Beschuldigingen van Machtsmisbruik

OM onderzoekt theatermaker Jan Fabre

De Belgische theatermaker en beeldend kunstenaar Jan Fabre wordt door twintig dansers, ex-medewerkers en oud-stagiairs van seksisme, machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag beschuldigd. Er zou sprake zijn van wantoestanden bij Fabres gezelschap Troubleyn, zo schrijven zij in een brief die donderdag is gepubliceerd door het Vlaamse cultuurblad Rekto:verso.

De Vlaamse minister Sven Gatz (Cultuur, Open VLD) laat de beschuldigingen onderzoeken. Ook het Openbaar Ministerie in Antwerpen laat weten dat de inspectie, of de politie, een onderzoek gaat doen.

Acht (ex-)medewerkers ondertekenden de brief met naam, twaalf deden dat anoniem. Vernedering is dagelijkse kost, schrijft de groep. „In het bijzonder vrouwelijke lichamen zijn het mikpunt van pijnlijke en vaak openlijk seksistische kritiek.” Ook gaf Fabre zijn dansers bijnamen die „onmiskenbaar denigrerend en racistisch zijn”. Een performer die vijftien jaar geleden met Fabre werkte, stelt: „Toen al gold uiteindelijk het principe: geen seks, geen solo.”

Aanleiding voor de brief is een uitzending van omroep VRT eind juni, waarin Fabre vertelt dat hij naar een danser schreeuwde omdat ze te dik was geworden. Volgens de briefschrijvers ging het om langdurige vernederingen. De vrouw barstte uiteindelijk in tranen uit.

Fabre en zijn gezelschap ontkennen de beschuldigingen. „Het is geen geheim dat Fabre een uitgesproken karakter heeft en direct kan overkomen als regisseur. Dat betekent echter niet dat er ook sprake is van grensoverschrijdend gedrag.” (NRC)

    • Meike Bergwerff