Recensie

Anne Tyler blijft goed in het venijn in kabbelende gezinnen

Anne Tyler Ook in haar nieuwe roman Klokkendans, het levensverhaal van een jong meisje tot een moeder van dertig jaar, laat Tyler de verhoudingen schuren. En ze weet steeds weer haar personages meesterlijk te karakteriseren.

Het moet voor een schrijver verleidelijk zijn aan te kondigen dat dit het ‘laatste boek’ is. Het neemt al bij voorbaat iets weg van de kritische houding bij recensenten die vervolgens, een paar jaar later, een nieuw boek op hun bureau zien ploffen: ach, hij/zij kan het nog steeds. Anne Tyler had al bij verschijning van De blauwe draad in 2015 aangekondigd dat dit haar laatste zou zijn. Niets was minder waar. Ze schreef erna met Vinegar Girl een bewerking van Shakespeare’s Getemde feeks, en nu is er weer een nieuwe roman, die misschien niet haar beste is, maar wel aantoont dat ze dat voornemen terecht heeft uitgesteld. En, blijkens een recent interview met The New York Times naar aanleiding van deze nieuwe roman, is er nu, op haar 77ste, nog helemaal geen sprake van een ‘eind in zicht’.

Ogenschijnlijk valt deze roman in twee delen uiteen: allereerst is daar, met tijdsprongen van telkens een decennium, het levensverhaal van Willa Drake: van een meisje in 1967 tot de jonge moeder dertig jaar later. Een meegaande vrouw, wier leven grotendeels door de beslissingen van anderen is bepaald. Als daar, weer twintig jaar later, ineens een telefoontje komt van een buurvrouw van de ex van een van haar zoons, die meldt dat deze ex bij een schietpartij in haar been geraakt is en niet voor haar negenjarige dochter kan zorgen, aarzelt Willa nauwelijks. Ze vliegt naar de andere kant van het land om in te trekken bij totale vreemden. Eerst is ze nog in het gezelschap van haar tweede echtgenoot, een zeurende golfer, maar als die er genoeg van heeft blijft ze, ook tot haar eigen verbazing, en ontwikkelt zich het beste deel van het boek. De omgeving is nog steeds Baltimore, de stad waaraan Tyler gehecht is geraakt en waar al haar boeken zich afspelen, en ook hier is ze meesterlijk in het karakteriseren van de diverse buren en omstanders. Daar is vooral de vroegwijze dochter zelf, met wie Willa een affectieve relatie ontwikkelt; en er is zelfs sprake van een aanzet tot romantische spanning tussen haar en een van de buurmannen. Wat eerst een weekje had zullen zijn, worden maanden, lang nadat het slachtoffer thuisgekomen is uit het ziekenhuis.

In feite is het hele boek, inclusief die vroege hoofdstukken, één lange aanloop om de toch nog opzienbarende beslissing van Willa op de laatste pagina aanvaardbaar te maken. Helemaal overtuigend gebeurt dat niet: het is nooit bevredigend als je een boek dichtslaat met het gevoel dat de afloop net zo goed radicaal anders had kunnen zijn. Een ietwat geforceerde zijsprong naar de origine van het schietincident helpt daarbij ook niet.

John Updike schreef over Tyler de veelgeciteerde zin: ‘She is not just good, she is wickedly good.’ Als hij met ‘wicked’ iets als ‘boosaardig, gemeen, giftig’ bedoelde, was hij spot on. Want onder de oppervlakte van de altijd zo huiselijk kabbelende gezinslevens, het soms bijna als tergend ervaren dagelijkse gedoe, gaat altijd iets van venijn schuil, er schuurt altijd iets in de verhoudingen, iets dat Tyler blijkbaar als de condition humaine ziet. En dat maakt haar werk, zelfs in een wat mindere roman als deze, altijd op zijn minst verrassend en oorspronkelijk.

    • Jan Donkers