In 2015 leek het politiek nog zo’n goed idee...

Tweede Kamer

De Tweede Kamer wil een debat over het nieuws dat Nederland mogelijk Syrische terroristen steunde. We moesten in 2015 íéts, zegt de PvdA nu.

Een lid van de door Nederland gesteunde strijdgroep Jabhat al-Shamiya met een machinegeweer in 2015 nabij Aleppo. Foto Huseyin Nasir/Anadolu Agency/Getty Images

„Zeer, zeer ernstig”, noemt Tweede Kamerlid Martijn van Helvert (CDA) het dat Nederland mogelijk materiële steun heeft geleverd aan terroristen in Syrië. En hij is niet de enige: dinsdag steunde de Tweede Kamer unaniem zijn voorstel om na Prinsjesdag een debat te houden over het nieuws van Nieuwsuur en Trouw deze week, dat vanuit Nederland gesteunde Syrische rebellen minder gematigd zouden zijn dan de regering altijd heeft doen geloven.

Tot zover de eensgezindheid. Want meteen werd er al naar schuldigen gezocht. Van Helvert wijst naar de PvdA, en in het bijzonder naar oud-minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken. Onder hem werd in 2015 besloten dat Nederland in het kielzog van onder meer de Verenigde Staten, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk ‘niet-dodelijke hulp’ (non-lethal assistance of NLA) zou gaan leveren aan de gematigde gewapende oppositie in Syrië.

Het CDA en de ChristenUnie spraken zich hier destijds tegen uit, omdat er onvoldoende garanties zouden zijn dat de spullen niet in jihadistische handen zouden komen. Een motie van Joël Voordewind (ChristenUnie) in april 2015 haalde het echter niet. „Achterover leunen levert zelden iets op”, zei toenmalig minister Lilianne Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA). De risico’s die wij nemen, zijn gecalculeerd.”

Ze vertelde Voordewind ook dat het NLA-programma draait om „voedselpakketten en medische spullen”, terwijl in de daarop volgende jaren zou blijken dat het ook om „hygiënische kits, slaapmatten, stretchers, tenten en brandblussers” ging. In november 2017 kwamen daar „voertuigen, communicatiemiddelen, dekens en andere basisbenodigdheden” bij.

‘Geconfronteerd met het Kwaad’

Volgens Tweede Kamerlid Attje Kuiken (PvdA) wordt te gemakkelijk vergeten hoe acuut de situatie was in 2015, toen de EU er in korte tijd een miljoen veelal Syrische vluchtelingen bij kreeg. „De Syrische leider Assad was zijn eigen bevolking aan het uitmoorden en duizenden Syriërs waren op drift”, zegt Kuiken. „Als je geconfronteerd wordt met het Kwaad dan moet je zulke beslissingen nemen.”

Zelfs CDA-leider Sybrand Buma pleitte in 2015 voor optreden. Zijn partij was weliswaar tegen het NLA-programma, maar hij vond wel dat er íéts moest gebeuren. Hij had het zelfs over Nederlandse troepen op Syrische bodem. „Nu láten we Syrië, omdat we niet weten wat we ermee aan moeten. Vervolgens staan we verbaasd te kijken hoeveel vluchtelingen naar Europa komen. Dat is niet te rijmen”, zei hij in september 2015 tegen Nu.nl.

Juridisch gezien is niet-dodelijke hulp een lastig verhaal, zegt Tom Ruys, hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit Gent. „Humanitaire hulp leveren in een conflictsituatie mag, maar militaire hulp is in strijd met internationale afspraken, zoals het non-interventiebeginsel.” Maar wanneer zijn niet-dodelijke spullen ook niet-militair? Met een satelliettelefoon of een pick-uptruck wordt een soldaat efficiënter – en dus dodelijker. Wat Ruys betreft is het duidelijk dat het NLA-concept juridisch gezien niet op het randje is, maar er net over.

Hij begrijpt wel dat NLA voor Nederland een uitweg bood. Internationale partners, zoals de VS en Frankrijk, wilden veel verder gaan: zij waren bereid wapens te leveren aan de oppositie. Nederland zag daar niets in. Meer wapens betekent meer strijd, redeneerde Den Haag. Maar voor geopolitieke ‘uitvreter’ versleten worden, wilde het ook niet. Door de Syrische oppositie van logistieke, niet-dodelijke steun te voorzien „probeerde men een gulden middenweg te bewandelen”, zegt Ruys.

Met de materiële steun, zo luidt het oorspronkelijke idee, kunnen gematigde groepen zich handhaven als gesprekspartner van ‘een politiek onderhandelde oplossing’. Het versterken van hun positie moet bovendien lokaal voor rust zorgen en nieuwe vluchtelingenstromen voorkomen. Strijders zouden door de spullen ook worden ontmoedigd om over te lopen naar extremistische groepen. Nederland kiest uiteindelijk 22 gematigde groepen, uit een op basis van Amerikaanse inlichtingen door de VS opgestelde lijst van 70 groepen.

Behalve de Amerikaanse controle voert ook Nederland er een uit, om uit te sluiten dat groepen met extremistische groepen samenwerken, een politieke oplossing voor het Syrische conflict verwerpen of het oorlogsrecht schenden. Die controle wordt geregeld herhaald. Nieuwsuur meldde maandagavond dat hierbij fouten zouden zijn gemaakt. Een van de gesteunde groepen, Jabhat al-Shamiya, werd begin vorig jaar in een rechtszaak tegen een teruggekeerde jihadganger door het Openbaar Ministerie bestempeld als „jihadistisch en salafistisch”, en zou dus niet gematigd zijn.

De regering besloot in januari 2018 al om het NLA-programma stop te zetten. In een toelichting in maart schrijft het kabinet dat de gematigde strijdgroepen teveel grondgebied hebben verloren. In een brief afgelopen vrijdag wordt onomwonden gesteld dat Assads zege „imminent” is en dat ook andere hulpprogramma’s daarom beëindigd worden. Het kabinet stelt ook dat dit juist bewijst dat de eigen monitoring heeft gewerkt. Nu moet alleen de Tweede Kamer nog worden overtuigd.

    • Stéphane Alonso