Paulien Cornelisse laat Japan zien, maar niet ‘dat gekke Japan’

Televisie Paulien Cornelisse maakt de reisserie Tokidoki. Over één zijn met de natuur, en de schoonheid van vergankelijkheid. Maar ook over stille opstand.

Columnist en cabaretier Paulien Cornelisse wil de clichés over Japan vermijden. VPRO

Terwijl Paulien Cornelisse de laatste hand legt aan haar vierdelige reisserie over Japan, gaat het er ruig aan toe in het keizerrijk. Op het moment van het interview raast de orkaan Jebi en een paar dagen later treft een krachtige aardbeving het noordelijke eiland Hokkaido. De Japanners zijn nog nauwelijks bekomen van de extreme hitte, aardverschuivingen en overstromingen eerder deze zomer. „Dit is inderdaad niet de beste tijd van het jaar om naar Japan te gaan”, beaamt Cornelisse.

De Japanners hebben leren leven met hun onstuimige omgeving. In Sakurajima, in het zuiden, zag Cornelisse hoe onvermijdelijk de plaatselijke vulkaan is voor de inwoners. „Zo’n 600 keer per jaar actief. De kinderen gaan er met helmpjes op naar school, er zijn een soort bushokjes speciaal om te schuilen als er een hevige uitbarsting is. Japanners worden dagelijks met de gevaren van de natuur geconfronteerd.” Ze wijst er op dat de natuur de inspiratie vormde voor de oorspronkelijke godsdienst, het shintoïsme, waarin natuurgeesten worden aanbeden.

De liefde voor de natuur is onderwerp van de eerste aflevering van de reisserie Tokidoki (dat betekent ‘soms’) die cabaretière en columniste Cornelisse (1976) voor de VPRO maakt. In één van de dichtstbevolkte landen ter wereld gaat ze op zoek naar ‘yūgen’; het gevoel één te zijn met de natuur. Dat doet ze onder meer onder een waterval, in een bostherapiesessie en in het nucleaire Fukushima.

Ze ging op judo

Voor de Britse reisserie over Japan zette ITV twee jaar geleden Joanna Lumley in (Absolutely Fabulous, De Wrekers). Zij reisde van noord naar zuid. Cornelisse ‘doet’ Japan in vier thema’s; naast ‘yūgen’ in chronologische volgorde ‘otenba’ (vrij vertaald: opstandig), ‘giri (bij elkaar in het krijt staan), en ‘mono no aware’ (de schoonheid van de vergankelijkheid’). De Japanners die ze treft, laat ze die begrippen in hun eigen woorden omschrijven. Cornelisses voordeel ten opzichte van Lumley: ze spreekt Japans, en dat stelt de doorgaans gesloten Japanners soms (tokidoki) zichtbaar op hun gemak.

Gefascineerd door Japan is Cornelisse al sinds haar kindertijd. Ze vermoedt dat het begon met een poster van een houtsnede van Utamaro, boven het bed van haar ouders. Ze was zes toen ze op school een project over Japan maakte, en daarbij de naam Emiko aannam, een veelvoorkomende Japanse meisjesnaam. „Als kind at ik ook een keer sushi. Dat vond ik vies maar dat zorgde er alleen maar voor dat ik dat land nog exotischer vond.” Ze ging judoën en vond het heerlijk een sport te beoefenen waarin Japanse gebruiken in acht moeten worden genomen en waarin Japanse woorden worden gebruikt, zoals tatami, ippon en sutemi.

Haar liefde voor Japan resulteerde in een uitwisseling met een Japanse universiteit die haar twintig jaar geleden in Hiroshima bracht. Voordat ze de tv-serie maakte, keerde ze sindsdien maar één keer naar Japan terug. „Omdat het te duur was er vaker heen te gaan. Als je gek bent op Engeland, is het toch net iets makkelijker.”

Feministe gooit tafeltje omver

Onlangs sprak premier Shinzo Abe de ambitie uit dat er in 2020, het jaar van de Olympische Spelen in Tokio, 40 miljoen bezoekers naar Japan komen; 10 miljoen meer dan er dit jaar worden verwacht. Wellicht dat Cornelisse met haar serie een bijdrage kan leveren aan het verwezenlijken van Abes ambitie. „Maar het is niet alleen maar positief wat ik laat zien; er gebeuren in Japan ook dingen waar je tegen kunt zijn. Zo worden vrouwen veel meer achtergesteld dan hier.”

We zien Cornelisse in het gezelschap van feministen die bij elkaar komen en een tafeltje omver gooien en dan „iets feministisch” roepen. „Ik zei dat ze dat thuis moesten doen. Maar dit waren vrouwen die letterlijk hun stem niet durven te verheffen.” Ze sprak „een vrouw zoals ik” die echter elke ochtend om 4 uur opstaat om tot 5 uur een uurtje voor zichzelf te hebben voordat ze de lunch voor haar man gaat klaarmaken en daarna naar haar werk gaat. „Nee”, zegt Cornelisse desgevraagd, „de volgende dag is het niet andersom.”

Tokidoki levert een bijzonder beeld op van Japan, dat verder gaat dan het doorsnee reisprogramma. „Je zult me niet horen zeggen dat het een land van tegenstellingen is, omdat dat een pseudoverklaring is”, zegt Cornelisse. „Ik wilde ook niet dat gekke Japan laten zien – daar heb ik wel voor gewaakt.” Tokidoki, geregisseerd door Jelle Brandt Corstius, is de clichés voorbij.

    • Ward op den Brouw