Banken veiliger? Ze hunkeren nog naar vertrouwen

Bankenwereld Nieuwe financiële eisen, strakke regels – na Lehman is er voor banken veel veranderd. De grootste systeembanken, in 2007 Europees, zijn nu overwegend Chinees.

Beeld Lieke Janssen

Het is het eind van de eerste week van Vijay Karwal op het kantoor van de Japanse zakenbank Nomura in Hongkong. Hij zit op de dertigste etage in het gebouw waar tien jaar geleden nog Lehman Brothers op de naamplaten stond, vertelt de Nederlandse zakenbankier. Na het faillissement van Lehman nam Nomura de niet-Amerikaanse activiteiten van Lehman over.

Karwal is er nu aan de slag gegaan als adviseur bij fusies en overnames in de farma en medische technologie, werk dat hij tien jaar geleden bij de Britse bank RBS in de Verenigde Staten deed toen NRC hem in de weken na de val van Lehman in New York ontmoette. Drie jaar heeft hij voor een bedrijf in de gezondheidszorg gewerkt dat moest groeien en daarna naar de beurs moest worden gebracht. “Die realiteit stelde teleur”, zegt hij.

Dat hij als bankier heeft kunnen terugkeren, is al opmerkelijk. „Voor 2008 stonden de afgestudeerden van de gerenommeerde business schools te dringen om bij een van de grote banken te werken. Nu niet meer, ze gaan liever naar een van de techbedrijven”, aldus Karwal.

„De bankenwereld is dramatisch veranderd”, zegt hij. En dat heeft hij gemerkt in die eerste week bij Nomura, waarin hij tal van sessies heeft doorlopen over hoe hij aan de compliance van de bank moet voldoen. „Net nog heeft een collega mij twee uur lang uitgelegd hoe ik alles wat ik doe en zeg moet administreren. Je merkt aan den lijve dat de bankenwereld strakker is gereguleerd. Er zijn veel meer restricties, je moet veel meer documenteren wat je doet en alles wordt gemeten. Terwijl het tempo enorm is toegenomen door technologie en de hoeveelheid data die beschikbaar is.”

Compliance. Vraag bankiers die werken voor internationale zakenbanken wat er in tien jaar is veranderd, en ze noemen dat woord als eerste. „Elke week krijg je wel een verplichte compliancetraining”, zegt Boudewijn Dierick, bij BNP Paribas in Londen hoofd van de afdeling securitisaties en covered bonds. Daar werkte hij tien jaar geleden ook al. Aan compliancetaken is hij elke week wel een paar uur kwijt. „Het is zeker nuttig als het gaat om alle activiteiten waar risico mee wordt gelopen Al vraag je je bij sommige dingen ook wel eens af of het meer dan afvinken is.”

Ruim een week na de schikking tussen ING en Openbaar Ministerie, juist in verband met witwassen bij de bank, kan in Nederland het idee bestaan dat compliance met een korrel zout wordt genomen. Maar de regels voor banken en de voorzorgsmaatregelen die zij moeten treffen zijn sinds 2008 ontegenzeglijk toegenomen. Dat komt voort uit de crisis, en het is allemaal bedoeld om eerder de risico’s te onderkennen die bankiers nemen, en om ontspoorde handelaren sneller te ontmaskeren, net als potentieel gevaarlijke producten die ze aan de man brengen.

Ook hebben overheden een grotere verantwoordelijkheid bij de banken neergelegd om bij hun klanten ontduiken van sancties of witwaspraktijken te signaleren. Juist in dat laatste bleek ING nalatig. Daarin is deze Nederlandse bank geen uitzondering. Wereldwijd is het aantal boetes voor dit soort zaken de afgelopen tien jaar toegenomen, mede doordat aanklagers vaker tot vervolging overgaan.

Lees ook: Poortwachter ING hield zijn ogen gesloten

Buffers

Die toename van boetes zegt overigens betrekkelijk weinig over de vraag of banken veiliger zijn geworden, of beter in staat schokken als in 2008 te overleven zonder dat overheden te hulp schieten. Daartoe hebben overheden en toezichthouders een reeks voorschriften opgelegd. Die betreffen onder meer de kapitaalbuffers die banken moeten aanhouden, de hoeveelheid aandelenkapitaal en reserves die banken moeten hebben om onverwachte verliezen op leningen en beleggingen te kunnen opvangen.

Die normen zijn in de internationale Bazel-afspraken flink opgetrokken. Europese banken staan er „steviger voor”, zegt Dirk Schoenmaker, hoogleraar Banking and Finance in Rotterdam. Onder druk van die internationale regelgeving zijn kapitaalbuffers omhooggegaan – maar minder dan in de VS en China. Het eigen vermogen van ‘systeembanken’ – banken die onder meer door hun omvang en onderlinge verwevenheid cruciaal zijn voor het hele financiële systeem – nam in de eurozone toe. Het ging van 2,7 procent van het balanstotaal vlak voor de crisis naar 4,5 procent nu. In de VS liggen de kapitaalbuffers op 6,6 procent, in China zelfs op 7,6 procent, becijferde Schoenmaker. „Er moet nog een tandje bij in Europa”.

Waar bankiers de huidige buffers vaak al meer dan voldoende vinden en lobbyen voor verlaging, zijn veel academici juist voorstander van verhoging. Harald Benink, hoogleraar Banking and Finance in Tilburg, vindt dat de buffers verder omhoog moeten. „Ik vind het zorgwekkend dat toezichthouders die in 2008 aan de knoppen zaten, zoals Nout Wellink [DNB], Hans Hoogervorst [AFM] en Jean-Claude Trichet [ECB], zeggen dat de risico’s alleen maar groter zijn geworden. We hebben meer vet op de botten nodig.”

Benink zit evenals Schoenmaker in het economennetwerk Sustainable Finance Lab (SFL), dat in een recent stuk pleit voor verdubbeling van het eigen vermogen naar 10 procent van het balanstotaal. Benink: „Dat kan gewoon. Door een deel van de winst in te houden, door aandelen uit te geven of obligaties die, als het tegenzit, worden omgezet in aandelen.”

Banken zien echter andere partijen in hun markten opduiken, partijen waarvoor die buffers niet gelden én die aan minder regels hoeven voldoen, zodat complianceregels ook minder drukken. Bankiers kijken met een schuin oog naar die concurrenten, die de verzamelterm ‘schaduwbanken’ hebben gekregen. Daaronder vallen private equity-investeerders en hedgefondsen. Zij vormen met een gezamenlijke omvang van 42.000 miljard euro zo’n 40 procent van het Europese financiële systeem, rapporteerden de gezamenlijke Europese toezichthouders vorige week.

Nu op sommige markten weer een financiële bonanza heerst, keren de schaduwbankiers terug. Neem de Nederlandse hypotheekmarkt, waaruit stuntende buitenlandse partijen zich in de crisisjaren fluks terugtrokken. Nu de huizenmarkt weer een hausse beleeft, zijn nieuwe partijen ingetreden, vaak met kapitaal van pensioenfondsen of verzekeraars. Zij hoeven veel minder kapitaal aan te houden voor hun hypothekenportefeuilles dan de banken.

Na de crisis was er een luide roep om banken kleiner te maken. In het Verenigd Koninkrijk namen directeuren Mervyn King en Andy Haldane van de Bank of England samen met Adair Turner van financieel toezichthouder FSA het voortouw. Zij stelden voor banken op te breken in nuts- en zakenbanken. Het was niet onbelangrijk dat juist de toezichthouders op The City, epicentrum van de zakenbanken, dit deden. Dit was immers dé plek waar veel banken, uit Duitsland, Nederland, Frankrijk, Zwitserland, in de jaren negentig van de 20ste eeuw waren neergestreken om dealing rooms in te richten en hun zakelijke activiteiten te laten expanderen.

In de VS groeide de behoefte weer een Glass-Steagall Act in te voeren, de wet die tijdens de Grote Depressie van de jaren dertig van kracht werd om banken voor particulieren te scheiden van de meer risicovolle zakenbanken. Eind jaren negentig was die scheiding juist opgeheven.

Die splitsing is er niet opnieuw gekomen. Een drastische verkleining van de banken om hun systeemrisico te verlagen evenmin. De bankenlobby heeft dat kunnen voorkomen, in de VS en in Europa.

Chinese banken rukken op

Hoe staan de grote banken van deze wereld er nu voor? Dirk Schoenmaker, hoogleraar Banking and Finance in Rotterdam, bestudeerde wereldwijd dertig systeembanken. In de eurozone is het balanstotaal van de systeembanken samen met zo’n 20 procent gekrompen, in het Verenigd Koninkrijk met zo’n 30 procent. Amerikaanse banken zijn na de crisis juist iets gegroeid.

Niet alle Europese banken zijn na de crisis gekrompen. Een bank als ING werd weliswaar eenderde kleiner, RBS zelfs ruim tweederde, maar HSBC, BNP Paribas en Banco Santander zijn ongeveer gelijk gebleven. Europese banken zijn over het algemeen ook niet minder internationaal gaan opereren. „De banken die krompen”, zegt Schoenmaker, „krompen over de grens, maar ook thuis.”

Er is nog steeds een financieel systeem met reuzen, die alleen overeind kunnen blijven bij voldoende vertrouwen

Wat opvalt: tussen 2007 en 2017 is het lijstje van systeembanken nogal veranderd. Van de vijf grootste ter wereld, gemeten naar balanstotaal, zijn er nu vier Chinees. De grootste is ICBC (Industrial and Commercial Bank of China), met 3.300 miljard euro op de balans. In 2007 waren de vijf grootste banken nog allemaal Europees. Aanvoerder was toen RBS, met ruim 3.000 miljard euro balanstotaal.

De omvang van Chinese systeembanken is in die tien jaar verdrievoudigd. Is dat zorgelijk? „Chinese banken zijn, althans voorlopig, vooral binnenlands georiënteerd”, zegt Schoenmaker. Dat maakt een crisis in de Chinese bankensector – bijvoorbeeld door de enorme lokale schuldenberg – niet direct een risico voor westerse banken, zegt hij. „Maar bij zo’n crisis zal de Chinese economie een tik krijgen, en dat zullen we dan wel via de handel merken.”

Lees ook: Het antwoord op schulden: méér schulden

Zo is er nog steeds een financieel systeem met reuzen, die alleen overeind kunnen blijven bij voldoende vertrouwen. Geen enkele kapitaalbuffer is voldoende als er een run op de banken komt zoals in 2008, en consumenten en bedrijven geld van hun rekening willen halen en aandeelhouders vluchten om verliezen te beperken.

„Denk niet dat de kapitaalbuffers genoeg zijn als het misgaat”, zegt Dirk Bezemer, hoogleraar Economie van de Internationale Financiële Ontwikkeling in Groningen. „Dan moet de overheid toch wel bijspringen.”