Survival te paard, een avontuur in Canada

Trektocht Twaalf dagen te paard door Canadese bergen leek al best stoer. De bonus: beren, bosbrand en een weggevaagd pad. Maar mooi!

Into the Wild: zeven vrouwen, elf paarden en een hond op trektocht. Foto Kristin Noack

‘Niet omlaag kijken. Houd je ogen op het paard voor je.” Gids Zoe Dorhout duwt haar cowboyhoed nog wat steviger op haar hoofd terwijl ze haar zwarte quarter horse over de bergkam stuurt. Tot dan toe is de tocht door de Canadese Coastal Mountains vrij gemoedelijk verlopen. De smalle rotspaadjes leidden weliswaar langs diepe afgronden en woest kolkende rivieren, maar ze waren in ieder geval begaanbaar. Nu staan we met onze karavaan van elf paarden plots halverwege een steile berghelling en is er niets wat nog op een wandelpad lijkt.

Mijn voskleurige merrie Tiny Toes aarzelt geen moment en stort zich op de kiezelhelling. Bij iedere pas die ze doet, voel ik haar benen omlaagglijden. Stenen rollen de diepte in en worden direct van bovenaf weer aangevuld door nieuw grind. Het geluid van de constante kiezelregen is huiveringwekkend. Ik zie de paarden voor me door de steenmassa ploegen. Het heeft meer weg van zwemmen dan van stappen. Ik zoek houvast aan de knop van mijn cowboyzadel en durf nauwelijks nog te ademen. En dan, na een meter of zestig, bereiken we allemaal veilig de overkant.

‘Into the Wild’, zo heet de twaalfdaagse trektocht die ik bij Bracewell’s Alpine Wilderness Adventures heb geboekt. In de beschrijving had geruststellend gestaan dat deze kampeervakantie ook geschikt was voor beginners, omdat vanwege het rotsige terrein toch niet gedraafd of gegaloppeerd kon worden. Dat wordt een makkie, dacht ik nog, als door de wol geverfde ruiter. De grootste uitdaging, verwachtte ik, zouden het gebrek aan douche, wc en wifi zijn. Twaalf dagen je haren niet wassen, dat is pas een avontuur.

Maar zodra ik voet zet op het vliegveld van Williams Lake, zo’n vijfhonderd kilometer ten noorden van Vancouver, wordt duidelijk dat de wildernis hier wel degelijk serieus te nemen is. In de vier uur die we over Highway 20 westwaarts rijden richting de Bracewell Lodge, komen we welgeteld tien auto’s tegen. Met iedere kilometer die we wegrijden van de bewoonde wereld lijken we iets achter te laten. Het mobiele bereik is bij de stadsgrens van Williams Lake al opgehouden. Na een tijdje verdwijnt ook de belijning van de snelweg. De laatste zestig kilometer is er zelfs geen asfalt meer.

Waar de weg eindigt, ligt de Bracewell Lodge, een immense houten vesting die door eigenaar Alex Bracewell en zijn familie eigenhandig van dikke naaldbomen is gebouwd. De veranda biedt zicht op de ruim 3.000 meter hoge sneeuwtoppen die we straks te paard zullen gaan beklimmen. Binnen zijn de wanden gedecoreerd met huiden van beren, wolven en poema’s. Het zijn de jachttrofeeën van Alex’ moeder, de 96-jarige Gerry Bracewell, die in deze regio een levende legende is. Ze was de eerste vrouw in British Columbia die zich officieel jachtgids mocht noemen. Ze schreef diverse boeken over haar leven als cowgirl in het Canadese Westen. In 2004 werd ze in de BC Cowboy Hall of Fame geëerd als ‘Pioneer Rancher’.

Berenspray

De locatie van de Bracewell Lodge, aan het eind van de Tatlayoko Valley, vond Gerry Bracewell toen ze in de jaren zeventig in haar eentje te paard op elanden aan het jagen was. Ze zag potentie in het vlakke, vruchtbare land en liet haar zoons de bomen rooien, zodat er weides voor de paarden ontstonden. Zij was het die de bergtoppen hun namen gaf en die de paden baande waar we de komende dagen overheen zullen rijden. Zij creëerde de kampen waar we onze tenten zullen neerzetten.

De ‘Into the Wild’-trektocht wordt al sinds jaar en dag iedere zomer georganiseerd, maar dit is de eerste keer dat Alex Bracewell niet meegaat. Zijn Nederlandse vriendin Zoe Dorhout, die hier sinds zes zomers verblijft, zal de tocht begeleiden. Op de ochtend van vertrek krijgt ze nog de laatste instructies over de route. En dan gaan we: zeven vrouwen tussen de 21 en 45 jaar oud, elf paarden en een hond. We zijn gewapend met kapmessen, een kettingzaag, berenspray en een satelliettelefoon, die in geval van nood een helikopter kan oproepen. Op de vier pakpaarden zijn onze slaapzakken, tenten, eten plus een indrukwekkende hoeveelheid wijn en whisky hoog opgetast.

De eerste dag zitten we zo’n zes uur in het zadel en klimmen we door de dichte naaldbossen omhoog. Soms zijn er doorkijkjes naar Bob Ross-achtige landschappen met rood verkleurende bomen en onwaarschijnlijk blauwe gletsjermeren.

Net voordat de zon achter de bergen verdwijnt, bereiken we het eerste kamp. Dat is luxer dan ik had verwacht. Er is een verhoogde kookplaats van hout en stenen. Er hangt zelfs een afdruiprekje in de boom. En diep in het bos is een ‘outhouse’ gebouwd, met een heuse wc-bril op een houten plank. Maar er zijn ook verontrustende tekenen van indringers. Pal voor de buiten-wc heeft een beer een verse, met bessen gedecoreerde drol achtergelaten. Grijnzend wijst Zoe Dorhout naar de boom naast de kookplaats, waar een grizzly zijn nagels in heeft gezet. Als ik op mijn tenen sta, kan ik net mijn vingers in de krassen leggen.

Ik doe geen oog dicht en voel voor het eerst in mijn leven intense heimwee. Wat doe ik hier, als stadsmeisje in de wildernis? De pepperspray ligt naast mijn hoofdkussen. Bij ieder geritsel schiet ik rechtop en grijp ik ernaar. Steeds check ik mijn iPhone, om vervolgens te concluderen dat slechts een paar minuten verstreken zijn en er nog altijd ‘geen service’ is. De opluchting is groot als in de vroege ochtend de zon de tent opwarmt en ik het geruststellende gebries hoor van de paarden. Nacht één overleefd.

In de dagen die volgen, begin ik zowaar van het buitenleven te genieten. Het heeft wel iets, om te drinken uit beken en te baden in ijskoude bergmeertjes. Om je tent open te ritsen en besnuffeld te worden door een warme paardenneus. Om wakker te worden met uitzicht op bloemrijke alpenweides en gletsjers. Om hout te sprokkelen en vervolgens eieren met spek te bakken boven een kampvuur.

Aardverschuiving

Op de vijfde dag gaat het bijna mis. Voor het eerst laat de zon het afweten en hangt er een dreigende donkere mist rond de bergtoppen. Heel British Columbia wordt geteisterd door bosbranden, maar waar precies de brandhaarden zijn, is bij gebrek aan internet niet uit te zoeken. Zoals iedere ochtend bepakken we de paarden met de houten kisten, die nu snel lichter aan het worden zijn. Via zigzagpaadjes dalen we de berg af. Sommige zijn zo steil dat de paarden zich op hun kont naar beneden laten zakken. Als de rotsblokken steeds groter worden en de paarden steeds vaker struikelen, stappen we af en gaan we te voet verder.

In de klei van de opgedroogde beek achter de sauna zie ik verse sporen van een grizzlymoeder en twee welpjes

Opeens houdt het pad op. Een zomerstorm heeft de richel langs de bergwand weggevaagd. Zoe Dorhout probeert een andere route te vinden, maar de afgrond is te steil. Steeds glijdt ze naar beneden, zich met handen en voeten aan de klif vastklampend. Opeens besluiten de paarden haar toch te volgen. Drie bereiken er krabbelend de overkant. Maar het vierde paard, Big Mama, is topzwaar vanwege de bepakking en redt het niet. Ze slaat achterover en valt enkele meters lager op haar rug in de kloof. In de diepte klinkt gekraak. Even vrees ik dat er botten gebroken zijn, maar goddank zijn het de houten kisten. Ze is ongedeerd. De duffels met slaapzakken hebben haar val gebroken.

In de angstige uren die volgen, proberen we een nieuw pad uit de rotswand te hakken. We zadelen alle paarden af en brengen de bepakking te voet door de kloof naar de overkant. Ondertussen wordt de rook die over de bergkam dampt steeds donkerder. Het is twee uur ’s middags, maar het lijkt al te gaan schemeren. Mijn ogen branden en ik begin serieus te twijfelen of we levend van deze berg af zullen komen. Het voelt alsof ik de hoofdrol speel in een apocalyptische rampenfilm.

Lees ook: Wie gaat er nog op de bonnefooi op vakantie?

Na ruim drie uur zijn alle paarden weer bepakt. We vinden de oude ‘Goat Trail’, die naar een verlaten kopermijn uit de jaren dertig leidt en die ons rechtstreeks naar het dal zal voeren. Met iedere stap omlaag wordt de rook minder. We durven te juichen, we gaan het redden. Maar dan opnieuw een tegenslag: een aardverschuiving heeft het pad weggevaagd. Weer moeten we afstijgen en een alternatieve route zoeken. We duwen rotsen opzij en hakken met kapmessen takken van de bomen, zodat de paarden erdoor kunnen. Met onze schoenpunten schoppen we nieuwe zigzagpaadjes uit de zachte steenlaag. Dit keer werkt ons team als een geoliede machine en slagen we er binnen een uur in de overkant te bereiken.

Beneden, in Copper Creek Camp, wacht de beloning. Alex Bracewell verwelkomt ons met koud bier en schone was, die hij per boot heeft aangevoerd. Ook heeft hij het vuur opgestookt in de houtsauna. Er is warm water om mijn haren mee te wassen. Het voelt weldadig. In de klei van de opgedroogde beek achter de sauna zie ik verse sporen van een grizzlymoeder en twee welpjes. Het deert me niet meer, ik voel me onoverwinnelijk.

De tweede helft van de tocht verloopt als een droom. We rijden langs ijsvelden en dwars door rivieren. Het landschap is zo onwerkelijk mooi dat het gefotoshopt lijkt. We zien berggeiten en marmotten. We versieren het kamp met vlaggetjes en ballonnen op de dag dat Zoe dertig wordt en toveren een Hollandse appeltaart tevoorschijn. We delen stoere verhalen bij het kampvuur, maar klagen ook over gebroken nagels en stoppelige oksels.

Lees ook: Zo kies je zonder stress de perfecte vakantiebestemming

De apotheose wacht aan de oevers van Tatlayoko Lake. Daar ligt een houten vlot van zo’n vijf bij twintig meter, waarmee we naar huis zullen varen. Voor de laatste keer zadelen we de paarden af, die ongedurig wachten tot ze het vlot op mogen. Ze kennen de snelste weg naar huis. Terwijl de zon opkomt, dobberen we in een uur naar de overkant. We laten de paarden los, die één voor één het kiezelstrand op springen en naar de lodge galopperen.

„Jullie zijn de eerste groep die de trail heeft volbracht zonder een lid van de Bracewell-familie”, zegt Alex Bracewell met vaderlijke trots, als we in de auto zitten en slippend over de modderpaden scheuren. Uit de speakers schalt de eerste muziek die ik in twaalf dagen tijd hoor: ‘You can go your own way’ van Fleetwood Mac. Weer heb ik het gevoel in een film te zijn beland. Dit keer is het een feelgoodmovie.

De trektocht Into the Wild is te boeken via Trailfinders, een reisorganisatie die wereldwijd avontuurlijke paardrijvakanties aanbiedt. Inl: horseholiday.com. Een overnachting bij Bracewell’s Alpine Wilderness Adventures is te boeken via Booking.com en kost ongeveer 58 euro.

    • Sandra Smallenburg