Recensie

Componist redt piano uit tsunami in muziekfilm Sakamoto: Coda

Documentaire ‘Ryuichi Sakamoto: Coda’ documenteert met precisie de werkdrift van de Japanse componist. Het popidool groeide uit tot klimaatactivist en geluidskunstenaar, die wereld en kunst in harmonie wil brengen.

De Japanse componist Ryuichi Sakamoto. Foto AVROTROS

Componist en milieuactivist Ryuichi Sakamoto (Tokio,1952) trof in radioactief Fukushima een piano aan, die de tsunami van 2011 had overleefd. Het werd voor hem van levensbelang het instrument te redden en te gebruiken in zijn volgende compositie.

Als er iets lastig is in een documentaire, dan is het wel een kunstenaar volgen tijdens een creatief proces. De meeste makers denken zelden hardop, en aan de buitenkant valt er relatief weinig te zien. Dan is zo’n anekdote over de tsunamipiano meer dan welkom, net als het concert dat Sakamoto met een violiste en een cellist gaf in een opvangcentrum voor slachtoffers van de kernramp. Nog voor de begincredits herkennen we een serene versie van Sakamoto’s bekendste werk, het thema Forbidden Colours uit de film Merry Christmas Mr. Lawrence (1983).

Door de fatale kus die acteur Sakamoto in die film, als commandant van een Japans kamp op Java, van krijgsgevangene David Bowie kreeg, ligt de vergelijking tussen beiden voor de hand: van innovatief popidool via componist tot geluidskunstenaar. Beter zou het zijn om Sakamoto, ooit bekend door zijn Yellow Magic Orchestra, ‘de Japanse Brian Eno’ te noemen.

Het zit allemaal in deze documentaire: het flamboyante rockidool uit de jaren zeventig, het pionieren met elektronische muziek (Sakamoto krijgt eind jaren zeventig de vraag waarom hij computers gebruikt en antwoordt: „omdat iedereen dan componeren kan”), de samenwerking met regisseur Bernardo Bertolucci, die onder meer resulteerde in een Oscar voor de muziek van The Last Emperor (1987), zijn omarming van natuurlijke geluiden als vorm van muziek.


Maar het meest ontroert Ryuichi Sakamoto: Coda door de precisie waarmee de half Japanse, half Amerikaanse regisseur Stephen Schible (hij coproduceerde Lost in Translation) de bezeten werkdrift van Sakamoto documenteert. Sinds er bij hem keelkanker is geconstateerd, inmiddels in een gevorderd stadium, is de componist alleen maar harder gaan werken. De geluidsband van Tarkovski-films als Solaris (1972), met ruisende bladeren, parelend water en Bach-koralen, is nu zijn grote voorbeeld.

9/11 door de ogen van vogels

Omdat we Sakamoto een paar jaar eerder door gevaarlijk terrein in de omgeving van de gesmolten kernreactor van Fukushima zagen banjeren, dringt de vraag zich op of er een verband is met zijn tumor. Die vraag wordt niet gesteld, laat staan beantwoord, en is misschien ook niet van groot belang. Het is evident dat Sakamoto weinig uit de weg gaat om zijn werk tot stand te brengen: het in harmonie brengen van kunst en wereld, zowel door actie te voeren als door het creëren van voorbeeldige geluidskunst.

Vanuit zijn woning in Manhattan zag Sakamoto op 11 september 2001 de torens vallen. Hij pakte een camera en ging foto’s maken. Hij zegt vooral geïntrigeerd te zijn door de vogels, die de vliegtuigen naar binnen zagen gaan en toen wegvlogen. Zouden ze daar iets bij gedacht hebben? Ook wie er heilig van overtuigd is dat de geringe omvang van het vogelbrein ‘denken’ uitsluit, begrijpt wat hij bedoelt te zeggen over de extreme verstoring van een evenwicht, die je misschien alleen in zulke termen duiden kunt.

    • Hans Beerekamp