Opinie

    • Frits Abrahams

De keizer had er genoeg van

Keizer Hirohito van Japan wilde tegen het einde van zijn leven niet langer leven omdat hij de verwijten over zijn houding in de Tweede Wereldoorlog niet meer kon verdragen. Dat berichtte de Britse krant The Daily Telegraph op 24 augustus van dit jaar. Het bericht, dat een attente lezer mij toestuurde, drong nauwelijks tot Nederland door, maar het is er niet minder interessant om.

De bron van het bericht is het dagboek van Shinobu Kobayashi, de vroegere kamerheer van de keizer. Daarin citeert hij Hirohito die in zijn laatste jaren gezegd zou hebben: „Het heeft geen zin om langer te leven door mijn werklast te verlichten. Het zou alleen maar de kans vergroten dat ik zaken zou zien of horen die mij zouden kwellen.” Kobayashi noteerde dit op 7 april 1987. De keizer stierf twee jaar later op 87-jarige leeftijd.

Ik moest meteen denken aan Wim Kan en Rudy Kousbroek, in Nederland dé twee antagonisten in de felle strijd over de rol van de keizer in de Tweede Wereldoorlog. Hoe zouden zij hebben gereageerd als ze dit bericht hadden kunnen lezen? Bij Kan vermoed ik blijdschap, bij Kousbroek meewarigheid.

Kan zou kunnen zeggen: „Zie je wel! Ik heb toch altijd gezegd dat de keizer een oorlogsmisdadiger was! Kennelijk heeft hij in het zicht van de dood toch nog last van zijn geweten gekregen.” En Kousbroek: „Jammer en zielig dat de keizer zoveel last kreeg van al die ongefundeerde beschuldigingen.”

Dat zijn de posities die zij jarenlang in deze hoogoplopende discussie hebben ingenomen. Kan gebruikte zijn faam als cabaretier om Hirohito te bestoken. Geholpen door de media voerde hij in 1971 een fanatieke campagne tegen een bezoek van de keizer aan Nederland. Aan koningin Juliana schreef hij: „Alleen al het feit dat deze man naar U en naar Uw land wil komen, bewijst dat hij geen flauw idee heeft wat hij op zijn geweten heeft.” Hij smeekte de koningin bijna om de keizer niet te ontvangen – tevergeefs.

In woedende artikelen, in 1992 gebundeld in Het Oostindisch kampsyndroom, attaqueerde Kousbroek Wim Kan en diens medestanders, onder wie de Amerikaanse publicist David Bergamini en de schrijvers Jeroen Brouwers en Willem Brandt. Hij noemde hen leugenaars en geschiedvervalsers die de Japanse keizer demoniseerden. De keizer was volgens Kousbroek een machteloze figuur geweest die gemanipuleerd werd door militaire krachten.

De ironie wilde dat zowel Kan als Kousbroek in Nederlands Indië onder de Japanse bezetting had geleden. Kousbroek zag de kruistocht van Kan daarom als ‘een psychodrama’.

Geen van beiden had helemaal gelijk, vond Ian Buruma in een lezing in 2013. „Hirohito gaf zijn zegen aan wat anderen besloten (…) maar zijn gebrek aan durf heeft op cruciale momenten er wel toe bijgedragen dat Japan een rampzalige koers voer.”

Mij viel nu pas op dat Kousbroek in het nawoord bij een herdruk in 2005 Het Oostindisch kampsyndroom ten dele moest ontkrachten onder invloed van nieuwe informatie. „Hirohito was dus in werkelijkheid minder onschuldig en vredelievend dan ik hem hier heb beschreven, maar voor het beeld van de sinistere en oppermachtige oorlogsmanipulator achter de schermen ontbreekt nog steeds iedere grond.”

En de keizer? Die zwijgt in zijn graf.

    • Frits Abrahams