Recensie

Mens en dier komen wél voor in de islamitische kunst

Beeldende kunst Een grote expositie in het Gemeentemuseum Den Haag toont de ambachtelijke verfijning van religieuze en wereldlijke voorwerpen uit de islamitische traditie.

Tegel met kalligrafie in reliëf (eretitels van opdrachtgever), Iran, 1200-1400, aardewerk, hoogte 42 cm, Gemeentemuseum Den Haag Foto Albertine Dijkema

Wie zei dat mensen en dieren volgens de islam niet mogen worden afgebeeld? Het wijdverbreide misverstand wordt overtuigend ontkracht in de fraaie expositie in het Haagse Gemeentemuseum van kunst uit de islamitische wereld. Neem bijvoorbeeld een pentekening van een dromedaris die in de achttiende of negentiende eeuw in Iran gemaakt is. Het dier wordt geleid door een bebaarde knecht en in de draagstoel bovenop zit een engel in de vorm van een gevleugelde man op de Perzische harp te spelen. Pas op het tweede gezicht valt op dat de dromedaris zelf, op een manier die doet denken aan werk van Giuseppe Arcimboldo of M.C. Escher, is samengesteld uit een massa figuurtjes van honden, katten, herten, vogels en mannetjes met muziekinstrumenten.

Pentekening, Maker: Ruhag, Iran, 18de – 19de eeuw, papier, inkt, verf, goud. Hoogte: 18,7 cm. Collectie Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen, Leiden

Het blad toont slechts een deel van alle dieren en mensen die zijn afgebeeld op vele miniaturen, schalen, tegels en houten deuren in de expositie. Die laten zien dat, in de lange geschiedenis sinds het ontstaan van de islam in de zevende eeuw, op verschillende manieren werd omgegaan met het veronderstelde beeldenverbod in het grote gebied waar de religie werd of wordt beleden en in de ongebreidelde variatie die haar vormentaal kenmerkt. Evenmin overigens als in het joden- en christendom, heeft dat binnen de islam ooit dogmatisch vastgestaan. De discussie spitste zich vooral toe op het gevaar van afgoderij en het steken naar de kroon van de goddelijke schepper.

Ambachtelijke verfijning

Toch maakt de tentoonstelling ook duidelijk dat de natuurgetrouwe uitbeelding van de mens in schilderijen of sculpturen, zoals die in de westerse kunst zo’n centrale rol speelt, binnen de wereld van de islam nu niet bepaald het hoogste doel vormt. Veeleer gaat de aandacht uit naar de rijke traditie van ambachtelijke verfijning die bijvoorbeeld aardewerk, borduursel en glaskunst kenmerkt. Voorwerpen bestemd voor zowel religieus als wereldlijk gebruik kenmerken zich door abstracte decoratiepatronen, vloeiende geometrische of florale motieven en gekalligrafeerde Arabische teksten. Die teksten zijn zo verregaand gestileerd dat de ornamentele kwaliteit de inhoudelijke lijkt te overtreffen.

De expositie toont zo’n driehonderd voorwerpen die zijn ontstaan tussen 900 en 1900 in het uitgestrekte gebied dat met een verouderde en weinig precieze term ‘de islamitische wereld’ wordt genoemd. Op verschillende momenten in de geschiedenis maakten daar landen in Noord-Afrika en in het Midden-Oosten deel van uit, tot China aan toe. De tentoonstelling bevat dan ook objecten uit bijvoorbeeld het vroegere islamitische Andalusië in Zuid-Spanje, uit Marokko, Egypte en Turkije. Opvallend genoeg zijn er ook een paar op islamitische voorbeelden geïnspireerde vazen bij uit Genua en Faenza in het hardnekkig katholieke Italië, en wordt juist een ondergeschikte rol gespeeld door Saoedi-Arabië waar toch de heilige steden Mekka en Medina liggen. De keuze voor de geëxposeerde werken is bepaald door de samenstelling van de eigen collectie van het Haagse museum. Daarin ligt de nadruk onmiskenbaar op voorwerpen uit Iran, het land waarvan een veel langere kunstgeschiedenis nu wordt getoond in een expositie in Assen.

Met tweehonderd voorwerpen uit het Nationaal Museum in Teheran toont Drents Museum de geschiedenis van duizenden jaren menselijk vernuft in Iran. Lees ook: Iraanse verfijnde sieraden en aardewerk, millennia oud

De relatie met Nederland wordt in de catalogus uitvoerig kracht bijgezet door in Nederland levende schrijvers, koks, musici en anderen met wortels in de cultuur van de islam te laten reflecteren op een werk in de expositie. En andersom is er een onderhoudend brieventasje uit 1704, dat vroege handelsbetrekkingen tussen het Osmaanse Rijk en de Republiek der Nederlanden weerspiegelt. Het geborduurd lederen omslag is op de ene kant voorzien van een zwierig opschrift met de naam van de Turkse stad Constantinopel, terwijl op de andere de onverschrokken klinkende Nederlandse naam prijkt van ene Jacobus Onversaaght.

    • Bram de Klerck