Recensie

De onnodige martelgang van de Nederlandse economie

De wereld na de crisis Uitvoerig en goed onderbouwd beschrijft oud-CPB-directeur Coen Teulings hoe de kabinetten Balkenende en Rutte de crisis verergerden.

‘Stability leads to instability.’ Deze vier woorden hebben voor de meeste economen inmiddels de status van een cruijffiaans cliché. Voor de Amerikaanse econoom Hyman Minsky was het in 1992 al zonneklaar dat een langdurige kalmte op financiële markten een voorbode van veel ellende is. Minsky’s ‘Financial Instability Hypothesis’ laat zich samenvatten met de onheilsboodschap dat een comfortabele luwte de boel in slaap sust.

Een crisis slaat dan in als een bom. Resultaat: paniekvoetbal – mensen gaan gekke dingen doen. De economie kapotbezuinigen bijvoorbeeld. Roepen dat stoute landen niet meer mee mogen doen. Laat dit nou precies de strategie van Nederlandse volksvertegenwoordigers ten tijde van de eurocrisis zijn geweest. Voormalig CPB-directeur Coen Teulings spaart ze niet, deze Hollandse kapiteins. Zijn boek Over de dijken laat zich lezen als een revanche – op hen die de economische wetenschap in de wind sloegen, en daarmee in Teulings ogen (deels) verantwoordelijk zijn voor het onnodig lang voortslepen van de crisis in Europa.

Toen de kredietcrisis volgend op het faillissement van zakenbank Lehman Brothers in de Verenigde Staten al zo’n beetje was uitgeraasd, moest de grootste misère in Europa nog beginnen. De twee belangrijkste oorzaken daarvan beschrijft Teulings uitvoerig en goed onderbouwd. Zijn eerste beklaagde is het Verdrag van Maastricht uit 1992, de geboorteakte van de Europese Unie waarin ook de afspraken voor de invoering van de euro werden vastgelegd. Een lapwerk van compromissen, volgens Teulings. De strikte eisen aan staatsschulden en financieringstekorten van eurolanden zouden in de crisis een te nauw korset blijken; evenals de beperkte bevoegdheden die de Europese Centrale Bank (ECB) kreeg toebedeeld.

De tweede grote boosdoener van Teulings is de Nederlandse halsstarrigheid. Hij laat meermaals doorschemeren dat de ingrijpende bezuinigingen waarmee de kabinetten Balkenende en Rutte de crisis te lijf gingen, hebben geleid tot een onnodige ‘martelgang van de Nederlandse economie’. Financiële tegenslagen moet je ‘uitsmeren’ leert de economische theorie – Teulings heeft een blik met klinkende namen opengetrokken om dit duidelijk te maken. Zelfs toen het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dit Nederlandse beleidsmakers aan het verstand probeerde te brengen, bezuinigden zij door.

Die haast religieuze aversie van schuld, de angst dat iemand anders er met de buit vandoor gaat – Teulings wijt het aan het in Nederland diepgewortelde calvinisme, vermengd met een hang naar autonomie. Hoe het ook zij, andere EU-lidstaten hebben de Nederlandse ramkoers moeten bezuren. Teulings laat zien hoe in 2011 een opiniestuk in de Financial Times van premier Mark Rutte en minister van Financiën Jan Kees de Jager, waarin zij betogen dat Griekenland uit de muntunie moet kunnen worden gezet, de rente op de staatsschuld van dat land verder deed oplopen. De onzekerheid over het voortbestaan van de euro die ze daarmee aanwakkerden, sleurde ook andere Zuid-Europese landen dieper in de put.

Kers op de taart van het Nederlandse struisvogelgedrag was de reactie op de onorthodoxe maatregelen die ECB-president Mario ‘whatever it takes’ Draghi vanaf juli 2012 doorvoerde om de euro koste wat het kost te redden. De extreem lage rentes en het grootschalig opkopen van staatsobligaties was en is in veler ogen onverantwoord. Volgens Teulings heeft Draghi de EU én daarmee ook Nederland van een ondergang gered.

Teulings maakte het allemaal van dichtbij mee. Hij doet verslag van dinertjes en onderonsjes met kopstukken van de Nederlandse overheid en de EU. Dat Nederland de verkeerde afslag had genomen heeft hij duidelijk proberen te maken. Een roepende in de woestijn. Toch is Teulings is geen cynicus. Elk nadeel heeft z’n voordeel, lijkt hij in zijn slothoofdstuk te willen zeggen. Ja, de Europese Unie bezweek in de jaren 2011-2015 bijna aan haar weeffouten. Maar de Verelendung van de financiële crisis in Europa heeft uiteindelijk wél tot grondige herstelwerkzaamheden geleid. En ja, Nederland heeft zichzelf en z’n Uniegenoten meer kwaad dan goed gedaan met z’n betweterige gedrag. Maar het vertrek uit de EU van mede-herrieschopper Verenigd Koninkrijk schept ruimte voor een herbezinning op de positie van Nederland binnen de EU, wensdenkt Teulings. ‘Een succesvolle agenda voor de EU klaagt niet over wat misgaat, maar viert wat is bereikt’, schrijft hij. Echt zoden aan de dijk zet hij met dit cliché niet.

    • Francisca Wals