Recensie

De nieuwe Mercedes is een fuifnummer van 30 mille (zonder feestverlichting)

Bas van Putten rijdt een A-klasse en vraagt zich af waarom er zo’n kleine Mercedes is als iedereen een grote wil.

Mercedes A-klasse bij Stern in Amsterdam Zuidoost. Foto Merlijn Doomernik

Boomlange lunchgast, je komt als geroepen. Die zwarte breedbekkikker met zijn dubbele uitlaatsierstukken, beetje veel eer voor een nietig viercilindertje, is de nieuwe Mercedes A-Klasse. Zet je Passat er even naast. Zie zelf, dat Benzje is geknipt voor jou; groter dan ooit. Ruim 80 centimeter langer dan de eerste A-klasse en 12 centimeter langer dan de vorige. Met 4.41 meter meet hij 15 centimeter meer dan een Golf. Dan zou er toch twee meter mensenvlees in moeten passen, wat jij Marcel? Neem plaats op de bestuurdersstoel, ga ik achter je zitten. Zien we meteen hoe groot groot is.

Jawel, de roemruchte stadsdwerg van 1997 – destijds een revolutie in de geschiedenis van het merk – is een middenklasser geworden. Hij mag met swingende BMW’s en Volvo’s concurreren. Theoretisch is het bijna, bijna, een gezinswagen. Mercedes rept van „meer schouder-, elleboog- en hoofdruimte plus een verbeterde toegang tot de achterbank”.

M. stapt in. Hij blij, ik klem. Tikje naar voren graag jongen, zo ver dat je nog net draaglijk zit. M. schuift aan zijn stoel tot hij als een verfrommelde giraf tegen het stuur plakt. Nu pas ik op de achterbank, min of meer. Mancave voor, mancave achter. Twee haringen in een ton.

Een paar weken later komt R. langs, en dit geloof je niet; in een A-klasse. Geen nieuwe, maar een afgetrapte van de eerste serie. Wat daar fijn aan is: het is ideaal vergelijkingsmateriaal. Mercedes had destijds iets geniaals bedacht; een minibusje van drie meter zevenenvijftig voor vier mensen plus bagage. Het roestte en het kwakkelde, het kieperde omver in een beruchte slalomtest van een Zweeds autoblad, maar uniek bleef het.

Dwergje

De A van R. is een bijzondere. Hij heeft de zeldzame verlengde variant, de L. Mercedes rekte hem twintig centimeter op en creëerde een dwergje met de zitcapaciteit van een limousine. De beenruimte achterin is verbijsterend. Op de vloer tussen voorstoelen en achterbank kan een peuter slapen. En nu zit ik goddomme klem in een Mercedes-Benz die meer dan zestig centimeter langer is. Rara.

Het thema van de week is dus: wat is vooruitgang? Hoe verhoudt de productfilosofie achter de nieuwe A zich tot het masterplan achter de eerste?

De eerste ontstond uit een voorstelling van efficiency; een kleintje met de ruimte van een grote. Het motief achter de huidige is conformisme; een designstatement dat de modemens meer opwindt dan een Golf. Dan wil hij er dus ook dik voor betalen, want het is een Mercedes en dan heb je wat. Je krijgt, als je genoeg reserves aanspreekt, het staande digitale dashboard waar Mercedes apetrots op is. Een flatscreen ter breedte van een skateboard, briljant ontspiegeld met een folie dat reflecties tegenhoudt. Zoiets heeft NIEMAND. Je krijgt lichtranden rond de ventilatieroosters. Ze kleuren blauw als je de temperatuur verlaagt en rood als je hem opdraait. Je hebt verlichte dorpels met merklogo’s, rode stiksels in de zwarte stoelen – en een acuut bedieningsprobleem. Probeer de sfeerverlichting eens in te stellen. Eerst moet je ‘parameters’ configureren. De helderheidszones ‘meerkleurig’, ‘kleurrijk’ of ‘geanimeerd’. Dan nog ‘sfeer’, ‘accent’ en ‘roosters’. Plus de kleuren zelf, een sfeerslopend embarras du choix. Ocean blue, purple sky, red moon, fire red, dawn blue, sun yellow, jungle green. Ik denk dat het romantisch is bedoeld, als een ode aan het betere leven.

Mercedes brengt voor het fuifnummer ten minste 30 mille in rekening. Voor dat geld heb je die digitale cockpit en je feestverlichting nog niet binnen. Mijn A200 met headup-display en Burmester geluidssysteem komt iets boven de halve ton uit. Waarom zou er überhaupt een kleine Mercedes-Benz van 30.000 euro moeten zijn, terwijl iedereen een grote wil? De vraag is even schrander als Mercedes’ antwoord: om mensen met een ontoereikend budget voor een echte bij de club te laten horen. ‘Just like you’, lokt de commercial zo behaagziek als zijn kopers.

Eerlijk is eerlijk; hij rijdt en stuurt tien keer beter dan zijn verre voorganger. Aan ruimte heeft de Benz-single toch geen boodschap. Hij wil een digitale rijmachine op blinkende 19 inch-velgen. Raad eens waarom? Om de partner te versieren die gelooft dat zijn Mercedes net als hij is. Ze trouwen, maken een kindje, en nog een kindje. Het Benzje barst uit zijn voegen. Ontnuchterd voor het leven kopen ze alsnog de keurige Passat van lunchgast M. The end.

    • Bas van Putten