Opinie

    • Ellen Deckwitz

Randjes

Onlangs werd ik wakker met rouwrandjes onder mijn nagels. Ik had een deel van de nacht doorgebracht bij de minnaar en schrok. Waren mijn nagels al vuil geweest toen ik bij hem in bed stapte? Het zat me extra dwars omdat ik me de laatste tijd niet zo goed voel. Er is een somberte die nogal wat werkgeheugen inneemt. Seks is een van de laatste dingen waarbij vallen nog op vliegen lijkt. Straks had de minnaar de rouwrandjes gezien en wilde hij niet meer met me naar bed. En dat terwijl hij mijn lijf net een beetje begon te snappen.

Paniekerig belde ik mijn beste vriend die me gelukkig meteen keihard uitlachte.

„Ik heb daar nog nooit een kerel over horen klagen”, zei hij. „Bovendien: iedereen heeft na seks toch rouwrandjes? Na wat stoeien blijven er altijd stof en huidcellen onder je nagels achter.”

Ik hing op en schraapte het vuil weg met de hoekjes van mijn laatste bundel. Zo’n rouwrandje was niet meer dan een klein stukje van je geliefde. Voor de verwijdering ervan had je niet eens een superscherp voorwerp nodig.

Eigenlijk best een mooi beeld, zo’n randje, dacht ik. Alsof er in je vingertop een donkere zon ondergaat. Of wacht. Alsof je de hele nacht in een tuin hebt gewerkt. Of wacht. Rouwrandjes zijn eigenlijk feestrandjes, want je hebt even je lichaam gedeeld. Je bent even niet alleen geweest in het donker. Of nog beter: je nagel groeit over het donker heen, alsof je lichaam het zwarte bedekt om je te beschermen.

Terwijl het ene na het andere beeld in me opkwam, stapte ik onder de douche. Het water werd een mantel van warm water. Op de vloer vormden zich kleine archipellen van zeepbellen. Kom op Deckie, dacht ik. Als je door het vuil onder je nagels het ene na het andere beeld kan bedenken, is dat hoofd van je niet alleen maar een vat vol asfalt. En inderdaad: mijn omgeving raakte zachter, tederder, makkelijker om in te leven.

De stoom die opsteeg in de douchecabine werd een boze geest die ik van me had afgespoeld. De spiegel besloeg en veranderde in een raam van maansteen. Even leek het alsof het wel meeviel, dat bestaan. Ik kon mijn stemming misschien niet altijd kiezen, maar ik beschikte wel over de verbeelding om er à la Hendrik Groen nog wat van te maken. Tevreden droogde ik me af. Ik heb de rest van de dag nog heel lang van mezelf gehouden.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz