Transparency International

‘Nederland kan veel meer doen tegen omkoping’

Nederland doet te weinig tegen omkoping door Nederlandse bedrijven in het buitenland. Dat stelt Transparency International, internationale organisatie tegen corruptie, in een rapport dat woensdag is uitgekomen.

Transparency International deelt landen in vier groepen in, afhankelijk van de mate waarin ze corruptie tegengaan. Nederland valt in de op een na slechtste categorie: die van landen die ‘beperkt’ handhaven. De OESO, organisatie van rijke, geïndustrialeerde landen benadrukte een aantal jaar terug al dat het Nederlandse anticorruptiebeleid versterkt moet worden.

Volgens Transparency International heeft Nederland onvoldoende regelgeving om corruptie door Nederlandse bedrijven in het buitenland tegen te gaan. Ook na een veroordeling wegens corruptie worden die bedrijven niet beter in de gaten gehouden. Daar ligt veel ruimte voor verbetering, stelt het rapport.

Sinds 2001 is het in Nederland strafbaar om in het buitenland steekpenningen te betalen. Eerder waren die kosten zelfs fiscaal aftrekbaar. Volgens Transparency zijn sindsdien alleen bedrijven vervolgd voor omkoping, geen personen.

De organisatie signaleert in de periode 2014-2017 drie grote omkopingszaken waarbij Nederland was betrokken – die rondom SBM Offshore, Vimpelcom en Telia. (NRC)

    • Simone Peek