Wat als je met virtual reality een ‘MH17 Experience’ kan maken?

VR Techbedrijven willen onze werkelijkheid verbeteren. Maar virtual reality heeft consequenties waar we nu al over moeten nadenken, vindt Christiaan Weijts. Wat doe je met een Undress App of doden die rondspoken?

Illustratie Tammo Schuringa

Stel dat je elke gewenste bedpartner zomaar op straat mag uitkiezen. Er is een verhaal van Vladimir Nabokov, in 1926 geschreven in Berlijn, dat met dat idee speelt. Erwin, een „ziekelijk verlegen” jongen, durfde alleen vanuit de tram „openlijk en ongegeneerd naar passerende meisjes te kijken”. Die sloeg hij dan op in zijn geheugen, „zijn fabuleuze harem”, waar hij ’s avonds mee aan de slag ging. „Zo verzamelde Erwin zijn slavinnen. En dat is de verbeelding – de exaltatie en extase van de verbeelding!”

Op een dag ontmoette hij een meisje dat zich ‘de Duivel’ noemde en dat hem beloofde zijn fantasie waarheid te maken: hij mocht een hele dag meisjes uitzoeken „volgens je gewone methode”, die zij dan samen ging brengen „op een plaats waar zij al jouw wensen zullen vervullen.” Er was één voorwaarde (het verhaal heet immers ‘een sprookje’): het aantal kandidates moest oneven zijn.

Ik durf de weddenschap wel aan dat dit wat puberale sprookje werkelijkheid zal zijn in, laten we zeggen, 2084. Zodra virtual reality gemeengoed is, zal een van de eerste toepassingen zijn iets wat ik maar even de Undress App noem. Tegen die tijd zijn VR-brillen allang geen zware voorhoofdkasten meer. Flinterdunne glaasjes, contactlenzen misschien, projecteren dan rechtstreeks op je netvlies. En ze filmen ongemerkt iedereen die passeert. De software tovert achteloos van iedereen de kleren van het lijf. Thuis heb je gadgets die geur en smaak toevoegen, en je hebt hightechpakken met sensoren en stimulatoren die de warme gladde huid tot leven wekken. De technologie zal Nabokovs stoutste fantasieën overtreffen.

Palmer Luckey, oprichter van het Amerikaanse techbedrijf Oculus VR, liet er in een interview over zijn strategie geen twijfel over bestaan: „Het doel is helder: VR-technologie maken die zo echt is als het echte leven, met geen enkele beperking.” Oculus is in 2014 overgenomen door Facebook en is hard op weg naar een monopolie in onze virtuele toekomst, nu de Oculus Go de concurrerende brillen verplettert. Facebook-topman Mark Zuckerberg, zei vorig jaar tegen de Britse krant The Independent „Als we tegen de beperkingen van de werkelijkheid aanlopen, zal VR onze werkelijkheid veel beter maken.”

Denk aan de totale chaos wanneer criminelen die verbeterde realiteiten van anderen kunt manipuleren

Als die belofte wordt ingelost, heeft dat gevolgen waarover het zinnig is om na te denken vóór de technologie zich definitief heeft gevestigd. Naar de medische en psychologische effecten van virtual reality wordt al behoorlijk wat onderzoek gedaan. Zo wijst VR-expert Jeremy Bailenson, hoogleraar communicatie aan Stanford University, in zijn recente boek Experience on Demand op de mogelijkheden van VR om trauma’s te behandelen en prestaties te verhogen. Maar hij is ook niet blind voor de risico’s op sociale stoornissen en verslaving; waarom zou je nog de straat op gaan als het in die virtuele werkelijkheid veel plezieriger toeven is?

Lees ook het interview met Jeremy Bailenson: ‘Virtual reality is verslavender en gevaarlijker dan social media’

Maar hoe zit het met de fundamentelere dilemma’s? Zijn er, om te beginnen, morele restricties aan het maken van virtuele werelden? Wat als iemand een ‘MH17 Experience’ ontwerpt? Beleef nu de laatste minuten van de slachtoffers, vanuit hun vliegtuigstoel. Wat als een of andere lolbroek een overleden persoon laat herrijzen als digitale avatar die nabestaanden belaagt? Mag iedereen mijn uiterlijk aannemen of heb ik het exclusieve copyright op mijn lichaam?

Tennisster Kiki Bertens zag zichzelf onlangs bij Dit is M ineens als avatar in een videogame. Ze wist niet van het bestaan ervan, en deed er wat lacherig over. Maar wat als ze niet in een tennisstadion maar in een virtueel bordeel zou rondlopen, en dan ook nog eens levensecht?

Misschien is het mogelijk om ‘virtuele verkrachting’, zoals het in verhitte discussies al gauw zal gaan heten, te verbieden. Zoals het er nu naar uitziet zal een aanzienlijk deel van ons virtuele doen en laten in handen komen van Facebook, waar ze zelfs zeventiende-eeuwse naakten al panisch censureren dus die zullen ons geen digitale harems gunnen. Misschien is tegen virtuele dubbelgangers een variant op het twittervinkje mogelijk, een vingerafdruk voor avatars. Maar wat als ik porno-avatars maak die weliswaar lijken op bestaande mensen maar er voldoende vanaf wijken om juridisch ingedekt te zijn? En wat doen we met satire als de naakte Beatrix van LuckyTV? Je verdwaalt in een moreel en juridisch labyrint.

In de Star Wars-film Rogue One werd een overleden acteur digitaal tot leven gewekt. Zou dit in Nederland ook mogen?

Een van onze rechtsbeginselen is dat alleen gedragingen strafbaar kunnen zijn, en gedachten niet. Verbeelding is een grondrecht. Geen magistraat die Nabokovs Erwin kan veroordelen om zijn fabuleuze harem, en gelukkig maar. Maar met VR materialiseert of concretiseert die verbeelding, en dan vervaagt de grens.

We zullen al snel de neiging hebben om dan maar alles overhaast uit te bannen wat ons schokt of beangstigt. Maar ik denk dat we al die onwelkome uitingen maar beter kunnen tolereren, want de remedie kan weleens erger zijn dan de kwaal.

Stel je een toekomstig klaslokaal voor waar scholieren elkaar en hun docenten ongemerkt uitkleden met hun Undress App. De begrijpelijke neiging zal zijn die App te verbieden. Maar alleen op school? Op straat? Waar ligt de grens? Denk aan de totale chaos wanneer bedrijven, individuen of criminelen die verbeterde realiteiten van anderen kunt manipuleren, wat veel verder kan gaan dan ze alleen maar iets laten kopen of iemand laten verkiezen.

Hoe reëler het imaginaire wordt, hoe reëler de wetten ervoor, en hoe dichter je een virtuele surveillance nadert, een opstapje naar een gedachtepolitie. Dat hoeft geen totale exorcisme te betekenen van elke onwelvoeglijke verbeelding, maar, met het uitbesteden van die verbeelding aan de technologie, raakt die vrijheid van denken en verzinnen wel ingeperkt.

Het nut van ‘alsof’-werelden

Virtual reality is natuurlijk zo oud als het kampvuur. Al sinds we elkaar verhalen vertellen, kunnen we ons verplaatsen in fictieve werelden. We hebben alleen steeds geavanceerdere hulpmiddelen uitgevonden die ons daarbij helpen. Het kampvuur evolueerde tot amfitheaters, romans, hoorspelen, bioscopen en Netflix. En het is niet toevallig dat juist in verhalen, toneelstukken, romans en films de personages van alles uitvreten wat ons daarbuiten de kop zou kosten. Milan Kundera noemde zijn romanpersonages eens „experimentele ego’s” en „niet-gerealiseerde mogelijkheden”: „Elk van hen heeft een grens overschreden waar ik zelf slechts omheen liep.”

Van fictie werkelijkheid maken is een ramp voor zowel de werkelijkheid als de fictie

Aristoteles zag al hoe het theater zorgde voor een ‘katharsis’, een zuivering van gevoelens die in de echte samenleving schadelijk konden zijn. Volgens Freud zoekt onze fantasie de duistere kanten van het bestaan op zodat we er beter mee om kunnen gaan als we er in werkelijkheid mee geconfronteerd worden. De wetenschappelijke discussie of porno nu wel of niet voor minder seksueel geweld zorgt, is nog niet beslecht, maar het nut van ‘alsof’-werelden lijkt mij onmiskenbaar.

Verbeeldingskracht is niet zomaar een geinige gadget die onze soort als speeltje heeft meegekregen. Het is ons evolutionaire kroonjuweel waar we alles aan te danken hebben, van vuistbijlen en jachtstrategieën tot geneesmiddelen en relativiteitstheorieën – de vruchten van Einsteins uiterst geconcentreerd uitgevoerde ‘gedachtenexperimenten’.

Het spel, ons grandioze ‘alsof’, werkt juist omdat het in voorlopige werelden plaatsheeft, in imaginaire proeftuinen waar de moraal is opgeschort, waar niets werkelijk gevolgen heeft en waar dus ruimere wetten kunnen gelden. Dat kan alleen zolang we allemaal weten en erkennen dat die alsof-werelden geen werkelijkheid zijn. Met virtual reality naderen we het moment waarop dat verandert.

De geschiedenis van onze steeds realistischere kampvuurfantasieën kun je lezen als het steeds meer uitbesteden van onze verbeeldingskracht aan de techniek, of dat nu boekdrukkunst, filmcamera’s of videostreaming is. Dat proces bereikt straks de laatste barrière.

Zodra je met VR-sets compleet in een fictieve wereld bent ondergedompeld, met al je zintuigen, heb je niet meer door dat die wereld wel degelijk door anderen bedacht is, of waarschijnlijker, deels gegenereerd door algoritmen, deels door mensen. Maar dit is nog niet eens het meest bedreigende. Levensechte werelden beroven ons misschien van ons vermogen om zelf haarscherp te kunnen fantaseren, maar het blijven externe werelden, elders, waarvan we wéten dat ze nep zijn, zoals videogames van het type Minecraft of World of Warcraft, waar je je alleen of met meerdere spelers door virtuele ruimtes beweegt. De grootste verwarring ontstaat als het niet meer externe, virtuele werelden ‘elders’ zijn.

Lees ook: Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen in de gamesindustrie? Drie trends

Het uiteindelijke doel, van Zuckerberg en andere werkelijkheidverbeteraars, is om met mixed en augmented reality het internet naar de fysieke wereld te verplaatsen. Iedereen krijgt zijn verbeterde versie van de werkelijkheid, als een laag die eroverheen is geprojecteerd. Iedereen krijgt een op maat gefotoshopte realiteit. Dat verandert onze wereld niet, dat verandert onze werkelijkheid, inclusief ons besef van waarheid en onwaarheid.

Al eeuwenlang waarschuwen juist allerlei fictieve verhalen voor die situatie, sinds de klassieke oudheid al. Neem de mythe van koning Midas, die de kracht kreeg om alles wat hij aanraakte in goud veranderde, wat een prachtige gave leek totdat ook zijn voedsel en dochter die gouden gedaanteverwisseling bleken te ondergaan.

Zo zal ook alles waar wij onze Oculus-glazen op richten veranderen in hyperrealiteit, in pseudorealiteit, in dat mengsel waaruit het onmogelijk zal zijn het echte nog uit het virtuele te isoleren. Onze belevingswereld is een fusie van echt en virtueel, een niet meer tot afzonderlijke bestanddelen terug te smelten amalgaam. Verdwijnt die scheiding, dan zijn porno en gewelddadige videogames inderdaad een probleem. Van fictie werkelijkheid maken is een ramp voor zowel de werkelijkheid als de fictie.

Belevenissen versus ervaringen

Toch blijf ik optimistisch. Ik denk namelijk dat we zullen inzien dat technologie niet in staat is menselijke ervaringen te vervangen. Toen boeken gedrukt werden zijn we niet gestopt verhalen te vertellen. Toen de kleurentelevisie kwam zijn de theaters niet gesloten. Ondanks Netflix winnen de podcast en het luisterboek aan populariteit.

De beste manier om die fatale versmelting te voorkomen is de offline-ervaringen meer op waarde schatten, te begrijpen dat virtueel goud uiteindelijk fundamenteel verschilt van biologisch leven.

Zintuigelijke stimuli kun je coderen en digitaal simuleren, maar zijn dat werkelijk alle ingrediënten van onze ervaringen? Je kunt straks elke ervaring met een muisklik opwekken, maar geldt dat ook voor zoiets als: met je kinderen in zee zwemmen, een zomeravond met vrienden op een terras eten, drinken en lachen of een reis met je geliefde? Virtuele simulaties bieden belevenissen, geen werkelijke ervaringen die ons diepgaander raken en veranderen, en waar altijd echt contact met echte anderen aan te pas komt.

Met de toenemende invloed van onlinewerelden zouden we onze menselijke weerbaarheid moeten versterken. Dat betekent het intensiever trainen van onze eigen verbeeldingskracht – boeken en muziek zijn daar nog altijd het beste gereedschap voor. Maar ik denk ook aan bijvoorbeeld het onderwijs, waar leraar en leerlingen veel meer persoonlijk contact zouden moeten hebben, in plaats van de virtuele collegezalen die we nu steeds meer optuigen.

Vanuit die verstevigde realiteit kunnen en moeten we dan ook toleranter leren staan tegenover virtuele excessen. Zo’n Undress App, een MH17 Experience of een dode als avatar kan beangstigend zijn en onderwerp voor een maatschappelijke discussie, maar met censureren en verbannen gaat veel meer verloren.

In Nabokovs sprookje gaat Erwins wens uiteindelijk niet in vervulling. In zijn enthousiasme koos hij per ongeluk twee keer dezelfde vrouw, waardoor hij op een even aantal kandidates uitkwam. Jammer, zegt hij dan droogjes. Er lijkt iets van opluchting in door te klinken. Misschien omdat hij – of anders zijn bedenker wel –aanvoelt dat nu in elk geval die ‘extase van de verbeelding’ behouden blijft.

Het pact met de duivel is gebroken. Midas heeft zijn magische krachten weggewassen in de rivier de Paktolos. Het kampvuur is nog niet gedoofd.

    • Christiaan Weijts