Italiaanse begroting: welke verkiezingsbeloften sneuvelen onder druk van de markten?

Begrotingstekort Italië stelt zijn begroting op. Kunnen de coalitiepartijen hun verkiezingsbeloften waarmaken? Financiële markten en EU kijken mee.

Minister Matteo Salvini op het economisch forum in Cernobbio. Met harde uitspraken over migratie wint zijn partij Lega aan populariteit. Foto Daniel Dal Zennaro/EPA

Na drie maanden van vooral mooie woorden en gloedvolle beloftes komt nu het moment van de waarheid voor de Italiaanse populistische regering: de begroting moet worden opgesteld.

Dit betekent dat er keuzes moeten worden gemaakt die ook andere Europese landen raken. Lapt Italië de begrotingsafspraken met Brussel aan zijn laars, zoals vaak is gedreigd? Welke van de twee coalitiepartijen weet het meeste van haar wensen te realiseren, en wat betekent dat voor de onderlinge verhoudingen? Hoe reageren kiezers als ze merken dat lang niet alle beloftes uit de campagne van dit voorjaar te realiseren zijn?

De nervositeit in Rome is groot. Aan de ene kant staat Matteo Salvini van de Lega, de man die de afgelopen maanden met voortdurende aanvallen op migratie de populariteit van zijn partij zag stijgen van 17 procent van de zetels in maart tot 32 procent in de peilingen nu. Aan de andere kant Luigi Di Maio, net als Salvini vicepremier, maar veel minder zichtbaar en popelend om een politieke klapper te maken. Zijn Vijfsterrenbeweging is gezakt van 33 procent bij de verkiezingen naar 30 procent virtueel.

Garantie voor Europa

Tussen hen in staat de minister van Economie en Financiën, Giovanni Tria, een partijloze hoogleraar die goed thuis is Brussel. Hij is mede op aandringen van president Mattarella op deze post gekomen. Het moest een garantie voor Europa zijn dat de nieuwkomers in Rome geen doldrieste stappen zouden zetten.

Tria heeft de afgelopen week bijna voortdurend college gegeven. In gesprekken met Salvini, Di Maio en premier Conte, een jurist. En in openbare toespraken. Op de jaarlijkse bijeenkomst van economische kopstukken, in Cernobbio, vatte hij zijn belangrijkste stelling eerder deze maand zo samen: „Het is zinloos 2 of 3 miljard euro te zoeken in de begroting om hervormingen te financieren, als we op de financiële markten 3 of 4 miljard verliezen doordat de spread omhoog gaat.”

De spread, dat is het verschil tussen de rente die Duitsland betaalt voor staatsleningen en de rente die geldschieters Italië vragen. Eind juli, begin augustus steeg dat renteverschil fors na uitspraken van Salvini over de afspraken met Brussel waar de markten niet blij mee waren. Eind vorige maand nam hij gas terug. Meteen daalde het renteverschil.

Lees ook: Jammer voor Italië, maar de ECB lijkt bijna klaar met het opkopen van staatschulden

Het is een gegeven waar alle Italiaanse regeringen mee te maken hebben gehad sinds de euro werd ingevoerd. Heb je het vertrouwen van de financiële markten, dan betaal je een lage rente. Zet je stappen die de twijfels vergroten, dan moet je – met een kolossale staatsschuld van ruim 2.300 miljard euro – op je begroting ook het geld voor die hogere rente zoeken. In dat opzicht disciplineren de financiële markten de Italiaanse overheid zoals in weinig andere Europese landen.

Salvini en Di Maio lijken nu ook de onontkoombaarheid hiervan in te zien. Maar: het spel is nog maar net begonnen. Salvini is tevreden met alle aandacht die hij de afgelopen maanden heeft gekregen en lijkt bereid voor dit jaar af te zien van een van zijn paradepaardjes, de vlaktaks – een vast laag belastingtarief voor particulieren en bedrijf. Wel houdt hij vast aan zijn plan om de pensioenhervormingen van zeven jaar geleden terug te draaien. Hij propageert „quota 100”: wie 62 is en 38 jaar pensioenbijdragen heeft betaald, moet kunnen stoppen met werken. Geschatte extra kosten van dit en wat andere plannen van de Lega: 10 miljard euro.

Burgerinkomen

Di Maio voelt zich van het toneel gespeeld door Salvini, ook al steunt hij op twee keer zo veel zetels. Daarom is hij erop gebeten een essentieel programmapunt van de Vijfsterrenbeweging in de begroting te krijgen: het burgerinkomen. Dat is een bijstandachtige uitkering voor wie werkloos is en moeite doet weer aan het werk te gaan. Geschatte kosten van dit en andere plannen van de Vijfsterrenbeweging: 10 miljard euro (het was eerst 17 miljard, voor iets meer mensen).

Zoveel extra geld is er niet, dus hoopt Italië op clementie van Brussel

Zoveel geld extra is er niet, heeft Tria al duidelijk gemaakt. Hij hoopt, als de begroting half oktober voor goedkeuring naar Brussel wordt gestuurd, op clementie waar het om de dalende lijn van het begrotingstekort gaat. De afspraak met de Europese Commissie was 0,9 procent voor komend jaar. Tria vertrouwt erop dat hij, met een beroep op een aantal uitzonderingsbepalingen, met een tekort van 1,6 procent nog binnen de regels blijft. Vanuit de Lega is de afgelopen al geroepen dat een tekort van 2 procent ook zou moeten kunnen – al is daarbij geen rekening gehouden met de reactie op de financiële markten.

Er staat veel op het spel voor de Lega en de Vijfsterrenbeweging. Er is bij die laatste al veel wrevel over de manier waarop Salvini er steeds weer in slaagt de show te stelen. Bovendien is een deel van de Vijfsterrenbeweging het helemaal niet eens met de harde immigratielijn – al houden de critici zich meestal gedeisd, want bij peilingen zegt tot 60 procent van de ondervraagden in Italië achter die harde lijn te staan. Er is ook ruzie over de hogesnelheidstreinen, over de vraag of het bedrijf Autostrade na de ramp met de brug in Genua opnieuw moet worden genationaliseerd, over de arbeidswet.

Allebei de partijen willen vooral laten zien dat ze anders zijn dan de ‘oude’ politieke partijen, dat ze concreet zijn, van aanpakken weten. Daarom willen ze ervoor zorgen dat in ieder geval een aantal van hun verkiezingsbeloftes zichtbaar wordt in de begroting. Al lijkt één programmapunt volledig van de radar verdwenen: halvering van het salaris van de parlementariërs.

    • Marc Leijendekker