Recensie

Chapo is het stoute neefje van oplevend links

De wereld na de crisis Om iets te veranderen zijn soms vulgaire methoden nodig. Het boek van de podcastmakers Chapo Trap House is net zo venijnig als het anti-establishmentverhaal dat zij prediken.

Er zijn in 2018 best wat redenen om een revolutie te willen. Misschien, schrijven de mannen van Chapo Trap House in het begin van hun boek, kwam dat besef al wel in 2008, toen ‘je je studie net met een schuld van tonnen had afgerond precies op het moment dat de economie volledig naar de klote ging.’ In Nederland kon het zomaar deze week zijn geweest, bij het bericht dat de huidige generatie dertigers voor het eerst minder verdient dan hun ouders.

Chapo Trap House is de naam van een podcast die in het voorjaar van 2016 ontstond toen een aantal twitteraars elkaar vonden in harde, linkse humor en een diepe afkeer van alles wat riekt naar establishment. Het recept van hun wekelijkse podcast is simpel: het via obscene grappen fileren van de status quo. The Chapo Way, noemen ze dat zelf, wat neerkomt op grof, cynisch en radicaal.

Inmiddels betalen meer dan 23.000 luisteraars vijf dollar per maand om de makers te ondersteunen, nog veel meer mensen luisteren gratis. En nu is er dus een boek, The Chapo Guide to Revolution, met het soort ondertitel waar je die stijl in herkent: A Manifesto Against Logic, Facts, and Reason. Het stond meteen in The New York Times Bestseller List – een klein marsje door de instituten waar de makers zichzelf over verkneukeld zullen hebben. Wat betreft theorie is de Chapo-way vrij eenvoudig, benadrukken ze al meteen: ‘Kapitalisme werkt niet voor iedereen die onder de dertig is en geen sociopaat.’ De rest van het boek bestaat vooral uit het deconstrueren van het ‘redelijke midden’, en van politieke waarheden die ten onrechte als een gegeven worden gepresenteerd.

The Guardian noemde ze al eens het linkse antwoord op Breitbart, en hoewel die vergelijking op veel vlakken mank gaat, zijn er op stijl en strategie zeker raakvlakken. Het venijnigst is hun hoofdstuk over ‘Libs’, de liberals, progressieven. Zij zijn het die zich al decennia hebben verbonden aan een neoliberale agenda, en zich zelfs na de overwinning van Donald Trump liever wentelen in morele verontwaardiging dan zich echt te keren tegen de sociale afbraak en deregulering die hem mogelijk maakten. Ook in de VS woedt de Bruderstreit vrolijk voort.

De populariteit van Chapo Trap House past bij een oplevende linkse beweging in de VS van vooral jongeren, die zich in reactie op crises in economie en politiek mobiliseren. Binnen die beweging zou je de Chapo Trap-podcast als het stoute neefje kunnen zien: meer belletje lellen dan theoretische verdieping. Hun boek is, in goede internet-slang, meme-heavy, wat het geestig, maar af en toe ook hopeloos flauw en voor buitenstaanders lastig te volgen maakt. En daardoor is het ook makkelijk zowel boek als podcast weg te zetten als nihilistische locker room talk, iets dat door gematigde linkse media dan ook gretig wordt gedaan.

Maar juist in het grove, in het nietsontziende, in de middelvinger, zit de aantrekkingskracht van Chapo. Daarom is het jammer dat een relevant essay van de enige vrouwelijke host Amber A’lee Frost in het boek onbenoemd blijft. In reactie op kritiek schreef zij twee jaar geleden op Current Affairs dat grofheid nu juist bij uitstek een revolutionaire kracht is. ‘Het heroveren van vulgarity op de Trumps van deze wereld’, schreef Frost, ‘is noodzakelijk, want als we het profane niet koesteren, blijven we gehinderd door onze eigen beschaafdheid.’

Dat maakt de Chapo-way wel degelijk een interessante aanvulling op serieuzere linkse geluiden in de VS, zoals het tijdschrift Jacobin en de Democratic Socialist-partij. Als de afgelopen jaren ons iets geleerd hebben, is het wel dat het accommoderen van rechtse ideeën links niet bijster veel heeft opgeleverd en dat ‘beschaving’ als politieke strategie nogal mager is.

    • Clara van de Wiel