Wie de Louis d’Or en Theo d’Or gaan winnen – en wie er zouden moeten winnen

Toneelprijzen

Op het Nederlands Theater Festival worden zondag de belangrijkste toneelprijzen uitgereikt, waaronder de Louis d’Or en Theo d’Or voor de beste acteur en actrice. Hoe beoordeel je acteerprestaties?

Montage NRC

Op een middag in maart repeteren Marieke Heebink en Hans Kesting een cruciale scène van Oedipus, in een theater in Almere. Heebink diept, als Jocaste, een donkere periode uit haar leven op. Haar concentratie is groot, haar spel intens. Ze lijkt wel in trance. Als ze „Nee, nee, nee” roept, slaat haar bovenlichaam de maat van de woorden.

Regisseur Robert Icke vraagt om nog meer energie en Heebink speelt de scène daarna nog furieuzer. Ze gooit met een fruitschaal, slaat met haar hoofd op tafel en huilt, echte tranen. Na afloop zegt Kesting dat het leek alsof ze in de tafel ging bijten.

Als het nog een keer over moet, zegt ze dat ze dan niet all the way gaat, maar daar is weinig van te merken. Kesting zorgt voor een lach door het tafellaken over hen beiden heen te trekken. In de definitieve versie, die ik zelf weken na de première zie, is alle franje verdwenen en resteert een kale, keelsnoerende scène, waarin Heebink excelleert met haar fysieke verkrampingen en de pijn die doorklinkt als ze spreekt over haar traumatische ervaringen.

Voor deze rol is Marieke Heebink genomineerd voor de Theo d’Or (de Nederlandse toneel-Oscar, die ze al tweemaal eerder won). Komende zondag is de uitreiking van alle acteerprijzen op het Gala van het Nederlands Theater Festival. De achtkoppige jury nomineerde ook Alejandra Theus en Karina Holla. De Vlaamse Theus blonk uit als April Wheeler in Revolutionary Road. Met donkere blikken en dubbele bodems in haar spreken speelt ze knap de verscheurde echtgenote van een man die met de jaren zijn elan verliest. Holla speelt in Romp een vrouw die alleen haar hoofd nog kan bewegen. Alle expressie en zeggingskracht van haar personage ballen samen in hoofd en stem, aldus de jury.

Marieke Heebink (1962) genomineerd voor haar rol in Oedipus, van Toneelgroep Amsterdam.
Karina Holla genomineerd voor haar rol in Romp, van De Gemeenschap.
Alejandra Theus (1981) genomineerd voor haar rol in Revolutionary Road, van Theater Rotterdam / Toneelschuur producties.
Marieke Heebink (1962) genomineerd voor haar rol in Oedipus, van Toneelgroep Amsterdam.Karina Holla genomineerd voor haar rol in Romp, van De Gemeenschap.Alejandra Theus (1981) genomineerd voor haar rol in Revolutionary Road, van Theater Rotterdam / Toneelschuur producties.
Montage NRC

Energie

Wie zou er moeten winnen? Heebink, denk ik. Haar spel geeft een voorstelling energie. Veel van de bekoring van haar acteren komt voort uit het ritme en de melodie waarmee ze de woorden raakt en plaatst. Ze snijdt woorden aan zoals Max Verstappen een bocht aansnijdt, de ideale lijn zoekend en dan vroemmm erdoorheen, zacht of hard, al naar gelang de situatie verlangt. Het is die stem, een klaterende vrouwenstem met scherpe tanden, waar altijd wat extra wind doorheen lijkt te waaien, die je meeneemt in haar emoties en haar denken.

Wie gaat er winnen? De lof van de jury is keurig verdeeld. Van mime-veterane Holla zegt de jury dat ze „door haar vakmanschap” de ouderdom „onontkoombaar en tastbaar” maakt. En Theus weet een pakket emoties „zodanig te doseren dat je je als toeschouwer volledig met haar blijft identificeren”. Van Heebink zegt de jury dat ze geen emoties speelt, maar „transformeert in de emotie” en de ontwikkelingen weet ze „meedogenloos invoelbaar” te maken.

Behalve dit „meedogenloos” valt bij drie andere acteurs de term „genadeloos”. Dat zegt veel over hoe bevangen publiek, ook professionals, raken van het werk van toneelacteurs. Dat zie je ook af aan andere subjectieve oordelen, van lach en ontroering tot identificatie. Acteerprestaties kwalificeren en vergelijken is hoe dan ook een heikel karwei. Het spel van de acteur is een amalgaam van factoren: persoonlijkheid, presence, stem, dictie, motoriek, gestiek, timing. Het resultaat wordt bovendien mede beïnvloed door de kwaliteit van de tekst, de opdrachten van de regisseur en de ruimte die medespelers je gunnen. Kom daar maar eens uit.

Het was in zekere zin geruststellend dat ook een gelauwerd acteur, regisseur en toneeldocent als Hans Croiset niet exact weet wat de ultieme weg naar goed acteren is. Toen ik hem er een jaar geleden naar vroeg, had hij wel een even simpele als veeleisende wenk voor de acteurs die hij opleidt: „weet wat je zegt”. Omgekeerd is het een goede maatstaf voor de beoordeling van acteurs.

Wie moet er winnen? Romana Vrede. Wie gaat er winnen? Maureen Teeuwen

Fluwelen wanhoop

Twee grote rollen die het afgelopen seizoen memorabel maakten, zijn door de jury beoordeeld als niet-dragend, en dus als bijrol. Vandaar dat Romana Vrede en Anniek Pheifer zijn genomineerd voor de Colombina. Over de rol van Vrede, die de moeder van een ontvoerd kind speelt in The Nation, schreef ik in de recensie al dat haar spel „ruimschoots haar voor een Theo d’Or genomineerde rol in Race” overstijgt. Ze zou voor die rol in Race twee maanden later ook de Theo d’Or ontvangen. Ook uit die recensie: „Als ze in deel één met afgedwongen kalmte ‘Où est mon petit garçon?’ fluistert, breekt ze al je hart.” Mooi Frans zinnetje, met fluwelen wanhoop en een vleugje boosheid gezegd.

Pheifer is in Gidsland uitzonderlijk tragikomisch als moeder en Groningse met verzakt huis voor wie de moderne tijd te snel gaat: gespeeld met noordelijk accent en haarscherpe timing. Komedie spelen wordt in Nederland onderschat en ondergewaardeerd. Dat verdient een keer een prijs. Ook Maureen Teeuwen en Dionne Verwey zijn genomineerd voor de Colombina.

Wie moet er winnen? Vrede. Wie gaat er winnen? Teeuwen. De actrice (van 1958) krijgt de hoogste lof toegezwaaid voor haar rol in Dumas/La Dame/DeSade bij Maatschappij Discordia. Haar spel „is een theaterstudie waard”, „voert het publiek transparant langs alle dilemma’s” en het is „een genot om naar haar puntgave tekstbehandeling te luisteren”.

Onvergetelijke actrices

Het was een toneeljaar met onvergetelijke actrices. Maar diverse grote acteurs en Louis d’Or-laureaten imponeerden eveneens. Mark Rietman was subliem als twee verschillende patjepeeërs in The Nation, eerst als brute agent met een soft spot, dan als nietsontziende ondernemer, die zijn idealistische vriend genadeloos fileert. Pierre Bokma was een klasse apart in Aquarium en Jacob Derwig en Hans Kesting waren zeer goed naast de genomineerde vrouwen in Revolutionary Road en Oedipus.

Verrassend is de kwaliteit van hun spel misschien niet. Wel verrassend: hoe onstuimig de Vlaamse acteur Willy Thomas in Poquelin II bij toneelgroep Stan de vrek van Molière gestalte gaf. Stampvoetend, de vuisten ballend, schuimbekkend en zijn tekst in turbotempo uitspuwend gaf hij de toch al heerlijk groteske uitvoering van het 17de-eeuwse stuk een extra schop onder de kont. Ook memorabel van een hier minder bekende Vlaamse acteur: de fabuleuze rol van Jan Bijvoet als would-be schrijver Jack, in JR van FC Bergman.

De acteur van wie ik het meest genoot, was Sanne den Hartogh. Hij heeft iets lefgozerigs in zijn doen en laten waar bij hem veel kwetsbaarheid onder sluimert en daar blijf ik naar kijken. In sciencefictionepos Noir van Nineties Productions speelt hij een man die onder meer uitgebreid vertelt over een virtualreality-seks-trip. De verveling trilt door in de nonchalante, droge toon waarop Den Hartogh de onbegrensde mogelijkheden schetst en zijn handelingen opdreunt, met de onrustige motoriek die hem eigen is. „Wat ik doe als ik niet zo lekker ga, is chippie pakken, wereldje maken, effe helemaal weg.” Links en rechts tikt hij knoppen aan: om het heelal een andere kleur te geven of voor ‘dubbel intens’. De tekst is oergeestig en bizar, met zinnetjes als: „Dan komen we klaar, tegelijk natuurlijk, een minuut of zeven.”

Al deze mannen kregen geen nominatie. De jury nomineerde Eelco Smits, Bruno Vanden Broecke en Steven Van Watermeulen voor de Louis d’Or. Het meest enthousiast wordt gesproken over Van Watermeulen, in Onderworpen van NTGent: „Laat ons alle hoeken van zijn acteurschap zien”, „huiveringwekkend goed”. Zelf was ik vooral geïntrigeerd door het verraderlijk naturel van Bruno Vanden Broecke in Para.

Steven van Watermeulen (1968) genomineerd voor zijn rol in Onderworpen, van NTGent.
Bruno Vanden Broecke (1974) genomineerd voor zijn rol in Para, van KVS.
Eelco Smits (1977) genomineerd voor zijn rol in Vergeef ons van Toneelgroep Amsterdam.
Steven van Watermeulen (1968) genomineerd voor zijn rol in Onderworpen, van NTGent. Eelco Smits (1977) genomineerd voor zijn rol in Vergeef ons van Toneelgroep Amsterdam. Bruno Vanden Broecke (1974) genomineerd voor zijn rol in Para, van KVS.
Montage NRC

Gevaarlijk

Net als bij de vrouwelijke bijrol zijn er maar liefst vier nominaties bij de mannelijke bijrol. De Arlecchino mag van mij naar Michiel Blankwaardt, voor zijn gelaagde spel als de tragische zoon in Woiski vs Woiski van Orkater / Bijlmerpark Theater. Maar er is weinig op tegen als de prijs gaat naar Rick Paul van Mulligen voor zijn rol als Jago in Othello bij Het Nationale Theater. Jago staat bekend als de eigenlijke hoofdrol van dat stuk. Het venijn dat die rol vraagt ligt bij Van Mulligen al rijkelijk aan de oppervlakte, maar in de regie van Daria Bukvic komt het alleen gefilterd naar buiten. Dat maakt zijn Jago des te spannender.

Maar wie het juryrapport uitpluist, zal denken dat Vanja Rukavina de winnaar wordt, voor zijn rol als salafist Damir in The Nation. De jury noemt hem de angel die de voorstelling „genadeloos op scherp zet” en „daadwerkelijk gevaarlijk” maakt. Rukavina speelt ontegenzeggelijk knap. Maar in dit geval lijkt mij de tekst (van Eric de Vroedt) meer van invloed dan de uitvoering.

Tot slot: ook Arnon Grunberg is genomineerd, en ik had graag betoogd hoe (on)terecht het is dat een niet-professionele gastacteur deze eer te beurt valt, maar ik heb de voorstelling niet gezien. De schrijver speelt een schrijver in De Mensheid van LOD Muziektheater. „Subliem”, zegt de jury. Waarna de jury toegeeft te twijfelen, gezien de vraag: „Is het een gimmick of een acteerprestatie?” Het onderstreept hoe toneelspelers zelfs de meest geoefende kijkers van hun à propos kunnen brengen. Hoe mooi is dat.

    • Ron Rijghard