Choreograaf Jan Fabre beticht van seksisme en machtsmisbruik

In een brief schrijven twintig ex-medewerkers en oud-stagiairs dat ‘vrouwelijke lichamen het mikpunt zijn van pijnlijke en openlijk seksistische kritiek’.

Choreograaf Jan Fabre. Foto Quique García/EPA

Choreograaf en theatermaker Jan Fabre wordt door twintig dansers, ex-medewerkers en oud-stagiairs van seksisme, machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag beschuldigd. Er zou sprake zijn van wantoestanden bij Fabres theatergezelschap Troubleyn, zo blijkt uit een open brief die zij donderdag hebben gestuurd naar het Vlaamse cultuurblad Rekto:verso.

De groep van voornamelijk vrouwelijke werknemers en stagiairs van de Belgische Fabre schrijven dat ze zich “hebben verenigd om ervaringen te delen en onze stemmen te laten horen in de context van #MeToo en de sociale veranderingen die ermee samenhangen.” De Vlaamse minister Sven Gatz (Cultuur, Open VLD) laat onderzoek doen naar de beschuldigingen. Ook is er een gerechtelijk onderzoek gestart.

De aanleiding voor het schrijven van de gezamenlijke brief is een reactie die Fabre heeft gegeven aan omroep VRT eind juni. In een item over grensoverschrijdend gedrag in de cultuur- en mediasector reageerde hij verrast toen hij hoorde dat één op de vier vrouwen in die sector slachtoffer is van seksueel en fysiek overschrijdend gedrag. Fabre zei de acties en maatregelen die de minister wilde nemen te steunen. Hij voegde ook toe dat “er iets gevaarlijks aan is, omdat je daardoor de relatie - de secret bond tussen regisseur, choreograaf, acteurs en dansers - ook ongelofelijk kapot gaat maken en gaat kwetsen”.

NRC vroeg lezers naar hun mening over de #MeToo-discussie: ‘#MeToo heeft de grijze gebieden eerder zwart gemaakt’

Gevoeliger

Fabre, die ook kunstenaar is, vertelt in het item over een situatie waarin hij naar een danser schreeuwde dat ze moest gaan trainen omdat ze opnieuw te dik was geworden. Zijn assistente was daarna naar hem toegekomen om te zeggen dat zulke commentaren kwetsend kunnen zijn. Fabre zegt vervolgens dat “mensen de laatste tijd gevoeliger zijn geworden”. Volgens de briefschrijvers ging het om een lang en pijnlijk spel van vernedering waarin Fabre insinueerde dat de danser zwanger moest zijn. De vrouw barstte uiteindelijk in tranen uit.

Vernedering is dagelijkse kost, schrijft de groep. “In het bijzonder vrouwelijke lichamen zijn het mikpunt van pijnlijke en vaak openlijk seksistische kritiek.” Ook gaf Fabre zijn dansers bijnamen die “onmiskenbaar denigrerend en racistisch zijn”.

Uit de brief blijkt dat meerdere dansers de afgelopen maanden bij Troubleyn zijn vertrokken om #MeToo-gerelateerde gebeurtenissen. Het gaat in totaal om zes mensen in twee jaar. “Ondanks onze maximale inspanning om binnen het theatergezelschap een inclusief gesprek te openen over #MeToo, is dat niet gelukt. Ofwel werd dat gesprek vermeden, ofwel werden dansers onmiddellijk voor een ultimatum gesteld.” Dansers die bleven, moesten een brief aan Troubleyn richten waarin ze uitlegden waarom ze met Fabre wilden blijven werken.

Jan Fabre heeft naam gemaakt als theaterregisseur, kunstenaar, choreograaf en filmproducent. Hij kreeg meerdere nationale en internationale onderscheidingen voor zijn werk.

Een oud kunstwerk van Fabre zorgde vorig jaar nog voor ophef: Controverse over menselijke botten in kunst Jan Fabre

Publiek proces

In een reactie schrijven Fabre en het theatergezelschap “deze aanval via de media te betreuren, aangezien er op deze manier een oneerlijk publiek proces wordt gevoerd”. Fabre wordt aan de schandpaal genageld, zonder enige vorm van verdediging op basis van anonieme getuigenissen en moeilijk te controleren beweringen, schrijven ze in hun reactie. “Het gezelschap is niet op voorhand gecontacteerd door het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen voor een gesprek hierover, noch door de initiatiefnemers”, voegen ze daaraan toe.

“Het is geen geheim dat Fabre een uitgesproken karakter heeft en direct kan overkomen als regisseur. Dat betekent echter niet dat er ook sprake is van grensoverschrijdend gedrag.” Er is volgens Fabre en het gezelschap “een duidelijke grens die we bij Troubleyn stellen: alles moet gebeuren met wederzijdse toestemming en respect.” De briefschrijvers worden uitgenodigd om een “sereen en open gesprek te voeren in plaats dit via de media te doen”.

    • Meike Bergwerff