De 29-jarige Tim Sluiter was niet geschikt voor het leven als golfprofessional. Hij studeert nu civiele techniek aan de TU Delft.

Foto Bastiaan Heus

Stil verdriet van de eenzame prof

Golf

Tim Sluiter (29) brak in 2006 door op het KLM Open. Hij speelde twee jaar op de Europese Tour, maar redde het niet als prof.

Als donderdag op de baan van The Dutch in Spijk door de Europese golftop de eerste scores van het KLM Open worden genoteerd, staat Tim Sluiter voor de klas in Pijnacker. Hij loopt stage op het Stanisclascollege, als onderdeel van een minor die hij volgt voor zijn studie aan de TU Delft. Sinds hij in 2015 zijn clubs opborg, staat het leven van de 29-jarige Sluiter in het teken van educatie. Daarvoor draaide alles om golf.

Zijn droom kwam uit toen hij in 2006, een tiener nog, op de eerste tee stond van het KLM Open op de Kennemer in Zandvoort. „Superzenuwachtig” was hij voor zijn eerste afslag op de Europese Tour, maar hij „sloeg een spuiter van een bal”. Na de eerste ronde stond hij vijfde, hij haalde de cut en sloot het toernooi af op plaats 53, als beste amateur. „Toen wist ik dat ik goed genoeg was,” zegt Sluiter. „Maar ja, het KLM Open is een van de mooiste toernooien die er is. Het staat geloof ik in de top drie qua bezoekersaantallen. In Spanje komt niemand kijken. Niet dat het ertoe doet, maar dat maakt het leven als golfer nog wat eenzamer.”

Moeilijk leven

Eenzaamheid. Het was voor Sluiter een belangrijke reden om zijn bestaan als golfprofessional op te geven. Toen hij er in 2010 aan begon, wist hij dat hij het een moeilijk leven zou vinden, en na vijf maanden wist hij ook dat hij het niet tot zijn veertigste zou volhouden. Maar hij speelde goed en haalde zijn kaart voor de Europese Tour. „Daar had ik tien jaar keihard voor gewerkt,” zegt Sluiter. „Dat bleef ik ook doen, dat was het probleem niet.” Eenmaal op de Tour bleef hij worstelen met zichzelf. Hij appte veel met zijn vriendin, maar verder was er nauwelijks contact met het thuisfront in de periodes dat hij in het buitenland was. Dat was ook wat hem zo ongelukkig maakte, weet hij nu. „Ik ben erachter gekomen wat ik belangrijk vind. Familie en vrienden om me heen, en doen wat je leuk vindt.”

Niet dat hij een hekel aan golf kreeg, maar zijn lievelingsport was werk geworden. „Zo heeft het wel een tijd gevoeld. Ik deed dingen waar ik geen zin in had.” Trainen bijvoorbeeld. Tot hij prof werd, had Sluiter altijd geoefend om vooruitgang te boeken. „Maar op een gegeven moment heb je als golfer een niveau bereikt dat je moeilijk beter wordt. Dan ben je gewoon heel goed.” Hij had minder moeten gaan trainen, beseft hij achteraf. Het probleem: golf is fysiek geen zware sport. „Je kunt uren ballen blijven slaan. En als ik niet trainde, voelde ik me schuldig, dus het werd trainen om te trainen.”

Hij weet zeker dat hij niet de enige is die niet kan omgaan met het leven als golfprof. Daarvoor hoeft hij de televisie maar aan te zetten. „Zoveel ongelukkige gezichten.” Er wordt onderling niet over gesproken, maar er is volgens Sluiter veel stil verdriet op de Europese Tour, waar de spelers minimaal dertig weken per jaar van huis zijn. „In de playerslounge klagen de golfers steen en been. Terwijl het eten er altijd goed is en alles voor je is geregeld. Ik deed daar soms ook aan mee, maar heb ook vaak gedacht ‘wat gebeurt hier?’ Klagen is voor veel golfers gewoon een uitlaatklep.”

Geen medelijden

Begrijp hem niet verkeerd, medelijden is niet nodig. In de zes jaar dat hij met golf zijn geld probeerde te verdienen, dacht Sluiter meer dan eens „wat een geweldig mooi leven heb ik toch”. Als hij op de Royal Golf stond in Marokko – „zo’n mooie baan, daar speelde nooit iemand” – of als hij over de greens wandelde in Oman met uitzicht op de Arabische zee, of als hij de typisch Schotse golfsfeer meemaakte op Gleneagles. Maar hij zat als golfer toch vooral gevangen in het idee wat hij nou echt met zijn leven wilde. Eén ding was in ieder geval duidelijk: golf bood hem te weinig intellectuele uitdaging. „Over een gameplan hoefde ik niet na te denken. Het sprak voor mij voor zich. Kan ik over die bunker komen, ja of nee? Het was altijd hetzelfde.”

Drie jaar geleden deed hij wat hij in 2013 al even serieus had overwogen: hij stopte als golfprofessional. Technisch geschikt, mentaal niet. In ieder geval niet voor het solistische bestaan. Ook omdat hij daar niet op was voorbereid. „Dat klinkt heel dom, maar ik wist niet hoe het moest.” Laat het een les zijn voor golffederatie NGF die hem via Golf Team Holland jarenlang faciliteerde op zijn weg naar de top, zegt Sluiter. „Ze moeten vooral kijken naar wat er nodig is om professional te worden.” Over een oplossing heeft hij al nagedacht. Nederland moet serieus werk maken van de organisatie van een toernooi op de Challenge Tour, het tweede profniveau in Europa. „Als organiserend land krijg je een stuk of 25 wildcards voor Challenge-toernooien. Daarmee kunnen we een aantal jonge golfers op pad sturen en kijken of ze geschikt zijn voor het leven op de Tour.”

Zelf zit hij inmiddels in het derde jaar van zijn studie civiele techniek. Hij ziet nog altijd spelers van zijn generatie, vaak tegen beter weten in, doormodderen in de marge van het profgolf. „Veel jongens kunnen ook niet anders. Ik heb de mazzel dat ik kan studeren, omdat ik mijn vwo heb afgemaakt. Die studie is echt een verrijking van mijn leven.”

    • Rogier van 't Hek