Opinie

    • Kiza Magendane

Koffiedrinken is net zo erg als vlees eten, vliegen en autorijden

Fairtrade Denk eens aan het milieu en de arme koffieboer als je een cappuccino drinkt, schrijft . En nee, Fairtrade koffie lost niets op.

Illustratie Lars Zuidweg

Dit is mijn eerste herinnering aan koffie. Een dorp in het oosten van Congo, ik ben zes jaar. Het is middag en mijn vriendjes en ik zijn aan het knikkeren als ik zie hoe de mannen in hun traditionele gewaad een gemeenschappelijke hut binnengaan. Ze stralen de rust van monniken uit. Arme zielen drinken goedkope alcohol op straat, deze gewichtige mannen drinken koffie terwijl ze elkaar verhalen vertellen. Ik ruik de geur van verse koffie die uit de ramen komt. Tot zonsondergang blijven ze in hun hut zitten. Ik wilde maar één ding: erbij zitten. Luisteren.

In Nederland, twintig jaar later, zeg ik wel eens tegen vrienden en kennissen dat we „binnenkort een kopje koffie moeten doen”. Een culturele dooddoener om te zeggen dat wij het allebei druk hebben, en dat een kopje koffie ons dichter bij elkaar kan brengen. Koffie is common culture bij uitstek, die mensen uit de hele wereld direct en indirect met elkaar verbindt. Miljoenen boeren in tientallen landen delen aandacht en techniek voor koffiebessen. Koffie is voor miljarden mensen een onderdeel van rituelen als ‘de dag beginnen’, samenwerken en roddelen. Maar de wereld achter mijn ‘bakkie pleur’ is minder rooskleurig. Het zijn vooral koffieboeren uit arme landen en het klimaat die een hoge prijs betalen.

Meer dan twintig miljoen kleine boeren produceren driekwart van alle koffie in de wereld. Van hen leeft het merendeel onder de armoedegrens van 1,60 euro per dag. Hun kosten voor levensonderhoud stijgen, maar de koffieprijs blijft nagenoeg gelijk. En voor veel plukkers in dienst van grote koffieplanters in landen als Brazilië en Colombia zijn uitbuiting, gedwongen arbeid en andere mensenrechtenschendingen aan de orde van de dag.

„Consumenten moeten begrijpen dat ze met hun keuze voor de koffie ook een keuze maken voor de positie van mensen aan de andere kant van de wereld”, zegt Sander de Jong, directeur van Fairfood, een Nederlandse organisatie die zich inzet „voor mensen die ons voedsel produceren maar zelf met honger naar bed gaan”. Onlangs lanceerde Fairfood een campagne voor ‘eerlijke’ en ‘armoedevrije’ koffie onder de naam ‘WAKEcUPCALL’. Het idee: hoe kan ik nog van koffie genieten als een gemiddelde koffieboer per dag niet eens genoeg verdient voor een kop koffie?

Barista-kampioenschap

Om iets meer te leren over de rijke wereld achter mijn espresso ging ik naar World of Coffee, de internationale koffiebeurs die eerder dit jaar in de RAI in Amsterdam werd gehouden. Hoogtepunt van de beurs waren de World Barista Championships, een wedstrijd waar barista’s uit de hele wereld hun kunst en kunde etaleren. Ik zag de nieuwste espressomachines. En de Vandola, een uit klei gemaakte kan om filterkoffie te maken, bedacht door een Costa-Ricaanse barista. En een fitnessfiets die jouw energie gebruikt om koffiebonen te malen, water te verhitten en koffie te zetten. Prijs: 15.000 euro.

Bij de Rwandese koffie-importeurs nam ik deel aan coffee cupping. In een rij, met een lepel in mijn hand, bewoog ik mij langs zes verschillende koffies, slurpend, geconcentreerd om diverse smaken en aroma’s van elkaar te onderscheiden. Toen een dertiger met een lange rode baard mij vroeg of ik de smaak kon omschrijven, voelde ik mij een mislukkeling.

Baristawedstrijden, glimmende espressomachines, de opmars van speciality coffee en andere koffiehypes – ze illustreren hoe koffie luxe en kosmopolitisch is geworden. Voor de mondiale middenklasse is koffie onmisbaar. Koffieketens geven een thuisgevoel aan digitale nomaden.

Maar dat deze leefstijl in vijfhonderd jaar zijn vorm kon vinden was mogelijk door uitbuiting van de minstbedeelden. Van de ontdekking van de koffieplant in Abyssinië, de verspreiding via het Arabisch schiereiland, tot West-Europa waar men vanaf de zeventiende eeuw massaal koffie ging drinken. Via de VOC speelde Nederland daarbij een pioniersrol. Op Java werd een systeem van gedwongen arbeid geïntroduceerd, dat een eeuw later zou worden afgeschaft, maar niet voordat Nederlandse handelaars er schatrijk mee waren geworden.

Koffie werd synoniem voor hebzucht en onderdrukking. Koffij-Veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij zou Multatuli in 1860 als ondertitel gebruiken voor zijn geëngageerde bestseller Max Havelaar. Nu is Max Havelaar een Fairtrade-keurmerk.

Consolidatieslag

Op de wereldmarkt voor koffie – omvang 200 miljard euro – is een consolidatieslag gaande. Een handjevol grote koffiebranders als Nestlé, Lavazza, het Duitse JAB – dat Douwe Egberts in 2013 van de beurs haalde – en Starbucks worden steeds groter. Vorige maand voegde Coca-Cola zich bij hen met de aangekondigde miljardenovername van de Britse koffieketen Costa met 4.000 vestigingen. Bij de tussenhandelaren – een klein aantal familiebedrijven dat de groene, ongebrande bonen opkoopt – is hetzelfde patroon te zien.

Maar de gestegen vraag naar koffie (20 procent of 26 miljoen zakken sinds 2010) en toenemende concurrentie dwingen boeren om technieken toe te passen die de kwaliteit van koffie tekort doen en negatieve klimaat-effecten hebben.

In het rijtje vlees eten, vliegen en autorijden moet ook koffie drinken staan

Sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw wordt koffie grootschalig verbouwd in de volle zon. Traditioneel stonden koffiestruiken in de schaduw (van andere bomen). De moderne methode brengt tot vijf keer meer op, maar leidt ook tot bodemerosie en vraagt kunstmest. In Midden-Amerika is 2,5 miljoen hectare bos gekapt voor koffieplantages; het is geen toeval dat 37 van de 50 landen met de meeste ontbossing koffieproducerende landen zijn. Voor elke kop koffie wordt 140 liter water verbruikt bij irrigatie, verwerking en transport.

Vangnet voor boeren

Met 33 miljoen koppen koffie per dag is Nederland een van de grootste koffieconsumenten ter wereld. De helft van al die koffie heeft het Fairtrade-keurmerk. Drinkers van die koffie gaan er vanuit dat de boer een ‘eerlijke prijs’ krijgt. Uit een Motivaction-enquête in opdracht van Fairfood blijkt dat vier van de tien Nederlanders bereid is van koffiemerk te wisselen als ze de garantie hebben dat de boer een eerlijke prijs krijgt. Niet voor niets investeren koffiereuzen als Nestlé en Starbucks nu ook in fairtrade-koffie.

Door samenwerking in fairtrade-coöperaties en via minder tussenpersonen kan de marge voor boeren iets hoger worden. Daarnaast krijgen boeren een vangnet, meer zekerheid dat ze hun koffie zullen verkopen en in elk geval hun productiekosten zullen terugverdienen. Toch bieden die keurmerken geen garantie dat boeren een ‘leefbaar inkomen’ krijgen, met toegang tot scholing en zorg voor hun gezin, en waarvan aan het eind van de maand iets overblijft.

True Price, een denktank voor duurzame economie, berekende in 2017 dat grofweg de helft van alle fairtrade-koffieboeren in India, Indonesië en Kenia geen leefbaar inkomen overhoudt.

Fairtrade en de keurmerk-beweging zijn dan ook geen structurele oplossing voor armoede ginds, maar vooral bedoeld om het geweten van consumenten in rijke landen te sussen, zegt de Senegalese ontwikkelingseconoom Ndongo Samba Sylla (Rosa Luxemburg Stichting). In zijn boek The Fair trade Scandal: Marketing Poverty to Benefit the Rich berekent hij dat voor elke dollar die een Amerikaanse consument uitgeeft aan een fairtrade-product, slechts drie cent méér naar het land van herkomst gaat dan het niet-gelabelde alternatief.

Kosmopolitisch statussymbool

De moed zakt in mijn schoenen. De cynicus in mij moet concluderen dat wij sinds het VOC-tijdperk er niet op vooruit zijn gegaan. Koffie was en is een kosmopolitisch statussymbool.

Lees ook: Een echte Turk drinkt zijn koffie zwart

Winstmaximalisatie onder multinationals, ook als die ten koste van natuur en de menselijke waardigheid gaan, what’s new? Zoals de VOC en haar concurrenten mogelijk werden gemaakt door koloniale machten (Nederland en Engeland), zo bestaan multinationals dankzij het neoliberale systeem dat mensen als mondiale consumenten ziet en niet als burgers.

If you don’t like something, change it. If you can’t change it, change your attitude. Don’t complain”, zei Maya Angelou, de in 2014 overleden Amerikaanse schrijver en dichter. De beste oplossing is stoppen met koffie drinken. Maar dat is naïef, want ik kan met mijn individuele beslissing niets doen tegen het structurele probleem dat bedrijven hoe dan ook onze cafeïne-verslaving te gelde zullen maken.

Daarom durf ik ook wel te bekennen dat ik niet wil stoppen met mijn kopje koffie. Ik weet donders goed dat mijn luxueuze leefstijl schadelijk is voor het klimaat en voor de menselijke waardigheid van koffieboeren. Dat ik toch willens en wetens mijn espresso drink, maakt mij tot een kosmopolitische hufter. In het rijtje vlees eten, vliegen en autorijden zou ook koffie drinken moeten staan.

Wij leven in een wereld waar fysieke grenzen relatief zijn afgenomen terwijl psychische afstanden juist zijn toegenomen. Ik kan na acht uur vliegen al een koffieplantage in Oost-Congo bereiken, de streek waar ik mijn eerste herinnering aan koffie heb. Maar vanuit mijn Amsterdamse koffietentje is de psychische afstand met de koffieboer daar zo groot dat ik zelfs soms vergeet dat wij een planeet delen. Hoe ironisch.

    • Kiza Magendane