Mannen kunnen niet kaartlezen

Japke-d. Bouma onderzoekt wekelijks de verschillen tussen mannen en vrouwen. Zijn ze kleiner of groter dan we denken? Deze week: kaartlezen.

Mijn hele leven hoor ik al dat vrouwen niet kunnen kaartlezen en dat mannen niet kunnen praten. Nou ja, relatief dan, als je de seksen vergelijkt. Ik heb me daar altijd nogal over verbaasd, want de mannen in mijn omgeving kletsen me altijd de oren van het hoofd, mijn moeder leest altijd kaart en mijn vader neemt overal de verkeerde afslag. Hij heeft geen enkel geografisch benul.

Weet je wie er trouwens absoluut geen geografisch benul had? Columbus. Die dacht dat hij India bereikt had toen dat achteraf Amerika bleek te zijn. Als hij gewoon de weg had gevraagd, was Amerika nooit ontdekt en was ons dat hele circus bespaard gebleven. Maar ja, mannen vragen de weg niet, dat hoor je ook vaak en dus zwierf Columbus jaren rond en toen hij weer thuis was had hij de grootste praatjes.

Maar goed trouwens, dat Columbus een man was. Je moet er toch niet aan denken wat er gebeurd was als hij een vrouw geweest was. Dan was ze vast uitgelachen omdat ze verkeerd gereden was. Goddank heet dat bij mannen ‘avontuurlijk’ en ‘ondernemend’. En zo werd Columbus een ‘ontdekker’.

Toch klopt er wel iets van het cliché dat mannen beter kunnen kaartlezen, zegt Jelle Jolles als ik hem erover bel. Hij is hoogleraar neuropsychologie aan de VU en doet onderzoek naar de schoolprestaties van jongens en meisjes. Jongens hebben gemiddeld meer aanleg om hun ruimtelijke vaardigheden te willen ontwikkelen, bij meisjes is er gemiddeld meer aanleg om met taal aan de slag te willen gaan.

Maar pas op, de verschillen zijn klein, er is veel verschil tussen mannen en mannen en vrouwen en vrouwen, maar belangrijker: de prestaties zijn altijd een momentopname. Het brein past zich voortdurend aan de omstandigheden aan, maar bovenal bepaalt de omgeving wat eruit komt.

Weet je wie er trouwens absoluut geen geografisch benul had? Columbus

Als een meisje wordt gestimuleerd in bomen te klimmen en op crossfietsjes te fietsen leert ze ook veel beter afstanden in te schatten – de basis van de wiskunde, zeg maar. Omgekeerd geldt dat als een jongen wordt gestimuleerd te praten, hij ook meer aandacht krijgt voor taal en menselijk contact.

Lees ook: Hooligans? Dat zijn altijd mannen

Wat niet helpt, zegt Jolles, is dat meisjes in de puberteit gemiddeld meer zelfinzicht hebben dan jongens – als ze denken niet goed te zijn in wiskunde of natuurkunde, laten ze het sneller vallen. Jongens zijn gemiddeld ondernemender, worden meer gepusht te presteren en halen de taalachterstand met meisjes vaak wel weer in. En zo blijven de meisjes uiteindelijk achter, zegt Jolles.

Ik vond het zelf stiekem eigenlijk wel overzichtelijk, om tegen de mannen in mijn leven te zeggen: zeg jij maar welke kant ik op moet, dat kan jij beter – dan kon ik even mijn nagels vijlen in de auto. Nu blijkt dus dat ik alsnog prima kaart kan leren lezen.

Maar ook de TomTom heeft de wereld een stuk minder romantisch gemaakt en de man van zijn rol als kompas beroofd – tegenwoordig kan echt iedereen de weg vinden. Ik vind dat jammer. Je hebt in de auto toch zelden meer het gevoel dat je een man nodig hebt?

Ik heb trouwens liever een man zonder navigatie of welke kennis dan ook. Een man met wie je in Pamplona uitkomt als je eigenlijk onderweg was naar de Praxis, dat is toch schitterend. Want wat is er nou opwindender dan samen de afslag missen?

Hoe zit dat nou met de verschillen tussen mannen en vrouwen? Tips via @Japked op Twitter.

    • Japke-d. Bouma