Recensie

Adembenemend pianoballet met flitsende accenten

Foto Het Nationale Ballet

Had Jerome Robbins (1918-1998) niet resoluut ‘nee!’ gezegd, dan zou Dances at a Gathering al 44 jaar geleden door Het Nationale Ballet op het repertoire zijn genomen. Dinsdagavond kon het gezelschap dit juweel eindelijk bijschrijven op zijn repertoire. Waar het hoort: Dances is een van de grootste pianoballetten, op études, mazurka’s en walsen van Frédéric Chopin (uitstekend gespeeld door Ryoko Kondo).

Waarom het die status verwierf, direct na de première in 1969, wordt al in de eerste solo duidelijk: een man komt op, een langzame wals klinkt, en hij wordt spontaan geïnspireerd tot dansen, volkomen natuurlijk en vanzelfsprekend. „Wat gedachten”, gebaart hij ten afscheid. Die gedachtestroom, Robbins’ choreografische inventie, duurt een uur lang voort, in verschillende formaties, vooral duetten, voor vijf paren.

Robbins, wereldberoemd geworden met de musical West Side Story, toont zich in Dances een meester met het klassieke idioom, dat hij doorspekt met flitsende accenten, een radslag, snoekduiken en complexe lifts. Maar zelfs als hij de dansers vrijwel niets laat doen, is dat adembenemend in zijn verbluffende muzikaliteit.

Het stuk werd gemaakt voor het New York City Ballet, dat het nog steeds uitvoert. Wellicht wat sneller en lichter dan Het Nationale Ballet, maar met deze cast van eerste en tweede solisten en één corps de balletdanseres (Nancy Bürer), kunnen de Amsterdammers zich meten.

Een andere bijeenkomst is te zien in Serenade after Plato’s Symposium van Alexei Ratmansky. Hij liet zich, net als componist Leonard Bernstein, inspireren door Plato’s beschrijving van de verhandelingen en debatten over de liefde door een zevental Griekse schrijvers en filosofen. In zijn enorm rijke dansvocabulaire, duidelijk Russisch, maar opgepept met grillige vondsten en verrassende passensequenties, laat Ratmansky zeven verschillende personages zien – de grappenmaker, de jonge bewonderaar, de gerespecteerde gastheer – en afwisselende scènes, waarin de gemoederen (en de benen) soms hoog oplopen, of juist in een heerlijke jongensbende uitmonden.

Die sfeertekening is al sterk, zodat de mimische elementen hier afbreuk doen. Dat doen ook de asymmetrische, Grieksige kostuums van Jérôme Kaplan, die lijnen en benen vaak laten verdwijnen – zelfs die van Igone de Jongh als de bezoekende zieneres Diotima.

Maar de mooie solistencast, aangevuld met het jonge talent Timothy van Poucke, is een genot.

Correctie (13/9/2018): In een eerdere versie werd het ‘jonge talent’ Igone de Jongh genoemd. Bedoeld werd Timothy van Poucke.

    • Francine van der Wiel