Toon van Helfteren: „Rond mijn vijftiende sprak het geloof mij niet meer aan. Ik was thuis de eerste die zijn kont tegen de krib gooide.”

Foto Bastiaan Heus

‘Ik heb de motoriek en conditie bij de jeugd structureel minder zien worden’

Toon van Helfteren, bondscoach basketbalploeg Hij was veertig jaar gymleraar en is bijna vijftig jaar actief in het basketbal. Nu wil hij Oranje naar het WK leiden. Een relaas over religie, motoriek bij de jeugd, gebrekkige sportcultuur en zijn grote passie.

In de lobby van een hotel in zijn woonplaats Delft kan hij je deze ochtend bijna niet ontgaan. Ruim twee meter lang, kale schedel, flinke snor, kaarsrechte houding. „Ik heb nooit een serieuze groeispurt gehad, ik stond altijd al achteraan. Ik was altijd al de grootste”, vertelt Toon van Helfteren (67) terloops.

Zijn enorme handen bewegen rusteloos tijdens het twee uur durende gesprek. In een bescheiden Nederlandse sport – basketbal – is hij een grootheid. In 1971 debuteerde hij als speler in de eredivisie. Nu, 47 jaar later, is hij nog altijd actief in de Nederlandse top, als bondscoach van het mannenteam. In de jaren negentig leidde hij de ploeg ook.

Hij hoopt de vijftig jaar in het topbasketbal te halen. Van Helfteren: „Het is een manier van leven. Ik kan al jaren niet meer zonder, dat is duidelijk. Het is een verslaving.”

Met Oranje probeert hij zich voor het eerst sinds 1986 te plaatsen voor het WK, volgend jaar in China. Vrijdag begint de kwalificatiereeks in Almere tegen Hongarije. Korte historie: vijf jaar geleden was het Nederlands mannenteam nog ten dode opgeschreven, doordat de bond geen geld meer in de ploeg stak. Een reddingsoperatie werd buiten de bond om opgezet, met Van Helfteren als onbezoldigd coach. Twee jaar later stonden ze tot ieders verrassing op het EK, en kregen ze steun van een stichting.

Van Helfteren geldt als betrouwbaar, loyaal, rechtlijnig en hard. Veertig jaar werkte hij als docent lichamelijke opvoeding op een middelbare school in Dordrecht. Twee jaar terug ging hij met pensioen. Hij vertrok zonder afscheid. Daar had hij geen zin in.

Basketbalstatisticus Jacob Bergsma vertelt dat Van Helfteren voor zover bekend de enige ter wereld is die in welke sport dan ook recordhouder is als international (207 duels) én als bondscoach (123 duels). „We hebben niemand anders kunnen vinden”, zegt Bergsma. „Toon is uniek.”

Afstand van het geloof

„Ik groeide op in een rooms-katholiek gezin in Tilburg. Zeven kinderen: vier jongens, drie meiden. Ik was de op één na oudste. We zaten elke ochtend in de kerk voordat we naar school gingen, van half acht tot acht. Ik zat bij de fraters op de lagere school, en mijn zussen op de meisjesschool, met de nonnen. Mijn vader was grafisch tekenaar bij een drukkerij, mijn moeder deed het huishouden. We hadden het niet breed, maar we kwamen ook niks tekort.”

„Rond mijn vijftiende sprak het geloof mij niet meer aan. Het deed mij niks. Ik was de eerste die zijn kont tegen de krib gooide. Dat heeft heel wat strijd opgeleverd thuis, maar het werd op een gegeven moment wel geaccepteerd. Je pubert, je wilt vrij zijn. Op zondag ook. Je ging ’s ochtends naar de kerk en ’s middags naar het lof [gebedsdienst met zang]. Dat was het eerste waarvan ik zei: ik niet meer, alsjeblieft.”

Als je ziet hoe mensen elkaar naar de strot vliegen, vind ik het moeilijk om te geloven dat er iemand is die het beste voorheeft met de mensheid

Toon van Helfteren bondscoach basketbalploeg

„Toen ik op de hbs [middelbare school] in het vierde jaar zat, wist de leiding dat ik naar de sportacademie zou gaan. Op grond daarvan kreeg ik de sleutel van de conciërge, zodat we op zondagochtend met een groepje konden basketballen, met gelijkgezinden. Dat was heel bijzonder, die extra trainingen. Geen kerk meer op zondagochtend, maar basketballen.”

„Als je ziet hoe mensen elkaar naar de strot vliegen, vind ik het moeilijk om te geloven dat er iemand is die het beste voorheeft met de mensheid. Onlangs las ik het boek Eeuwen van Duisternis dat beschrijft wat het katholieke geloof voor kwaad heeft gedaan. Mijn vader is in 2011 overleden. Ik had hem graag dat boek willen laten lezen en van hem willen horen wat hij ervan had gevonden.”

Vrijdag speelt Nederland om 20.00 uur in Almere tegen Hongarije voor WK-kwalificatie. Het wordt de 124ste interland als bondscoach voor Van Helfteren.

Foto Bastiaan Heus

Zorgen over de jeugd

„De situatie op de lagere en middelbare scholen is op gebied van lichamelijke opvoeding onder de maat. Ik heb het aantal lesuren altijd te weinig gevonden. Vanaf de vierde klas kregen ze op mijn school in Dordrecht zo’n twee uur gym in de week. De laatste tien, vijftien jaar heb ik de motoriek en conditie bij kinderen structureel minder zien worden, net als het balgevoel.”

„Je begint met kinderen die zo’n twaalf jaar zijn. Die lopen al achter omdat ze op de basisschool te weinig hebben gedaan. De politiek zou zich daar sterk voor moeten maken: op de basisschool elke dag een uur sporten, onder leiding van een bevoegde gymnastiekdocent [deze week was er een hoorzitting in de Tweede Kamer over een initiatiefwet voor meer en beter bewegingsonderwijs]. Als je daarmee begint kan je voor een deel opvangen dat kinderen thuis veel achter hun computer zitten en met hun telefoon bezig zijn.”

„Vroeger ging je als kind de straat op, rennen, klimmen, springen, je viel en je moest leren uit een boom te komen. Dat soort activiteiten doen ze bijna niet meer. Dat zie je in zijn algemeenheid terug bij de jeugd, maar ook specifiek bij sporters. Kinderen die te snel gefocust zijn op één sport en de specifieke bewegingen die bij die sport horen. De brede ontwikkeling is nu veel minder.”

„Ik ben nooit een natuurtalent geweest als speler. Ik begon met voetbal, daardoor heb ik mijn voetenwerk ontwikkeld. En ik heb in de jeugd ook gevolleybald. Dat heeft mij later allemaal geholpen bij basketbal. In de Amerikaanse profcompetitie NBA zijn ze er al jaren van overtuigd dat spelers die in hun jeugd bijvoorbeeld voetbalden een stap voor hebben, vanwege de beweeglijkheid en het reactievermogen. Als je altijd alleen maar hebt gebasketbald, ben je mogelijk te veel geconcentreerd op je handen.”

Geen sportcultuur

„In Amerika worden de gymlokalen opengelaten als de lessen voorbij zijn. In de ene zaal wordt dan gebasketbald, in de andere gevolleybald of gevoetbald. Dat zie je veel te weinig in Nederland. Als je hier in de zomer wil sporten, zijn de gymzalen dicht. Ik belde drie weken terug een paar spelers op, met het oog op de komende wedstrijden. ‘En, zijn jullie al bezig?’. Eén was net terug uit Amerika en zei dat hij hier nergens een zaal in kwam – dat is Nederland.”

„Daarom roep ik al heel lang dat er hier, met alle respect, geen sportcultuur is. Een topsportcultuur misschien wel. Want zodra NOC*NSF [de sportkoepel] mogelijkheden ziet op het winnen van medailles op de Olympische Spelen, kan opeens alles en krijgen ze ondersteuning. Dat is eigenlijk de omgekeerde wereld. Want voordat het zover is, moet een individu zó veel tijd in een sport steken om op dat niveau te komen. Mijn verhaal is: begin veel eerder met stimuleren en investeren, zodat er meer op dat niveau kunnen komen.”

Als je hier in de zomer wil sporten, zijn de gymzalen dicht. Dat is Nederland

Toon van Helfteren bondscoach basketbalploeg

„Twee zomers geleden sprak ik bij een oefentoernooi met de assistent-coach van Bosnië-Herzegovina. Ik vroeg: hoe komen jullie op de Balkan aan zoveel sporters op hoog niveau? Dat zijn landen die qua inwoners onder Nederland zitten, toch hebben ze goede basketballers, voetballers, waterpoloërs, handballers, tennissers. Blijkt dat er daar op school meer tijd gestoken wordt in sport.”

„In de voormalige Oostbloklanden gebeurt dat ook. Kinderen worden tijdens de gymles geadviseerd: jij moet je straks maar eens melden bij die docent, want daar wordt gebasketbald. Jij moet naar buiten, naar de atletiekbaan. Op die manier stuur je de kinderen.”

Niet kunnen verliezen

„Toen ik in 2013 begon bij het Nederlands team, was er helemaal niks. Nauwelijks spelers en geld. Tegen elke stroom in roeiend is het ons gelukt te plaatsen voor het EK van 2015. Door hard te werken, onze nek uit te steken. Toen kwam er meer budget beschikbaar en hebben we het programma verder kunnen aankleden.”

„In de eerste twee jaar deed ik het tegen een onkostenvergoeding. Sinds het succes van 2015 krijg ik een salaris, en mijn assistent een salarisje. De spelers moeten het nog steeds voor niks doen. Dat is een doorn in het oog voor iedereen.”

Lees hier ook het verhaal over de metamorfose van de nationale basketbalploeg

„In de jaren zeventig en begin jaren tachtig was het basketbal top in Nederland. Er ging veel geld om in de eredivisie, maar dat werd in het eerste team gestoken. Buitenlanders erbij, kampioen worden. Er is nooit iets structureels mee gedaan. Na de hoogtij is het weggegleden.”

„Er zijn nooit structureel jeugdspelers en coaches opgeleid. We zitten nu al jarenlang met het probleem: waar zijn de coaches die de jeugd fatsoenlijk leren basketballen? Daaraan wordt nu gewerkt, er is een basketbalacademie opgezet.”

„Alles zit in basketbal: snelheid, het fysieke, altijd actie. Het is een krachtmeting in alle opzichten, van vijf tegen vijf, maar daarbinnen ook van één tegen één. Ben je sterker, sneller, slimmer? Kan je beter mikken?”

„Plat gezegd: ik kan niet tegen mijn verlies. Als je alles wegstreept komt het daarop neer. Toen ik als speler een wedstrijd verloor, was ik dagen niet te genieten. Het niet willen verliezen, het niet kunnen verliezen.”

„Sinds ik nu twee jaar met pensioen ben, heb ik het werk op school geen dag gemist. Als er in de zomerperiode geen basketbal is, heb ik zoiets van: wanneer beginnen we weer?”

Hij stapt op zijn fiets. Zijn colbert wappert in de wind als hij wegrijdt. Daar gaat hij, Toon van Helfteren, het onverwoestbare basketbaldier, die op zijn 67ste nog lang niet klaar is.

    • Steven Verseput