Niemand is echt tevreden over Unilevers besluit

De strijd om Unilever De Britse en Nederlandse liefde voor Unilever lijkt bekoeld na het sterke lobbywerk en ingrijpende keuze voor één aandeel.

Unilever houdt vast aan het hoofdkantoor in Rotterdam, het Londense hoofdkwartier gaat dicht. Foto Marco de Swart / ANP

Unilever probeerde iedereen te vriend te houden: de Nederlandse én de Britse aandeelhouders, de Britse én de Nederlandse regering. En ondanks sterk lobbywerk en rigoureuze besluiten lijkt geen van de partijen echt tevreden.

Voor premier Mark Rutte leek het een overwinning: het besluit van Unilever voor één hoofdkantoor en één aandeel in Nederland. Geen Londens hoofdkantoor meer, geen Britse plc.

Zowel Unilever als de Britse regering ontkende dat het bedrijf het Verenigd Koninkrijk de rug had toegekeerd. Toch overheerste het gevoel dat Nederland de strijd om Unilever had ‘gewonnen’.

Lees ook: Dividendbelasting geen obstakel voor Unilever

Opluchting voor het kabinet, dat had aangekondigd de dividendbelasting af te schaffen, een omstreden besluit waar Unilever in Den Haag voor had gelobbyd. De keuze voor het Nederlandse hoofdkantoor was dé bevestiging voor Rutte: afschaffing van de dividendbelasting mag dan wel prijzig zijn – zo’n 1,9 miljard euro – maar het bleek noodzakelijk.

Maar zo noodzakelijk nu ook weer niet. Deze week werd bekend dat de afschaffing van de dividendbelasting voor Unilever een stuk minder van belang is dan gedacht. Het bedrijf blijkt een flinke pot van 58 miljard euro te hebben om buitenlandse aandeelhouders jarenlang te kunnen vrijwaren van dividendbelasting mocht de afschaffing in 2020 toch niet doorgaan. Simpelweg door ze geen dividend, maar een bedrag uit te keren, uit vermogen waar het bedrijf belastingvrij over kan beschikken.

De informatie over dit ‘plan B’ komt uit de prospectus over het nieuwe aandeel dat vanaf 24 december verhandelbaar is. Kennelijk ziet Unilever de afschaffing van de dividendbelasting niet helemaal als voldongen feit. Niet onterecht, want met de invoering kán nog van alles misgaan, bijvoorbeeld in de Eerste Kamer.

Op eieren lopen

Sinds Unilever (53,7 miljard omzet, 165.000 werknemers) zo’n anderhalf jaar geleden aankondigde een flinke reorganisatie door te voeren, loopt het bedrijf op eieren. Na een ongevraagd bod van concurrent Kraft Heinz besloot het Brits-Nederlandse concern de duale bedrijfsstructuur opnieuw te bestuderen. Twee hoofdkantoren en twee aandelen: dat maakte het bedrijf te log en te kwetsbaar.

Dat proces werd in Londen en in Den Haag op de voet gevolgd: Unilever is een icoon, zowel in Nederland (Calvé, Andrélon) als in het Verenigd Koninkrijk (Marmite, Coleman’s Mustard). Eind vorig jaar stelde Unilever de beslissing nog uit, vanwege „politieke turbulentie”, zoals bestuursvoorzitter Paul Polman toen zei in de zakenkrant Financial Times.

Lees ook: Is het nou wel of niet een cadeautje voor beleggers? En tien andere vragen

Toen Unilever in maart uiteindelijk voor Nederland koos, waren de Britten teleurgesteld. Voor tegenstanders van Brexit werd de beslissing een voorbeeld van de leegloop van het Verenigd Koninkrijk, al ontkende het bedrijf zelf ten stelligste dat Brexit een rol speelde in de besluitvorming.

Daarnaast maakten de Britten zich zorgen over de plek van Unilever in de belangrijke FTSE 100-index, de index van de belangrijkste Britse beursgenoteerde bedrijven. Terecht zo blijkt: Unilever verdwijnt inderdaad uit die index. Veel Britse beleggers raken dan hun aandeel Unilever kwijt.

Hoe erg ze dit vinden, blijkt volgende maand. Op 26 oktober stemmen de aandeelhouders in Londen over de voorgenomen reorganisatie. Van de beleggers moet driekwart vóórstemmen. Het is onduidelijk wat er gebeurt mocht het voorstel het niet halen.

Ook in Nederland, waar een dag eerder gestemd wordt, zakt het enthousiasme voor Unilever weg. De ontnuchtering begon al snel na de in maart aangekondigde keuze voor een Nederlands hoofdkantoor, toen bleek dat de reorganisatie slechts een handvol banen zou opleveren.

En het dividenddossier blijft maar doorzeuren. Unilever dat tot voor kort vooral veel aandacht kreeg vanwege zijn inspanningen om de wereld te verbeteren, werd zo opeens een symbool van de grote macht en invloed van multinationals in Den Haag.

Unilever-topman Polman, die tot nu toe terughoudend was in de media over de reorganisatie, begint de discussie ogenschijnlijk een beetje zat te worden. Tegen de NOS zei hij vorige maand dat de afschaffing van de dividendbelasting van belang is voor een „goed investeringsklimaat”. Maar de media hebben daarvoor geen aandacht, zei hij: „In de krant is het leuker als een vliegtuig neerstort, dan wanneer het blijft vliegen. Mensen aanspreken die het een goede maatregel vinden is geen nieuws.”

    • Geertje Tuenter