Een half jaar zonder smartphone: maand 5

Week 18

  1. Gemma Venhuizen (32)

    Wetenschapsjournalist, werkzaam bij NRC, Single

    Foto Lars van den Brink

    Een vriend van mij belde een paar weken geleden op: ‘Ik heb goed nieuws, en ik heb slecht nieuws.’ Zijn vriendin en hij verwachtten een baby, dus ik was meteen zenuwachtig – was alles goed gegaan met de bevalling?

    Het goede nieuws bleek dat hun dochter inmiddels geboren was, gezond en wel. Het slechte nieuws was dat ze zich pas een week na de geboorte herinnerden dat ik geen WhatsApp had, en dus nog niet op de hoogte was van haar geboorte.

    Ik was allang blij dat alles goed was gegaan en zat er niet mee, maar het zette me wel aan het denken: beginnen mijn vrienden me te vergeten door mijn smartphoneloze periode?

    Nu het einde van het project nadert (nog minder dan twee maanden!) vragen mensen mij steeds vaker of ik uitkijk naar 1 november. Vrijwel iedereen gaat ervan uit dat ik mijn smartphone direct weer in de armen zal sluiten.

    Eerlijk gezegd hik ik zelf een beetje tegen die datum aan. Wíl ik wel terug naar mijn iPhone? Stel dat er nu een wereldwijd verbod zou komen op smartphones, dan zou ik daar geen moment rouwig om zijn. De enige reden dat ik mijn smartphone soms mis, is dat anderen er wél een hebben. Mijn vriendinnen zitten in een groeps-chat zonder mij, mijn collega’s wisselen digitaal vakantiefoto’s uit, bij een vertraagde trein wordt mij geadviseerd de NS-app te raadplegen… Ik mis mijn smartphone niet, maar ik mis wel een hoop. En daardoor zal ik vermoedelijk toch weer overstag gaan.

    Tot die tijd geniet ik van mijn smartphoneloze periode. En juich ik het initiatief toe van de Franse middelbare scholen, waar vanaf dit schooljaar een smartphoneverbod heerst. Zoals een 15-jarige scholiere in de Volkskrant zegt: ‘Ik ben voor het verbod. Ik zou me niet kunnen concentreren als ik tijdens de les op mijn telefoon mocht kijken. Ik ben echt snel afgeleid met dat ding in de buurt.’

Lees verder over hoe het de deelnemers tot nu toe verging: in maand vier, maand drie, maand twee en maand één.