Een half jaar zonder smartphone: maand 5 en 6

Laatste update

  1. Sandro van der Leeuw (27) - Schrijver, student beeldende kunst, Single

    Foto Lars van den Brink

    Update 11 (17 oktober 2018): De laatste.

    Een beetje onwerkelijk, maar vooral heel kloppend dat ik dat nu einde­lijk op kan schrijven. Het werd tijd. De afgelopen maanden waren op meerdere vlakken een uitdaging. En hoewel ik geen moment spijt heb gehad van mijn beslissing om een half jaar zonder smartphone te leven, kijk ik uit naar een nieuw hoofdstuk.

    Het voelt ergens alsof ik dadelijk weer mee buiten mag spelen met de rest. Dat ik niet meer afgesneden zal zijn van de wereld om me heen. Hoewel dat een geruststellende gedachte is, maakt ze me ook zenuwachtig. Ik wil niet vervallen in oude gewoontes. Niet weer vergroeid raken met een stukje technologie dat sterker blijkt dan mijn hoofd en geest. Bovendien weet ik niet of ik er ooit helemaal klaar voor zal zijn mijn opnieuw verworven kluizenaarschap in te leveren. Laat dit daarom mijn naslagwerk zijn.

    Voor als ik even niet meer weet wat ik met mijn smartphone aan moet.

    Wat ik ga missen:
    Dat je me lange sms’jes stuurt die zoveel meer zeggen dan zes snelle berichtjes achter elkaar. Dat je even vergeet dat ik een oude Nokia heb en me toch zes snelle bericht­jes achter elkaar stuurt. Dat ik niet de hele tijd aan hoef te staan. Dat ik er pas na uren achter kom dat mijn telefoon niet in mijn broekzak zit, maar nog onder m’n kussen ligt. Dat het weer een beetje voelt alsof ik een tiener ben. Dat ik me nooit meer naar het station haast, omdat ik toch niet weet hoe laat de volgende trein vertrekt. Dat ontvangen emoticons op mijn scherm in vierkantjes veranderen en ik zelf kan fantaseren wat je me met beeldtaal probeert te vertellen. Dat m’n Nokia zo lekker glinstert, omdat een vriendin de saaie, zwarte achter­kant ervan heeft versierd met glitters en fluorescerende nagellak. Dat je niet kunt zien dat ik online was en ik me een beetje minder schuldig voel als ik pas na drie dagen reageer. En dat ik sneller besluit je te bellen, omdat m’n inbox weer vol zit.

    Wat ik niet ga missen:
    Dat m’n inbox dus alwéér vol zit, omdat je even vergeet dat ik een oude Nokia heb en me zes snelle bericht­jes achter elkaar stuurt. Dat ik in 27 minuten vijf sigaretten rook, omdat ik op het nippertje een trein miste. Dat ik ontdekte dat je Tinder ook op een MacBook kan spelen. Dat beelden soms meer zeggen dan woorden en ik geen foto’s kan maken en naar je op kan sturen. Dat ik zonder navigatie rijden niet alleen vervelend, maar, door het paniekerig om me heen kijken, ook eng en gevaarlijk vind. Dat ik als laatste op de hoogte ben van je feestje en niet meer durf te komen, omdat ik me onwelkom voel. Dat de glitters op m’n Nokia niet meer glinsteren. Dat je me prijst omdat ik geen Whatsapp gebruik, terwijl ik eigenlijk heel jaloers op je ben. Dat ik zo langzaam reageer dat jij dat op den duur ook begint te doen. En dat ik zo weinig aansta dat het soms lijkt alsof ik alleen op de wereld ben.

    Waar ik naar uit kijk:
    Nu dat uit de weg is, kan ik weer vooruit denken. Blijdschap overheerst, dus laten we met een positieve noot eindigen. Gek genoeg kijk ik vooral uit naar het zingen onder de douche, terwijl Spotify uit een grote koffiemok galmt waar ik mijn smartphone in heb gezet. Nooit meer de weg kwijt­raken, dat lijkt me ook wel wat. En dat ik minder kan roken, omdat ik niet meer altijd de trein mis of ergens anders op moet wachten. Of wat te denken van alle foto’s die ik weer kan maken en bewerken om eindelijk een beroemde Insta­grammer te worden. Eveneens leuk dat ik dadelijk weer kan lachen om de gifjes die je me stuurt, en dat ik minder het idee heb alleen op de wereld te zijn. Het feit dat ik straks uitgebreider (en sneller?) kan reageren, omdat mijn duimen niet meer te dik zijn voor die harde Nokia-toetsen en ik niet meer afhankelijk ben van T9, hangt daar sterk mee samen. Tot slot, en deze hou ik eigenlijk liever voor mezelf, heb ik buitensporig veel zin om Grindr weer eens te gebruiken. Hopelijk gaat dat snel vervelen. Hopelijk raak ik sowieso snel uitgekeken op alles waar ik nu naar uitzie.

    Zodat ik mijn smartphone eindelijk op een gezonde(re) manier kan gaan gebruiken. Zodat ik de baas ben, en blijf. Zodat ik alleen ben omdat ik ervoor kies, niet omdat ik me onwelkom bij je voel. Zodat ik nog meer leer te genieten van mijn offline-leven, en het hele online-gebeuren wat vaker in mijn broekzak durf te laten rusten.

    Waar het hoort.

    Daar heb ik pas ècht zin in.

Een dumbphone op vakantie, dat werkt niet

  1. Emina Cerimovic (30)

    Wetenschappelijk medewerker WRR, ministerie van Algemene Zaken Single

    Foto Lars van den Brink

    In een van mijn laatste blogs schreef ik dat mijn toentertijd toekomstige solo-vakantie door Zuid-Spanje van bijna drie weken de ultieme test zou zijn voor mijn dumbphone-avontuur. En dat was het zeker.

    Het gedoe begon nog voor ik überhaupt Schiphol bereikte. Op Utrecht Centraal besefte ik me vlak voordat ik in mijn trein naar Schiphol stapte dat ik mijn iPad thuis vergeten was. De tranen sprongen me in de ogen van de paniek. Twee en een half uur voordat mijn vlucht vertrok moest ik kiezen tussen 1) terug naar huis gaan om mijn iPad alsnog in mijn koffer te stoppen en riskeren dat ik te laat zou zijn voor mijn vlucht of 2) gewoon de trein instappen en zonder enige technologie voor drie weken verdwijnen in Andalusië (lees: geen Google maps, geen Google translate, geen Tripadvisor, geen online inchecken voor je vlucht, geen van de vijf adresjes waar ik de komende drie weken zou verblijven bij de hand).

    Wat te doen? Juist! Je moeder in paniek opbellen. Gelukkig wist zij wel kalm te blijven. We besloten dat zij van de andere kant van de stad met de auto richting mijn huis zou vertrekken terwijl ik terug naar huis zou gaan om mijn iPad op te halen, zodat we gelijktijdig zouden aankomen en zij mij met de auto naar Schiphol kon brengen. Toen ik ruim een half uur later bij haar de auto instapte, schreeuwde ik het bijna uit: “Ik ben er helemaal klaar mee, ik wil mijn smartphone terug!”

    Eenmaal op vakantie werd dat gevoel alleen maar sterker. De straatjes van Sevilla, Malaga, Granada en Cordoba zijn bijna niet te doen zonder Google Maps. Tenminste, niet als je maar een paar dagen per stad hebt om te verkennen. En hoe kom je van het vliegveld of het busstation bij je hostel? En wat was ook alweer het adres van je hostel? En hoe vraag je aan de oude Spaanse dame bij de wasserette of de wasmiddel en wasverzachter al in de wasmachine zitten? En waar kun je de lekkerste tapas voor de beste prijs eten? Oftewel, ik miste dagelijks mijn smartphone. En toen wist ik het ineens... Ik ga zelf een light phone creëren.

    Onlangs stuurde één van de andere deelnemers van dit experiment een site door waarop de zogenoemde Light Phone wordt geïntroduceerd. “The Light Phone is your phone away from phone”, zo luidt de slogan op de site. Een telefoon die zo is vormgegeven dat deze je minimaal afleidt. Er zitten alleen functionele apps die je leven makkelijker maken op. Fotocamera, navigatie, alarmklok etc. Dat is wat ik wil! En tot de tijd dat deze Light Phone werkelijk op de markt te koop is, creëer ik hem zelf door alle afleidende apps te verwijderen en de rest van mijn smartphone wel te gebruiken.

    Dus bye bye WhatsApp: hello fotocamera, Google maps en Spotify. Je moet tenslotte niet het kind met het badwater weggooien.

Is stilte een luxe?

  1. Koen Caris (29)- Schrijver, Relatie

    Foto Lars van den Brink

    Ongemerkt is de laatste maand ingegaan. Nog een paar weken en het hele gebeuren zit er alweer op. Ik heb geen enkele moeite meer met het smartphoneloze bestaan. Sterker nog, ik ben er totaal niet meer mee bezig. Af en toe valt het me ineens weer even op: wat een vrijheid, wat een rust, wat een belachelijk aantal uren in een dag. Maar voor het grootste deel denk ik dat is gebeurd wat Hanneke en consorten aan het begin voor ogen hadden: na een half jaar ben je er gewoon aan gewend.

    Daarmee dient de volgende vraag zich aan: en nu? Ga ik straks door met mijn oude Nokia of ga ik toch weer terug? Ik ging er eigenlijk blind vanuit dat ik het voortaan bij de Nokia zou houden. Maar nu ziet het er ineens naar uit dat ik, nog voor dit project voorbij is, Amsterdam ga verlaten en naar Rotterdam verhuis. Heel leuk, maar ook spannend: ik ken wel wat mensen in Rotterdam, maar mijn dagelijkse vriendengroep laat ik achter. Om nog te zwijgen van de mensen met wie ik dagelijks kantoortje speel (geen overbodige luxe als praatgrage zzp’er). Ik merk bovenal dat ik direct weer naar m’n smartphone verlang.

    Dat levert interessante vragen op. In hoeverre vind ik m’n smartphoneloze bestaan alleen fijn omdat ik in een veilige en volle omgeving zit? In hoeverre kan ik de (angst voor) eenzaamheid alleen goed hebben omdat ik m’n vrienden op fietsafstand heb, mijn vaste looproutes, mijn vaste tafeltjes in de vaste koffietentjes? Wordt (digitale) verstrooiing méér nodig wanneer je dagen leger zijn? Of wanneer je wat minder goed in je vel zit? En als dat zo is, betekent dat dat afzondering en stilte een luxe zijn geworden, voor mensen met een veilig vangnet? Het zou interessant zijn om nog een tijdje zonder smartphone in een “vreemde” stad te wonen. Om te kijken wat er dan gebeurt, als ik niet meer kan leunen op al bestaande dagindelingen en contacten. Hoe ik dan de eenzaamheid te lijf ga, hoe ik dan mijn dagen vul. Het zou heel interessant zijn. Ik weet niet of ik het ga uitproberen.

De laatste loodjes

  1. Peter Castrop (55) - Bedrijfsjurist bij ProRail, Getrouwd, twee kinderen van 16 en 18

    Foto Lars van den Brink

    Het is bijna oktober en dat betekent dat we nog maar 1 maand te gaan hebben met ons experiment. En dat is een mooi moment om alvast de balans op te maken.

    Wat gaat er goed?

    • Geen last van talloze overbodige whatsappjes in groepen die eigenlijk heel ergens anders voor bedoeld waren, maar die al snel ontsporen in prietpraat (in de sportgroep een bericht met de vraag wie er suiker heeft omdat er een appeltaart gebakken moet worden waar de hele groep, min 1, volledig op losgaat) en andere berichten die onnodig digitale ruimte innemen en die ik nooit had willen zien (zo, dat lucht op). En je moet ze wel allemaal lezen omdat er ook een bericht tussen kan staan waar de groep nu juist wel voor bedoeld is.

    • Geen e-mail onderweg. Het gevoel om niet altijd aan te staan is heerlijk. Omdat ik niets anders te doen heb, ga ik dan maar een boek lezen. En dat blijkt heel leuk te zijn (als het een goed boek is natuurlijk).

    • Met zo'n dumbphone heb je al snel aanspraak. Het eerste onderwerp van gesprek is als een soort van kant-en-klare maaltijd al geserveerd.

    • Geen oeverloos scrollen op internet of sociale media op zoek naar een bericht dat wel de moeite waard is om te lezen.

    • Het is geen probleem om zonder de smartphone de weg te vinden. Soms moet ik dan vooraf opzoeken waar ik zijn moet en hoe ik daar kan komen. Dat lukt me nog wel.

    Wat gaat er minder goed?

    • In huis heb ik geen bereik met de dumbphone. Op de dagen dat ik thuis werk is dat heel erg onhandig. Ik moet er, voordat ik thuis kom, aan denken om de telefoon door te schakelen naar de vaste telefoon. Dat moet ik dan al wel een kilometer voor mijn huis doen, want vanaf daar zwijgt de dumbphone in alle talen. En uiteraard kom ik soms pas thuis tot de ontdekking dat ik vergeten ben door te schakelen.

    • In de trein heb ik ook geen bereik met de dumbphone. En hoewel ik bellen in de trein heel irritant vind, kan het heel soms toch handig zijn. Ook een sms versturen lukt niet.

    Omdat het experiment het einde nadert krijg ik steeds vaker de vraag wat ik daarna zal doen. Terug naar de smartphone of doorgaan met de dumbphone? Eerlijk gezegd weet ik het nog niet. Er zijn veel voordelen verbonden aan de dumbphone, maar thuis niet bereikbaar zijn is heel onhandig. En er zijn natuurlijk ook whatsappgroepen die wel goed functioneren omdat niemand in die groepen zit te wachten op overbodige berichten. Ik heb bij deze afwegingen geen zware filosofische overdenkingen. Een telefoon moet praktisch zijn, maar niet verslavend. Het is een gebruiksvoorwerp en niet meer dan dat. Net als een kaasschaaf. En daar wil je ook niet de hele dag naar kijken.

    Ik denk er dus nog even over na.

Week 19

  1. Kim van Beem (35), Community & contentmanager bij Babboe bakfietsen. Relatie, twee kinderen van 5 en 1,5

    Foto Lars van den Brink

    Ik ben gestopt. Inmiddels heb ik nu ruim twee weken mijn iPhone weer in gebruik. Ik heb er geen spijt van dat ik gestopt ben met het experiment. Ik weet dat ik het kan, leven zonder telefoon, maar ik ben er ook achter dat ik het heel fijn vind om een smartphone te hebben. De praktische apps, zoals Google Maps, maken het dagelijks leven een stuk gemakkelijker. Ik heb veel vriendinnen met kinderen en dan is appen net iets sneller en makkelijker dan sms'en of bellen. Het maakt de communicatie een stuk leuker. Mijn zus is vooral blij dat haar telefoonrekening weer omlaag gaat. Ze betaalde de afgelopen maanden zo €15,- extra vanwege haar sms'jes aan mij die buiten de bundel vielen. Oeps...

Het ontbreken van afleiding is goed voor een mens, zegt Jan Derksen, klinisch psycholoog en universitair hoofddocent psychodiagnostiek. Lees ook: Het effect van smartphonevrij leven op je brein

Week 18

  1. Gemma Venhuizen (32)

    Wetenschapsjournalist, werkzaam bij NRC, Single

    Foto Lars van den Brink

    Een vriend van mij belde een paar weken geleden op: ‘Ik heb goed nieuws, en ik heb slecht nieuws.’ Zijn vriendin en hij verwachtten een baby, dus ik was meteen zenuwachtig – was alles goed gegaan met de bevalling?

    Het goede nieuws bleek dat hun dochter inmiddels geboren was, gezond en wel. Het slechte nieuws was dat ze zich pas een week na de geboorte herinnerden dat ik geen WhatsApp had, en dus nog niet op de hoogte was van haar geboorte.

    Ik was allang blij dat alles goed was gegaan en zat er niet mee, maar het zette me wel aan het denken: beginnen mijn vrienden me te vergeten door mijn smartphoneloze periode?

    Nu het einde van het project nadert (nog minder dan twee maanden!) vragen mensen mij steeds vaker of ik uitkijk naar 1 november. Vrijwel iedereen gaat ervan uit dat ik mijn smartphone direct weer in de armen zal sluiten.

    Eerlijk gezegd hik ik zelf een beetje tegen die datum aan. Wíl ik wel terug naar mijn iPhone? Stel dat er nu een wereldwijd verbod zou komen op smartphones, dan zou ik daar geen moment rouwig om zijn. De enige reden dat ik mijn smartphone soms mis, is dat anderen er wél een hebben. Mijn vriendinnen zitten in een groeps-chat zonder mij, mijn collega’s wisselen digitaal vakantiefoto’s uit, bij een vertraagde trein wordt mij geadviseerd de NS-app te raadplegen… Ik mis mijn smartphone niet, maar ik mis wel een hoop. En daardoor zal ik vermoedelijk toch weer overstag gaan.

    Tot die tijd geniet ik van mijn smartphoneloze periode. En juich ik het initiatief toe van de Franse middelbare scholen, waar vanaf dit schooljaar een smartphoneverbod heerst. Zoals een 15-jarige scholiere in de Volkskrant zegt: ‘Ik ben voor het verbod. Ik zou me niet kunnen concentreren als ik tijdens de les op mijn telefoon mocht kijken. Ik ben echt snel afgeleid met dat ding in de buurt.’

Lees verder over hoe het de deelnemers tot nu toe verging: in maand vier, maand drie, maand twee en maand één.