Opinie

    • Ko Colijn

Steun aan jihadisten? Fout, maar overdrijf niet

Volkenrechtelijke orthodoxie maakt voeren van buitenlandse politiek onmogelijk, schrijft . Soms moet je dansen met de duivel.
Pick-up met een zwaar machinegeweer in de laadbak: het favoriete snelle vervoermiddel van allerlei strijdgroepen in het Midden-Oosten. Dit is een strijder van een Libische militie in Ajdabiya in 2011. Foto Maurizio Gambarini/EPA

Geen misverstand: complimenten voor het onderzoek van Nieuwsuur en Trouw over Nederlandse steun aan foute oppositiegroepen in Syrië. Het topje van de ijsberg; er komen vast nog meer ongewenste bestemmingen onder de 26 ‘gematigde’ ontvangers boven. Conclusie: dit was fout.

Maar toch ook een paar goedbedoelde gedachten. We moeten de exportkwestie niet overdrijven: groene uniformen en Toyota pick-ups staan nu eenmaal niet op een (strategische) vergunningenlijst, en dienstverlening sowieso (helaas) niet. „Een voertuig, zoals een pick-up, kan uitstekend dienen tot aanvoer van verse troepen naar het front of om wapens te vervoeren of daarop te monteren”, citeert Nieuwsuur Willebrord Davids, auteur van het befaamde Irak-rapport. Diens uitspraak dat mogelijk gebruik van exportgoederen volkenrechtelijk niet geoorloofd zou zijn, is principieel onjuist. Sinds de invoering van de In-en Uitvoerwet in 1963 volgt Nederland de lijn dat je zonder politieke toestemming geen goederen mag leveren aan het buitenland die ‘speciaal ontworpen zijn voor militaire doeleinden’ en daar vallen Toyota’s nu eenmaal buiten.

Nogal buitenaards

Het argument dat de externe volkenrechtelijk adviseur van Buitenlandse Zaken, prof. mr. André Nollkaemper, niet geraadpleegd is, verdient ook een kritische kanttekening. Niet alleen is raadpleging geen verplichting, heeft BZ een eigen juridisch adviseur en bestaat er een Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken. Maar vooral is de opinie van Nollkaemper – met alle respect – nogal buitenaards. „Het leveren van dergelijke goederen is volkenrechtelijk problematisch”, zei hij. „Want je mengt je op deze manier in een strijd tegen een soevereine staat.” Het internationaal recht verbiedt het staten zich te mengen in de interne gelegenheden van een andere staat, zegt hij, tenzij sprake is van zelfverdediging, of met een VN-mandaat.

Dat laatste is onomstreden, maar dat je je niet zou mogen mengen in de interne aangelegenheden van een andere [soevereine] staat schiet door. Dat zou tirannen als Assad en Maduro in deze wereld te veel ruimte geven. Deze volkenrechtelijke orthodoxie heeft Nederland al in een krampachtige rechtvaardiging gedreven voor zijn deelname aan luchtbombardementen op Islamitische Staat in Syrië (niet op uitnodiging van het ‘soevereine’ bewind van de Syrische leider Assad, maar uit overwegingen van ‘zelfverdediging’ van onze F-16’s die daar nu eenmaal wel op uitnodiging van Irak vliegen).

Ik weet wel dat de volkenrechtelijke uitweg, de Responsibility to Protect-doctrine, sinds 2011 (Libië) dood is, maar op een orthodox advies van ‘het mag niet’ zit geen diplomaat te wachten.

Überhaupt wordt het voeren van buitenlandse politiek wel erg moeilijk als het ‘volkenrechtelijk verbod op non-interventie’ (Nollkaemper) te letterlijk wordt genomen. Het zou het leven van Stef Blok trouwens wel makkelijker maken.

Te ruime definitie

De coördinatiekwestie is veel ernstiger, maar niet helemaal zonder precedent: het kennelijke gebrek aan afstemming van BZ met het OM over de definitie van ‘terroristische groep’ is heel ongelukkig (en politiek riskant). Maar de definitie van het OM – „elke groep die een kalifaat wil vestigen” – lijkt me te ruim, al spreekt de rechter daarover nog het laatste woord.

Lees ook: In 2015 leek het politiek nog zo’n goed idee...

Wel opvallend dat we het zeventien jaar na ‘11 september’ onderling nog steeds niet eens zijn over definitie van het begrip ‘terroristische groep’. Ook de afwezigheid van NCTV in dezen is opvallend.

Ten slotte de kwestie ‘staatsgeheim’: die heb ik gemist in de discussie. In het belang van de nationale veiligheid mag de staat soms wel iets geheims doen. Al is het onbekend of het een type operatie was, waarbij Nederland bijvoorbeeld in ruil voor steun waardevolle inlichtingen ontvangt. Een hoofdman van een verdachte militie sprak op tv wel van ‘onderhandelingen’, dus kennelijk was er geen sprake van eenzijdige Nederlandse steun.

Dance with the devil mag soms. Vergelijk het met samenwerking (zelfs contractueel) met foute milities/krijgsheren in Afghanistan en Mali: je had ze nodig voor beveiliging van de Nederlandse militairen en voor andere (betaalde) klusjes. Van hun milities mocht je natuurlijk ook geen lid zijn, maar kennelijk mag je er wel contracten mee sluiten.

Hoewel Nederland zich politiek volkomen vertild heeft aan deze steunoperatie, ben ik benieuwd naar deze, mogelijk hogere belangenafweging.

    • Ko Colijn