Ongelukkig van te veel opties, dit is FOBO (plus: wat je er tegen kan doen)

Keuzestress Hoe meer opties, hoe besluitelozer en ongelukkiger je kunt worden. Dat verschijnsel heet nu FOBO: de angst om nooit het goede te kiezen.

In de westerse wereld hebben we heel veel te kiezen, zo zijn er bij de supermarkt alleen al twintig verschillende aardbeienjams. Illustratie NRC

Een relaxed avondje thuis met een film begint bij mij met een paar moeilijke keuzes. Uit een bijna onuitputtelijke bron van mogelijkheden moet ik kiezen wat ik wil. Eerst: Wat zal ik eten? Even kijken op de receptensite waar ik 144 categorieën vind voor het avondeten. Heb ik zin in comfort food, iets Aziatisch, een eenpansgerecht of maakt het niet uit zolang er maar ananas in zit? Ik scroll door de maaltijden, goede kanshebbers open ik in een nieuw tabblad en ondertussen zoek ik naar betere opties.

Dilemma twee: een film kiezen. Maar welke? Een van die meer dan 3.000 titels op Netflix? Terwijl ik minutenlang door het aanbod scroll vraag ik me af: staat er eigenlijk nog wat op Pathé Thuis? Dwangmatig blijf ik de één na de andere film bekijken in de hoop de perfecte voor deze avond te vinden, maar tevergeefs. Uiteindelijk geef ik het op en pak – na een vergelijkbaar vermoeiende zoektocht – het boek waar ik een paar dagen geleden in begonnen ben.

Op zo’n avond ben ik meer dan een uur zoet met keuzes maken, 1/5de van de vrije tijd die avond. Herkenbaar? We zijn niet alleen. Dit is FOBO, fear of better options. The New York Times schreef er deze zomer over, net als andere Amerikaanse media. Een paar jaar geleden werd de term FOMO (fear of missing out) al gemunt, de angst om belangrijke dingen te missen, zowel in de online- als offlinewereld. FOBO is het dwangmatig blijven zoeken naar de beste optie. Het is een nieuwe term voor een oud probleem: keuzestress.

Nu is een avondje twijfelen thuis misschien geen serieus probleem, maar FOBO kan ook spelen bij belangrijke keuzes, zoals de keuze voor studie, beroep, partner en zorgverzekering.

277 tv’s, 56 verschillende polissen

In de westerse maatschappij hebben we heel veel, en steeds meer, te kiezen. In een grote elektronicawinkel kan ik kiezen uit 277 televisies en 269 hifi-sets. Voor de zorgverzekering moet ik de beste kiezen uit 56 verschillende polissen. Via apps als Tinder dienen talloze potentiële dates zich aan. En bij Albert Heijn moet één van die twintig soorten aardbeienjam toch wel het beste bij mij passen.

Die overvloed lijkt ideaal en rationeel gezien is meer keuze ook beter. Wie opeens kan kiezen uit vier soorten jam in plaats van twee is beter af, is de gedachte. Toch blijkt uit verschillende onderzoeken dat mensen ongelukkig kunnen worden van te veel opties.

Lees ook: Zo kies je zonder stress de perfecte vakantiebestemming

Het is wat de Amerikaanse psycholoog Barry Schwartz de paradox van keuzes noemt, of excess of choice. Hij onderzoekt al jaren de link tussen economie en psychologie en schreef in 2004 het boek The Paradox of Choice. Keuzevrijheid is goed, maar die kan er volgens hem ook voor zorgen dat mensen gedemotiveerd, verlamd en gestresst raken. Zo vertelt hij regelmatig over een onderzoek naar pensioenpolissen onder ongeveer één miljoen werknemers bij een Amerikaanse beleggingsmaatschappij. Wat bleek: als de werkgever meer verschillende polissen aanbood, waren werknemers minder geneigd er één te kiezen. Bij vijftig verschillende polissen waren er 10 procent minder inschrijvingen dan bij vijf polissen. Werknemers bleven bij meer mogelijkheden de beslissing voor zich uit schuiven, ondanks dat het over hun eigen toekomst ging.

We kunnen wat leren van de satisficers. Mensen die blij zijn met ‘goed genoeg’

Sommige mensen willen elke optie wegen. Zoals ik bleef scrollen door de recepten, ondanks dat al enkele goede opties gepasseerd waren. Ik bleef zoeken naar een gerecht dat makkelijker, gezonder, goedkoper was. In onderzoeken worden mensen met FOBO maximisers genoemd. Ze zijn ervan overtuigd dat die perfecte optie ergens moet zijn. Ze zoeken langer door en zijn vaker ontevreden met de uiteindelijke keuze, want ze twijfelen achteraf of ze wel de juiste beslissing hebben genomen. Als ze inderdaad ondanks die hele zoektocht een slechte aankoop doen geven ze zichzelf de schuld: hoe krijg je het voor elkaar om uit 300 spijkerbroeken niet de goede te kiezen? Om deze redenen denkt Schwartz dat mensen in het algemeen beter af zijn met wat minder mogelijkheden.

Is het realistisch te verwachten dat bedrijven ons te hulp schieten? Netflix brengt dit jaar 700 nieuwe films, documentaires en series uit, bovenop het andere uitdijende aanbod. In steden komen er eerder meer grote winkels bij dan dat het er minder worden. Mediamarkt kondigde vorig jaar december nog aan dat er binnen Nederland ruimte is voor nog meer grote zaken. En als je het daar niet vindt, kun je terecht bij talloze webwinkels, de Chinese webshop Alibaba adverteert trots dat ze ‘50 miljoen kwaliteitsproducten’ aanbieden.

Tevreden met ‘goed genoeg’

Hoe voorkom je dan wel dat je eindeloos recepten bekijkt, of alle spijkerbroeken gaat passen? We kunnen leren van wat wetenschappers satisficers noemen. Mensen die blij zijn met ‘goed genoeg’, eerder kiezen en tevredener zijn met hun keuzes. Nu is niemand altijd maximiser of satisficer (iemand die de beste tv wil kiezen is misschien wat minder kieskeurig bij het avondeten), maar hoe wordt iemand met FOBO iets meer een satisficer?

Kwel jezelf niet door te denken aan opties die je niet koos

Arne Roets, professor sociale psychologie aan de universiteit van Gent

Arne Roets, professor sociale psychologie aan de universiteit van Gent deed meerdere (internationale) onderzoeken naar keuzestress. Zijn advies om FOBO tegen te gaan: „Stel jezelf bij elke keuze vooraf de vraag: is het belangrijk? Als dat niet zo is, zoals bij het kiezen van een film, experimenteer dan eens, door zomaar een film te kiezen. Blijkt die slecht te zijn, dan ben je hooguit twee uur van je leven kwijt, die je anders misschien toch wel kwijt was aan het keuzeproces.”

Onze jaren op de middelbare school zijn heel voorspellend, zegt hoogleraar Mitch Prinstein. Lees ook: Je komt nooit meer van de middelbare school af

Bij belangrijkere keuzes stelt Roets een stappenplan voor: „Stel vooraf een paar criteria op. Zo besluit je voor jezelf wat goed genoeg is. Als je hebt gevonden wat voldoet aan die criteria, stop dan met zoeken. En beperk jezelf tot enkele opties.” Zoek je bijvoorbeeld een een nieuwe zorgverzekering, maak dan eerst een lijstje met zaken waaraan de verzekering moet voldoen. Bekijk vervolgens maximaal vijf verschillende opties. De beste van die vijf kies je. En tot slot, adviseert Roets: „Weersta de verleiding om terug te kijken. Het levert niets op om jezelf te kwellen met gedachten aan de opties die je niet koos.”

Dit is een lastige, niet in de laatste plaats omdat je bijna elke aankoop kunt ruilen of omdat je zo kunt overstappen naar een andere leverancier, het keuzeproces is nooit echt over. Bedenk voordat je daaraan toegeeft of de aankoop ‘goed genoeg’ is. Een betere optie is er wellicht, maar wie genoegen neemt met ‘goed genoeg’ bespaart zich een nieuwe stressvolle zoektocht.

Terug naar het avondje thuis, waar ik de lessen in praktijk probeer te brengen. De keuze voor het avondeten acht ik belangrijk, dus stel ik een aantal criteria op: snel klaar, vegetarisch en betaalbaar. Het eerste gerecht dat hieraan voldoet neem ik (het werd Thaise roerbakschotel, lekker). Dan de film van de avond, voor mij geen belangrijke keuze, dus ik kies snel een film die ik niet ken. (Het werd High-Rise, iets te arty). In kort tijdsbestek had ik een avondprogramma bij elkaar. Tijd genoeg over om eens wat goede criteria op te stellen voor mijn zorgverzekering.

    • Diederik Huffels