‘President van de rijken' Macron probeert nu de armen te helpen

President Macron verliest snel aan populariteit. Met een ambitieus programma voor armoedebestrijding hoopt hij zich te revancheren in de ogen van veel Fransen.

De Franse president Macron presenteert donderdag zijn nieuwe ambitieuze strategie tegen armoede. Foto Michel Euler/AP

„President van de rijken”: Emmanuel Macron, oud-bankier, maar in zijn leven langer ambtenaar en politicus, komt maar niet van het imago af dat hij vooral een van de mondialisering profiterende elite bedient. Zelfs in de door hem opgezette partij La République en Marche (LREM) klinkt steeds openlijker het verwijt dat de Franse president te weinig oog zou hebben voor sociaal beleid. Macron voelde zich „zowel links als rechts”, zei hij tijdens de campagnes. Maar in de populariteitspeilingen zijn de centrumlinkse kiezers die hem in 2017 steunden het eerst teleurgesteld afgehaakt. Inmiddels heeft nog maar 25 procent van de Fransen vertrouwen in Macron, becijferde het bureau Ipsos. Zelfs zijn voorganger François Hollande deed het op dit moment in zijn presidentschap beter.

Met een donderdag in het Musée de l’Homme in Parijs gepresenteerde nieuwe ambitieuze strategie tegen armoede hoopt Macron niet alleen het tij te keren, maar ook uit te leggen waarom hij anders opereert dan zijn voorgangers. Zoals hij dit voorjaar weigerde een speciaal ‘Marshallplan’ voor de banlieue op te zetten omdat dat volgens hem louter symptoombestrijding is, kwam hij ook nu met oplossingen die een langere adem vergen. „Dit is geen liefdadigheidsplan”, waarschuwde hij. „Het is niet bedoeld om iets beter in armoede te leven, maar om uit de armoede te komen.”

Dubbeltje wordt geen kwartje

Volgens de laatste cijfers van statistiekbureau Insee leven 8,8 miljoen van de 66 miljoen Fransen onder de armoedegrens van 1.026 euro per maand. En wie voor een dubbeltje geboren is, zal niet snel een kwartje worden: het duurt in Frankrijk, ondanks alle ‘republikeinse’ retoriek over gelijke kansen, gemiddeld zes generaties voor een kind uit een arme familie in de middenklasse komt, zei Macron in een bewogen toespraak tegenover mensen die net daarvoor publiek over hun precaire levens hadden verteld. Eerder deze week heeft de president zonder journalisten vijf uur doorgebracht in een centrum dat mensen in de banlieue helpt uit de armoede te komen. „Armoede mag niet als erfenis overgegeven worden”, zei hij.

Lees ook: Hoe Macrons revolutie er na een jaar voorstaat

Van de 8 miljard euro die de komende vier jaar volgens het Élysée extra beschikbaar is, zal daarom een groot deel besteed worden aan maatregelen voor kinderen: meer crècheplaatsen zodat kinderen niet geïsoleerd raken, geen taal- of sociale achterstand oplopen en ouders kunnen werken of solliciteren; gratis ontbijt en goedkope lunch op scholen in probleemwijken om te voorkomen dat kinderen met een lege maag zich niet kunnen concentreren en een verhoging van de leerplicht tot 18 jaar. Eerder werden op honderden scholen in achterstandswijken de klassen gehalveerd.

Waardig bestaansminimum

Maar meest opmerkelijk was zijn voorstel om in 2020 tot een „universeel inkomen voor activiteit” te komen. De details zijn nog niet bekend, maar het idee is dat meerdere uitkeringen samengevoegd worden om tot een „waardig bestaansminimum” te komen voor alle Fransen die onder een bepaald inkomen zitten. Toen de socialistische presidentskandidaat Benoît Hamon vorig jaar nog pleitte voor een universeel basisinkomen, was Macron een van zijn felste critici. In zijn eigen plan voor „een verzorgingsstaat van de 21ste eeuw” staat er verplicht „een activiteit” tegenover, bijvoorbeeld gemeenschapswerk. „Emancipatie, dat is weten dat als de natie je iets verschuldigd is, dat we haar er iets voor teruggeven”, aldus Macron.

Werk en sociale mobiliteit blijven twee belangrijke pijlers onder Macrons hervormingsbeleid. Maar de belangstelling daarvoor is de laatste maanden wat verslapt door een reeks affaires die direct raken aan het beoordelingsvermogen van de president.

Rake klappen

Vooral de zaak rond Élysée-medewerker Alexandre Benalla, die als waarnemer bij een politie-operatie op 1 mei rake klappen uitdeelde, kwam in kringen rond Macron hard aan. Tijdens urenlange hoorzittingen van twee parlementaire enquêtecommissies bleef onduidelijk wat precies zijn rol was en waarom Macron hem zo snel zo veel vertrouwen heeft gegeven. De Assemblée Nationale, de Franse Tweede Kamer, heeft zijn onderzoek inmiddels stopgezet en Macron heeft een deel van zijn staf vervangen. Maar de door de rechtse oppositie gedomineerde Senaat heeft de verhoren deze week hervat en voor volgende week Benalla zelf opgeroepen. Dat belooft explosief te worden.

Meteen na de zomervakanties volgde het abrupte aftreden van de populaire minister van Milieu Nicolas Hulot, en daarna dat van de minister van Sport. Maar waar Macron zich de laatste weken vooral zorgen over maakt is de tegenvallende economische groei. Die blijft volgens Insee dit jaar steken op 1,7 procent, vooral als gevolg van de hoge olieprijs en een mogelijke handelsoorlog. De regering van premier Édouard Philippe heeft de begroting voor 2019 moeten aanpassen, onder andere door uitkeringen niet met de inflatie te laten meestijgen. Dat versterkte andermaal het beeld van Macron als „president van de rijken”. Het is de vraag of het armoedeplan daar meteen verandering in brengt. De linkse oppositieleider Jean-Luc Mélenchon noemde het door Macron gelanceerde basisinkomen donderdagmiddag „universeel corvee”.

    • Peter Vermaas