Foto Wilfrid Esteve

‘In Europa is een kruistocht tegen het populisme gaande’

De wereld na de crisis De financiële crisis heeft de neoliberale hegemonie aan het wankelen gebracht. Hoog tijd dus dat links nu een alternatief formuleert voor het rechtse populisme, vindt de Belgische politieke filosoof Chantal Mouffe.

‘In 2005 schreef ik dat de sociaal democraten in Europa afstand moesten doen van hun politiek van het midden. De verschillen tussen links en rechts werden afgeschaft onder het mom van modernisering, er bleef schijnbaar alleen een verschil over tussen goed en slecht beleid. In dit postpolitieke tijdperk viel er voor de kiezer niets te kiezen. De enige alternatieven bevonden zich aan rechterzijde van het spectrum, zoals de opkomst van Jörg Haider, Jean-Marie Le Pen en Pim Fortuyn liet zien. Verder was neoliberaal beleid onomstreden, er bestonden hooguit meer en minder humane varianten. Toen de banken in 2008 begonnen te vallen, hadden de Europese sociaal-democraten kunnen laten zien wat ze waard waren door te interveniëren. In plaats daarvan redden ze de banken en lieten ze de burger de rekening betalen. Toen werd me duidelijk: de gevestigde sociaal-democratische partijen zijn failliet. Tegelijkertijd heeft de crisis de neoliberale hegemonie onherroepelijk aan het wankelen gebracht. Het populistische moment is nu.”

Politiek filosoof Chantal Mouffe (Charleroi, 1943) publiceert al sinds haar studentenjaren over de mogelijkheid van een wereld die gelijker en democratischer is, maar aan bevlogenheid heeft ze niet ingeboet. Afgelopen zomer verscheen haar pamflet For A Left Populism, waarin zij betoogt dat de opmars van het rechts-populisme alleen een halt kan worden toegeroepen door er een eveneens populistisch, links alternatief tegenover te stellen. In haar woning in Noord-Londen ontvangt Mouffe met een glas water en een uitnodigend lege asbak. Gloedvol vertelt Mouffe over haar nieuwe en oude boeken en ideeën. Ze sympathiseert met de Labourpartij van Jeremy Corbyn, La France insoumise van Jean-Luc Mélenchon en Podemos van Pablo Iglesias. „De gevestigde centrumpartijen kunnen geen antwoord bieden op de gevaren van rechts populisme, omdat zij verantwoordelijk zijn voor het beleid dat de grote onvrede over ongelijkheid en globalisering teweegbracht.”

In 1985 publiceerde Mouffe met haar partner Ernesto Laclau Hegemony and Socialist Strategy, dat een standaardwerk werd onder postmarxistische theoretici. Daarin signaleren Laclau en Mouffe al de noodzaak voor linkse partijen om de belangen van de arbeidersklasse te verbinden met die van andere groepen die uit zijn op emancipatie, zoals de vrouwen- en anti-racismebeweging. „Links richtte zich toen nog uitsluitend op de arbeidersklasse, en liet feministen en gays en andere belangengroepen buiten beschouwing omdat die niet te reduceren waren tot de klassenstrijd. Wij benadrukten dat klasse en identiteit niet los van elkaar te zien waren, maar gezamenlijke doelen moesten formuleren.”

U spreekt en schrijft veel over neoliberalisme, maar er is in Europa nauwelijks een politicus die zichzelf neoliberaal zou noemen en het lijkt een containerbegrip te zijn geworden voor de linkse tegenbeweging. Wat verstaat u eronder?

„Niemand is terribly happy met het begrip. En het is inderdaad een veelomvattende term die niet alleen slaat op economisch beleid maar ook op een manier van politiek bedrijven en een manier van leven. Ik situeer het begin van het Europese neoliberalisme bij het aantreden van Margaret Thatcher, dat het einde betekende van een dertig jaar durende hegemonie van de Keynesiaanse verzorgingsstaat, en het begin van een gedereguleerd kapitalisme. Maar het belangrijkste kenmerk van het neoliberalisme is voor mij de globalisering, die voortkomt uit de financialisering van de economie. Voorheen was kapitaal georganiseerd rondom lokale productie, maar door de ontwikkeling van een systeem dat draait op kredieten en schulden, is kapitaal volledig gedelokaliseerd. Dit was funest voor de arbeidersklasse en de gemeenschap. Toen Tony Blair aan de macht kwam, had Thatchers adagium ‘There is no alternative’ al aardig wortel geschoten, en Blair presenteerde zijn Derde Weg als een sociaaldemocratische variant van het neoliberalisme, want een werkelijk alternatief zou er niet zijn. Zo kreeg het neoliberalisme overal vaste voet aan de grond.”

In haar boek schrijft Mouffe hoe Thatcher, in 2002 gevraagd naar haar grootste verdienste, de overwinning van Tony Blair en New Labour noemde; ze had zelfs haar tegenstanders voor haar karretje weten te spannen.

Toch is deglobalisering, een terugkeer naar meer lokale industrie en het sluiten van grenzen moeilijk voorstelbaar.

„Ja, en toch moeten linkse partijen erover nadenken hoe enige vorm van lokale industrie terug te winnen valt en hoe niet alle fabrieken in handen raken van buitenlandse investeerders. Ook vrijhandel wordt gepresenteerd als een prachtig concept, maar in feite hebben alleen grote multinationals er baat bij. Of neem de Europese subsidies voor landbouw, die de export bevorderen en waar vooral de agribusiness van profiteert. Als Nederlandse vind je het misschien interessant om te horen dat er in Senegal tot een paar jaar geleden heel veel uien verbouwd werden, maar dat daar inmiddels Nederlandse uien worden geïmporteerd, wat de lokale landbouw heeft geruïneerd.”

Beschouwt u Brexit dan als een stap in de goede richting?

„Dat weet ik niet. Mogelijk had een Brexit onder een regering van Jeremy Corbyn het makkelijker gemaakt om heel progressief beleid, waar de EU bezwaar tegen zou maken, in te voeren. Maar nu is Brexit een ramp, alleen al omdat er al twee jaar over niets anders wordt gepraat dan over Brexit en andere belangrijke kwesties onbesproken blijven. En een Brexit onder Theresa May, mogelijk straks zelfs onder Boris Johnson, is de grootst denkbare ramp. Want de EU waarborgt ook rechten, en onder een rechtse Tory-regering zal het VK een soort Singapore worden waarin werknemers geen enkele bescherming meer genieten. Een nachtmerrie.”

Populisme wordt doorgaans niet bepaald als een oplossing gezien.

„Ja, in Europa is een kruistocht tegen het populisme gaande. Zo proberen de politici van het centrum iedereen die kritiek heeft op hun beleid te diskwalificeren. Degenen die het niet eens zijn met hun gematigde, zogenaamd redelijke beleid, worden weggezet als extremisten op links of rechts.”

Populisme verdeelt ook.

„Maar links en rechts populisme kunnen elkaar ook op bepaalde vlakken vinden. Als het gaat om het verdwijnen van banen en industrie, zou Marine Le Pen haar kiezers voorhouden dat dat te wijten is aan immigratie. Jean-Luc Mélenchon kan het gesprek over dezelfde problematiek voeren, maar dan wijzen op de effecten van privatisering en globalisering. De gevestigde orde ziet niet in dat de kiezers van Marine Le Pen, of de kiezers van Brexit, democratische wensen hebben. Je moet op een alternatieve manier gehoor geven aan dat verlangen naar een stem, en niet denken dat het kan worden afgedaan als de wens van een moreel verwerpelijke groep.”

U noemt dat de moralisering van de politiek: alles wordt direct ingedeeld op een schaal van goed en fout.

„Ja, en ik ben ervan overtuigd dat de minzame morele afkeuring van wat leeft onder rechtse kiezers contraproductief is. Behalve dat zij te lijden hebben onder economisch wanbeleid, worden zij door de keurige sociaal-democraten ook nog eens uitgemaakt voor racisten en seksisten.”

U zult niet ontkennen dat her en der ook xenofobe sentimenten meespelen. Moeten die dan vrij te ventileren zijn?

„Nee, maar bij voorbaat het electoraat dat moeite heeft met immigratie in de steek laten is een kapitale fout van de sociaaldemocraten. Nieuwe linkse populisten moeten luisteren naar de verliezers van de globalisering en hun zorgen op eigen wijze verwoorden.”

De centrumpartijen presenteren zich graag als de redelijke, gematigde optie.

„Dat is een van mijn andere stokpaardjes: de reden waarom links zo ongelofelijk zwak is, is omdat ze het belang van affecten in de politiek niet zien. Links is veel te rationalistisch, en doet alsof alles wat met emoties of gevoelens te maken heeft uitsluitend voor fascisten is.”

Ik begrijp dat wel – als u zegt: ‘Meer emotie’, dan liggen allerlei onsmakelijke historische vergelijkingen voor de hand.

„Ja, en toch moeten er ook positieve manieren zijn om mensen te beroeren en op de been te brengen. Je kunt ook gepassioneerd zijn over gelijke rechten bijvoorbeeld. Bij La France insoumise wordt de Marseillaise gezongen op bijeenkomsten. Tegenstanders van Mélenchon zeggen dat hij zich zo in dezelfde hoek plaatst als Marine Le Pen. Maar je kunt dat gevoel van saamhorigheid, van progressief patriottisme, niet overlaten aan het Front National. Het is waar, voor de Fransen is het relatief best gemakkelijk; de Marseillaise refereert aan de Franse Revolutie en universele waarden. Een dergelijke verbindende nationale geschiedenis om zich mee te identificeren is er niet in Duitsland.”

Centrumpartijen beroepen zich op kennis en expertise, in plaats van gevoel.

„Ja, en vervolgens zeggen ze dat er geen alternatief is voor hun door expertise ingegeven beleid. Maar ik ben ervan overtuigd, en schrijf hier al jaren over, dat politiek een debat nodig heeft dat de uiteenlopende mogelijkheden verkent. Want als je politieke kwesties tot technische kwesties reduceert, dan heb je inderdaad alleen maar experts nodig om die kwesties op te lossen en kunnen politici het toneel wel verlaten. Dat betekent ook het einde van de democratie. Maar mensen willen juist hun stem en inspraak terug. Als je dat overlaat aan rechtspopulisten, zou de uitkomst van deze crisis van de neoliberale hegemonie meer autoritaire, nationalistische regimes kunnen betekenen. Daarom moet er een links en democratisch alternatief zijn.”

Er bestaat niet één universeel model voor de best functionerende democratie, schrijft Mouffe herhaaldelijk in haar boeken, en er zullen altijd conflicterende belangen zijn die niet door rationeel wikken en wegen kunnen worden opgelost. Daarom zijn er alleen tijdelijke en plaatselijke politieke modellen denkbaar, en zal nu eens de ene, dan weer de andere machtsstructuur de overhand hebben, wat Mouffe en Laclau in navolging van Antonio Gramsci ‘hegemonie’ noemen. Wanneer Mouffe spreekt van het einde van de neoliberale hegemonie ontkent zij dan ook niet dat vele Europese regeringen nog neoliberaal beleid voeren, wel dat hun beleid nog langer geloofwaardig is. „Macron meent heel vooruitstrevend te zijn en het verschil tussen rechts en links te overstijgen. Ondertussen voltrekt zich onder zijn bewind de voltooiing van de neoliberalisering van Frankrijk, waar de verzorgingsstaat in vergelijking met het VK nog redelijk intact was. Eind augustus nam de minister van Ecologie, Nicholas Hulot, ontslag, omdat hij inzag dat verduurzaming niet te combineren was met Macrons zeer neoliberale agenda.”

U groeide op in Charleroi. Werden uw socialistische denkbeelden daar gevormd?

„Welnee, ik kom uit een katholiek bourgeois gezin, ik zat op een katholiek internaat bij de nonnen, daar was geen sprake van enig activisme of politiek bewustzijn. Ik werd pas politiek toen ik studeerde in Leuven, destijds nog een tweetalige universiteit.”

U droeg uw boek op aan uw in 2014 overleden man, Ernesto Laclau. Sinds de jaren zeventig werkte u samen aan deze vraagstukken. Hoe onwennig is het om alleen door te schrijven?

„Het is prettig om onze gezamenlijke missie voort te kunnen zetten. Het voelt alsof ik nog altijd een beetje met hem in dialoog ben. Ik vind het heel spijtig dat hij niet de opkomst van Podemos of La France insoumise mee heeft kunnen maken, of de enorme groei van Labour onder Corbyn. Maar ik ben opgelucht dat hij niet meer heeft hoeven zien in welke chaos Venezuela, of Argentinië onder Kirchner, de laatste jaren is vervallen. Zuid-Amerika ging hem als Argentijn altijd buitengewoon aan het hart.”

    • Nynke van Verschuer