Opinie

Europa moet naast interne markt ook een machtsfactor zijn

Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker keek woensdag tijdens zijn Staat van de Unie naar binnen én naar buiten. Juncker, al zijn hele carrière een overtuigd pleitbezorger van Europese integratie, vond in de actuele politieke ontwikkelingen buiten Europa een dwingend argument voor meer Europese slagvaardigheid. Zijn pleidooi voor een zelfbewuster Europees optreden op het wereldtoneel is een voor de hand liggend, maar daarom niet minder relevant, antwoord op geopolitieke verschuivingen.

Rusland heeft op de Krim en in Oekraïne agressiviteit in Europa aan de dag gelegd en laat met aanhoudende steun voor de Syrische leider Assad zien ook buiten Europa politieke ambities te hebben. China volgt sinds een aantal jaar een zelfbewust buitenlands beleid waarbij economische en politieke belangen gelijk opgaan. Er gaat bijkans geen dag voorbij zonder aankondiging van een nieuwe Chinees project in Azië, Afrika of Europa. En dan is er natuurlijk Donald Trump, die met zijn America First, zijn frontale aanvallen op de EU en zijn dédain voor het multilaterale stelsel bijdraagt aan het herschrijven van de internationale spelregels. Er is in Europa begrijpelijkerwijs twijfel gerezen over de hechtheid van de transatlantische band en de levensvatbaarheid van de multilaterale aanpak.

Europa is behalve een interne markt ook een machtsblok op het wereldtoneel, maar het heeft een zekere schroom om zich als zodanig te definiëren. Europa, dat zich graag laat voorstaan op zijn softpower moet zelfbewuster, sneller en mogelijk ook harder worden. Juncker heeft terecht geprobeerd Europees zelfbewustzijn in dit opzicht aan te wakkeren. Eenheid, niet uit ideëel motief, maar als machtsfactor.

Juncker wil onder andere een doeltreffender Europees optreden door het veto van lidstaten bij buitenlands beleid in te perken en hij schoof de euro naar voren als machtsinstrument. De munt zou een belangrijkere rol moeten krijgen in de internationale handel, als tegenwicht tegen de dollar. Hoe je dat als Commissie kunt afdwingen is onduidelijk en als er de afgelopen jaren nu iets een bedreiging voor de Europese eenheid is geweest, dan was het de eurocrisis en bijbehorende debatten tussen Noord en Zuid.

Want eenheid prediken is simpel vergeleken met eenheid kweken. Hoe moeilijk dat is bleek snel na het optreden van Juncker toen een controverse met de Hongaarse premier Victor Orbán over uitholling van de rechtsstaat een nieuwe fase inging. Europarlementariër Judith Sargentini (GroenLinks) behaalde een mooie overwinning toen haar aanklacht tegen Orbán werd beloond met een strafprocedure tegen Hongarije, de zogeheten artikel 7-procedure. Uitkomst van die procedure zou kúnnen zijn dat Hongarije stemrecht kwijtraakt. Het valt nog te bezien of het zover komt, al was het maar omdat ook tegen Polen een procedure wegens rechtsstatelijk wanbeleid loopt.

Orbán speelt de nationale kaart. Dat is zijn goed recht, zolang hij binnen de afspraken van het internationaal verband blijft. Doet hij dat niet, dan is een harde aanpak, inclusief artikel-7, onvermijdelijk.

Het is een illusie te denken dat de EU snel een machtige speler zal worden, maar het wordt hoog tijd dat Europa meer leert denken én handelen in termen van macht. Dat is nodig om Europese belangen te verdedigen. De strijd om waarden en normen zal intussen zowel extern als intern gevoerd moeten worden. Want als de EU het niet doet, wie dan wel?

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.