Opinie

Op papier hebben we al de snelste asielprocedure

Voor het verkorten van asielprocedures is helemaal geen wetswijziging nodig, schrijft . Wel extra ambtenaren. „Het kantoor van de IND staat deels leeg terwijl asielzoekers verpieteren in het AZC.”

Asielzoekerscentrum Crailo in Laren, 2016. Foto Olivier Middendorp

‘Een uniek besluit in een unieke zaak.’ Zo beziet premier Rutte de verlening van verblijfsvergunningen aan Howick en Lili. Een besluit dat pas werd genomen toen de tieners zich hadden onttrokken aan het gezag. Eigenlijk hadden ze al op het vliegtuig naar Armenië moeten zitten.

Hoe voorkomen we dat zoiets weer gebeurt, vraagt Den Haag zich nu af. Dat kinderen zonder verblijfsvergunning hier wortelen en daarmee ‘onuitzetbaar’ worden. Misschien niet juridisch (de rechter oordeelde immers dat ze uitgezet mochten worden), maar wel politiek: zo’n uitzetting is moeilijk uit te leggen, getuige de enorme publieke verontwaardiging.

Er is een oplossing, en wel deze: vul het Kinderpardon zo in dat het gewortelde kinderen altijd verblijfszekerheid biedt. Dat gaat dus verder dan de oproep tot het verkorten van procedures, een vraagstuk dat staatssecretaris Harbers (Justitie en Veiligheid, VVD) nu bij een commissie neerlegt. Dat procedures ‘korter, sneller en strenger’ moeten worden is de bekende reflex. Kijken we naar de feiten, dan beschikt Nederland reeds over het snelste asielsysteem van Europa. In Duitsland wordt dat erkend en in Zwitserland werd ons systeem zelfs voorgelegd in een referendum en vervolgens gekopieerd.

De procedure is zo ontworpen dat een asielzoeker in beginsel binnen 2,5 week na aankomst in Nederland uitsluitsel heeft. Als hij of zij het niet eens is met de afwijzing dan doet de rechtbank binnen vier weken uitspraak. Daarna is er nog hoger beroep mogelijk, maar dat mag de asielzoeker niet altijd afwachten. Al met al weet een asielzoeker dus razendsnel waar hij of zij aan toe is. Komt deze uit een land dat als veilig geldt, dan is die procedure nóg korter.

Dossier maandenlang onaangeroerd

Toch kan het soms jaren duren voordat een asielzoeker aan het einde van de procedure is beland. Daarvoor zijn veel redenen, en de meeste zijn niet door de asielzoeker te beïnvloeden. Het begint al meteen na de asielaanvraag. In de praktijk gebeurt er maandenlang vrijwel niets. De reden is dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) kampt met personeelstekorten. Verder wordt in een flink aantal gevallen besloten om de aanvraag in de „verlengde asielprocedure” te behandelen. Dat is vaak terecht, als het gaat om een complexe zaak waar meer tijd voor nodig is, bijvoorbeeld voor medisch onderzoek naar littekens van marteling. Maar regelmatig lijkt het erop dat voor de verlengde procedure wordt gekozen omdat er even geen tijd is, waarna het dossier maandenlang onaangeroerd op een plank blijft liggen. De kantoren van de IND staan deels leeg, terwijl asielzoekers verpieteren in een AZC.

Van de moeder van Howick en Lili wordt vaak gezegd dat ze „doorprocedeerde”. De term heeft een negatieve lading gekregen, maar het is niets meer of minder dan gebruikmaken van het recht om beroep in te stellen tegen een afwijzend besluit, of om een aanvraag te doen voor een (andere) verblijfsvergunning. De staatssecretaris weet dit goed, want hij maakt zeer regelmatig gebruik van de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan wanneer een asielzoeker bij de rechtbank wint. Of hij neemt, na een door de asielzoeker gewonnen beroep, wéér een afwijzend besluit maar dan net iets anders geformuleerd. Daartegen staat dan weer beroep open. Vreemdelingenrecht is bestuursrecht, en iedereen die wel eens tegen de dakkapel van zijn buurman heeft geprocedeerd weet dat dat soms heel lang kan duren.

Het kan na afwijzing voorkomen dat er een nieuwe aanvraag nodig is. Bijvoorbeeld na verslechtering van de situatie in het land van herkomst, of van de gezondheid van de asielzoeker. Ook is het mogelijk dat er alsnog bewijs is van een risico waaraan de IND in eerste instantie geen geloof hechtte. Het verbieden van dergelijke aanvragen is juridisch onmogelijk, want in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het is vooral ook onwenselijk: liefst een derde van de herhaalde asielaanvragen wordt ingewilligd. Dat zijn jaarlijks honderden mensen die anders ten onrechte zouden zijn uitgezet, mogelijk naar een land waar ze voor hun leven moeten vrezen. Overigens: als zo’n aanvraag kansloos is kan de IND die binnen één dag afwijzen. Veel tijd is daar dus niet mee te winnen.

Versnelling van procedures is mogelijk. Daarvoor is geen wetswijziging nodig. Wel extra ambtenaren. De IND zou er capaciteit bij moeten krijgen om de snelheid die op papier bestaat ook in de praktijk te realiseren. De staatssecretaris zou zich ook wat vaker kunnen neerleggen bij een rechterlijk oordeel, in plaats van telkens door te procederen.

Belangrijker is nog dat de eerste klap een daalder waard is. Als in de eerste procedure alles grondig wordt onderzocht, kan de toegelaten asielzoeker aanvangen met zijn integratie en heeft de afgewezen asielzoeker vaak weinig reden voor een nieuwe procedure. In dat licht is het voorstel in het regeerakkoord, om de rechtsbijstand juist in de eerste procedure enorm in te perken, contraproductief. Asielzoekers die onvoorbereid de procedure in gaan weten niet goed wat belangrijk is om te vertellen en welke bewijzen er nodig zijn. Een recept voor onvolledige beslissingen, voor gegronde beroepen en herhaalprocedures.

De Nederlandse asielprocedure werkt juist zo goed omdat advocaten er vanaf het begin bij zijn betrokken, zodat de zorgvuldigheid zoveel mogelijk is gewaarborgd. Wie dat wil afschaffen onder het mom van versnelling, bereikt precies het tegenovergestelde.