Opinie

    • Arjen Fortuin

Het herfstoffensief van Nieuwsuur

Zap Nieuwsuur wordt opnieuw in de markt gezet. Het zelfvertrouwen dat het actualiteitenprogramma uitstraalt is gerechtvaardigd. Ook de nieuwe presentatoren doen het goed.

Jeroen Wollaars presenteert Nieuwsuur (NOS/NTR)

Sinds het begin van het televisieseizoen is Nieuwsuur overal. De vaste presentatoren Mariëlle Tweebeeke en Jeroen Wollaars lieten zich uitgebreid interviewen (Wollaars werd gepest op school, weten we nu) en op sociale media popt het actualiteitenprogramma op met een heuse slogan: ‘Zie. Vraag. Weet.’ Chique krantenadvertenties die ik dagenlang had gehouden voor reclame van een modezaak in het hogere segment, bleken bij nader inzien van Nieuwsuur te zijn.

Hier werd een programma opnieuw in de markt gezet – wat vast samenhangt met het vertrek van Twan Huys naar RTL. (Huys trok begin deze week trouwens minder kijkers dan zijn ex-collega’s). Het was potsierlijk geweest, als Nieuwsuur niet tegelijkertijd een journalistiek herfstoffensief was begonnen. Vorige week was er een primeur over grootschalige WW-fraude door Polen, deze week volgden onthullingen over hoe Nederland extremistische groepen in Syrië voorzag van laptops, kleding en pickuptrucks.

Mariëlle Tweebeeke: ‘De persoonlijke kaart mag je niet vaak trekken’

Tussendoor strikte men filmlegende Sophia Loren voor een interview bij haar bezoek aan Vlissingen – al kreeg Jeroen Wollaars in de zes hem toegemeten minuten niet veel bijzonders uit Loren. Ze beweerde dat #MeToo-achtige taferelen in haar tijd niet voorkwamen. Zou dat waar zijn? Aan de andere kant: het was natuurlijk wel Sophia Loren.

Het zelfvertrouwen dat Nieuwsuur uitstraalt, is aanstekelijk en gerechtvaardigd. Bij het nieuws over Syrië (een project in samenwerking met dagblad Trouw) is niet alleen uitgezocht wáár het Nederlandse geld (verkeerd) terecht is gekomen, maar ook wie wanneer wat had kunnen weten.

Woensdag werd Carla del Ponte (van de VN-onderzoekscommissie voor Syrië) geïnterviewd in zonnig Zwitserland, waar af en toe een golfkarretje door het beeld reed. Del Ponte had al vóór de Nederlandse giften gewaarschuwd voor de onoverzichtelijke situatie in Syrië, in een rapport dat ook naar Nederland was gegaan. Nu was ze boos en verbijsterd: „Wij hebben destijds zevenhonderd groepen in Syrië geïdentificeerd. Die hebben allemaal misdaden begaan.”

De schrobbering was het laatste deel van het drieluik over Syrië – gelukkig, want dankzij Nieuwsuur heb ik genoeg beelden van Toyota-pickuptrucks gezien voor de rest van mijn leven. Erop volgde een ander item over de problemen rondom het erf- en schenkrecht bij de Belastingdienst. Nieuwsuur had informatie boven water gekregen waar Kamerleden naar eigen zeggen al vaak om hadden gevraagd.

De nieuwe presentatoren Saïda Maggé en Jeroen Wollaars zijn aanwinsten. Het wat vormelijke Nieuwsuur gedijt goed bij de losse aanpak van Wollaars, die een onderwerp kan introduceren met: „Dit is een verhaal over geld en informatie.” Fijn was ook hoe hij het gesprek met de Haagse verslaggever Arjan Noorlander aanging: „Kamer boos. Hoe boos?”

De jongensachtige stijl van Wollaars kon niet verhullen dat er aan het laatste item van de woensdaguitzending wat schortte. Dat ging over de komende campagne tegen appen achter het stuur, inclusief een deskundige die vol vuur vertelde over de do’s en don’ts van het verkeerscampagnewezen. We zagen oude campagnefilmpjes. De les: zeg mensen wat ze wel moeten doen, niet wat ze niet moeten doen. Helder, maar het wachten was natuurlijk op de beelden van campagne die de aanleiding voor het gesprek was. Die kwamen niet. Niet gezien? Niet gevraagd? Niet geweten?

Maar dat is een detail. De hoofdzaak is dat in deze herfst, waarin journalistiek bij de publieke omroep harde klappen krijgt, Nieuwsuur fier overeind staat.

    • Arjen Fortuin