Recensie

Wat doet fantasie met de realiteit?

Alejandro Zambra & Paulina Flores Twee Zuid-Amerikaanse verhalenschrijvers buigen zich over het onbehaaglijke onder het alledaagse. Zambra klinkt vertrouwd en debutant Flores beschimpt vaders.

Wie nog niet helemaal bijgekomen was van het laatste boek van de Chileen Alejandro Zambra (1975), kan op adem komen in zijn iets eerder verschenen, maar pas nu vertaalde verhalenbundel Mijn documenten. Zo bevreemdend als de eerstgenoemde was, zo vertrouwd doet deze bundel aan. Begrijpend lezen heette het twee jaar geleden verschenen vormexperiment, waarin Zambra de Chileense transitie van dictatuur naar democratie beschreef in een reeks multiple choice-vragen zoals hij die indertijd zelf op school moest afleggen. Ironisch was de Nederlandse titel wel.

Lees ook de recensie van Bonsai uit 2010

Dat postmoderne koketterie Zambra niet vreemd is, bleek al uit het lange verhaal Bonsai waarmee hij in 2006 als prozaschrijver debuteerde. Dat hij terecht als een belofte voor de Zuid-Amerikaanse letteren beschouwd wordt, bewees hij in de daaropvolgende novelle Het verborgen leven van bomen. Sindsdien wisselen vakmanschap en experimentele behaagzucht elkaar af.

Mijn documenten verbindt Zambra haar vaardig met de klassieke regels van het schrijverschap.

Aan ironie ontbreekt het hem daarbij niet. ‘Nee, het is geen geweldig verhaal’, schrijft hij aan het slot van de laatste vertelling. Niet alleen herhaalt hij daarmee de zelfspot die hij ook in Bonsai al verwoordde – maar gaat daar ook nog eens overheen.

Voor het scheppen van een bevreemdende kloof tussen wat de wereld is en wat ze lijkt, heeft de Chileense schrijfster Paulina Flores (1988) geen tekstexperimenten nodig. In de negen verhalen tellende debuutbundel Een beschamende vertoning contrasteert de werkelijkheid steeds weer met wat ze had kunnen en misschien wel had moeten zijn. Gefnuikte verwachtingen, door het leven vernederde personen: vaak zijn het de vaders van de hoofdpersonages die wegdeemsteren in mislukking, werkloosheid, gevangenisstraf en verlies aan zelfrespect.

Knap zet Flores in het eerste verhaal de toon. Een werkloze vader wordt door zijn dochtertjes meegetroond naar een castingbureau, en daar blijkt men niet hém voor de fotoshoot op het oog te hebben maar de twee meisjes. Rond dergelijke ontgoochelingen draaien bijna alle verhalen. Een serveerster die zich afzijdig houdt van gesjoemel op het werk en plots beseft op haar eigen manier haar integriteit te hebben verraden. Een meisje dat haar lelijke moeder verloochent door haar mooie tante als haar mama aan te wijzen – en daar bitter spijt van krijgt.

Alleen in het slotverhaal waagt Flores zich aan vormexperimenten door twee verhaallijnen door elkaar te laten lopen en het ik-perspectief af te wisselen met dat van ‘zij’. Helemaal geslaagd is dat niet. Haar trefzekere evocatie van het onbehaaglijke onder het alledaagse in haar andere verhalen bewijst dat zij dat ook niet nodig heeft.

    • Ger Groot