als een collega ziek is, dat lukt nog wel. Maar vorig jaar ging er iemand met zwangerschapsverlof en zaten we echt met de handen in het haar. Op de vacature kwam geen reactie en het uitzendbureau kon niemand vinden. Uiteindelijk zijn alle parttimers meer uren gaan werken. Maar hoe lang is dat houdbaar?

„Hoe langer ik werk, hoe wijder mijn blik. Ik kijk nu graag mee op organisatieniveau, denk mee over nieuwe ontwikkelingen. En dan zie je dat er steeds meer op het bordje van de leerkracht terecht komt. Je moet erop letten dat kinderen meer bewegen, beter eten, en je hebt veel meer dan vroeger te maken met verschillende culturen, met vluchtelingen, kinderen van gescheiden ouders, jeugdzorg, passend onderwijs. In ons gebouw zat tot enkele jaren geleden een school voor speciaal onderwijs, maar die is wegbezuinigd. Nu zitten bij ons in elke klas wel een paar kinderen met gedragsproblemen, adhd, autisme. Dat vraagt écht wel wat van jou als leerkracht.

„Laatst sprak ik een leraar in het voortgezet onderwijs over zijn salaris en toen dacht ik: goh, dat zijn toch honderden euro’s meer per maand. Niet dat het voor mij draait om geld, maar extra waardering vanuit Den Haag is wel van belang. Ook omdat er anders nóg minder mensen in het basisonderwijs willen werken. Terwijl we zoveel mooie dingen doen!

„Maar ik verwacht niet dat Den Haag nu opeens met een zak geld komt. Het kabinet heeft veel meer geld te besteden, maar de laatste bezuiniging van 61 miljoen is nog steeds niet teruggedraaid. En dan denk ik: wij, basisschooldocenten, zijn te bescheiden. Het zit niet in onze aard om te staken. Je wilt er zijn voor de kinderen.”

Foto David van Dam

Verpleegkundige Eline de Kok (28)

„Wij zijn niet opgeleid om mensen pijn te doen. Maar als je ziet wat voor controlesfeer er nu in ziekenhuizen hangt, dan lijkt het wel zo. Alle aandacht gaat uit naar de dingen die fout gaan, daarop worden we afgerekend. Dat leidt tot dubbele registraties, onlogische controles. Bureaucratie. Terwijl wij een vak hebben geleerd. Wij zijn professionals, de politiek moet daarop vertrouwen. Ik hoop dat daarover iets in de troonrede staat.

„Als verpleegkundige werk ik sinds 2015 op de longafdeling van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Ik sta aan het bed van patiënten met longkanker, patiënten die net terug zijn van de intensive care, jong volwassenen met taaislijmziekte. Je begeleidt en ondersteunt waar nodig.

„Het vak verandert, net als de samenleving. Zo krijgen we bijvoorbeeld meer patiënten in palliatieve zorg. Ongeneeslijk ziek. Zij willen bewust geen behandeling. Dat vraagt van ons een andere manier van werken, rust nemen, en daarover moet je nadenken. Maar op de werkvloer ontbreekt die tijd regelmatig. Ik ben alleen maar aan het ‘doorrennen’.

„Een goede professional moet blijven leren, maar dat gaat niet. Wij moeten productie draaien. Het rooster moet rond, vooral nu het tekort aan verpleegkundigen zo groot is. Er is minder tijd voor reflectie, werkgroepen, workshops, klinische les. Daardoor raken collega’s afgestompt en raak je nóg meer collega’s kwijt en wordt de druk nóg hoger.

„Ik wil gezien worden als een volwaardig professional. Dat vind ik nog belangrijker dan salaris. Ik wil ruimte om het vak bij te houden, goede samenwerking met de arts, nadenken over efficiënter werken. Waarom moet ik een bloedsuikerprik dubbel registreren? Waarom gaat er niet automatisch een seintje naar de schoonmaak na ontslag van een patiënt? Verpleegkundigen hebben de neiging snel overal praktische oplossingen voor te vinden, bypasses achter de schermen te leggen zonder dat de patiënt er iets van merkt. Maar dat is vaak korte termijn.

„Sommige collega’s zeggen: laat mij maar lekker zorgen. Maar ik vind het ook leuk om het spel te zien dat bestuurders en politiek spelen. Ik wil begrijpen hoe de zorgwereld in elkaar steekt en bemoei me, ook als adviseur van de beroepsvereniging, actief met de organisatie. Wat me opvalt is de grote kloof die is ontstaan tussen bestuurders en de praktijk. Politici spreken vooral met de managementlaag en niet met de verpleegkundigen zelf. Ik maak me daarover zorgen: komt de stem van de verpleegkundige wel écht in de politiek aan? Ik zou politici graag willen meenemen in mijn leefwereld, dat vind ik nuttiger nog dan staken.”

Foto David van Dam

Brandweerman Gerard Bouwmeester (34)

„Mijn baan als brandweerman is nauw verweven met mijn privéleven. Als ik dienst heb, hangt de pieper thuis aan mijn broekriem. Ik kan elk moment worden weggeroepen en mijn vrouw of de buren nemen dan de zorg voor mijn kinderen over.

„Het zit in de genen. Mijn vader was brandweerman, mijn opa ook. Ik hoorde als kind de heroïsche verhalen en zag de energie die ze ervan kregen. Werken in een groep van dertig man en samen alles oplossen, midden in de samenleving. Brandjes blussen, autowrakken openknippen, omgevallen bomen weghalen. Ik doe dit werk nu zestien jaar, nu in de Utrechtse wijk Zuilen. Een parttime baan naast mijn functie als directiesecretaris bij de Koninklijke Bibliotheek. Buiten de grote steden is vrijwel niemand fulltime brandweerman.

„Het vak verandert. Het papierwerk na een uitruk is toegenomen. En voortschrijdende techniek vereist nieuwe vakkennis. Iemand bevrijden uit een oude Ford is echt iets anders dan uit een elektrische auto. Je moet nog beter weten waar je moet knippen, waar de accukabels met hoog voltage zitten.

„In de publieke opinie doet de brandweer het altijd goed. Onderzoek laat zien dat de brandweer een merk is, nog sterker dan politie en defensie. Misschien omdat het daar vaker rommelt. Maar wij hoeven dan ook geen boetes uit te delen. Wij kunnen in de ogen van het publiek weinig fout doen. De mensen zien ons nog altijd als de mannen die bij nood uit die grote rode auto’s springen om een ander te redden.

„De brandweer wordt aardig met rust gelaten door de politiek. Dat is een voordeel. Anderzijds, wat meer trots uitspreken zou wel fijn en terecht zijn. Zo zijn er in Nederland écht weinig woningbranden, en vallen er minder slachtoffers dan in omringende landen. De brandweer heeft veel geïnvesteerd in preventie. Maar preventie klinkt weinig sexy. De laatste keer dat we in de troonrede werden genoemd is al tien jaar geleden.

„Wat meer vet op de botten van de brandweer zou fijn zijn. Het gaat goed met de economie, maar wij merken er weinig van. In mijn eerste jaren gingen we jaarlijks een week oefenen in Zweden. Huizen in brand steken en blussen, daar word je beter van. Dat is wegbezuinigd. En intussen wordt het steeds moeilijker om brandweervrijwilligers te vinden. De eisen zijn hoog en mensen hebben te drukke levens om dit vak erbij te doen.

„Volgende week ben ik op vakantie op Terschelling. Ik ga de troonrede wel volgen. Maar ik zou verbaasd zijn als we worden genoemd.”

    • Freek Schravesande