Opinie

    • Paul Scheffer

Het zelfbedrog van een humanitaire grootmacht

Het lange gesprek dat ik jaren geleden had met de toenmalige minister van integratie, Erik Ullenhag, staat me nog helder voor de geest. Deze Zweedse liberaal was hier in het najaar van 2012 op bezoek en viel naar eigen zeggen van de ene in de andere verbazing. Zoveel problemen en verwarring rond de immigratie had hij nergens anders gezien.

Toen ik wees op de overeenkomsten tussen probleemwijken in steden als Rotterdam, Brussel, Birmingham, Lyon en Malmö, toonde hij zich niet overtuigd. Mijn idee over integratie als een cyclus van vermijding, conflict en aanvaarding leek hem wel interessant. Maar de suggestie dat de Zweedse steden nog conflicten zouden gaan meemaken, wimpelde hij resoluut weg.

Een half jaar later zag ik een tv-interview met Ullenhag tegen een decor van uitgebrande auto’s in een van de migrantenwijken in Stockholm. Het was mei 2013 en de stad had zojuist zes dagen lang de ergste rellen meegemaakt in lange tijd. De minister, toch van een rechtse centrumpartij, zag discriminatie als de voornaamste oorzaak van de uitbarsting van geweld.

Zweden heeft zichzelf nog langer en hardnekkiger dan Nederland als gidsland aan de wereld verkocht. Sterker nog: het zag zichzelf graag als een ‘humanitaire grootmacht’. We herkennen uit onze eigen geschiedenis de poging om een gebrek aan macht om te zetten in morele kracht. Dat imago is met succes uitgedragen. Het bleek een vorm van zelfbedrog.

Tijdens de research voor een documentaire over de naoorlogse immigratie in Europa stuitte ik op John Ausonius. Die pleegde in de jaren 1991-1992 in Malmö en Uppsala een hele reeks aanslagen op immigranten. Misschien een incident – hoewel Malmö in 2009-2010 opnieuw het toneel was van zo’n serie aanslagen. Maar het kraakte al in het koninkrijk: in de jaren negentig veranderde de publieke opinie over immigratie. Het duurde alleen langer dan bij ons voordat die omslag een politieke vorm kreeg.

Kritische commentatoren, zoals de Britse journalist Andrew Brown, zagen achter de buitenkant van verdraagzaamheid een naar binnen gekeerde samenleving. Hij beschrijft in zijn heerlijke boek Fishing in Utopia (2008) hoe moeilijk het zelfs voor een Britse immigrant was om zich in Göteborg thuis te voelen. De onderlinge verbondenheid wordt niet gemakkelijk met buitenstaanders gedeeld.

In het voormalige gidsland Nederland werd eerder duidelijk dat het zelfbeeld was losgezongen van de werkelijkheid. Ook hier verdelen kwesties als migratie en asiel de samenleving. Opgejaagd door het monster dat we ‘sociale media’ noemen, zijn we terecht gekomen in een draaikolk van wrok en verwijten, waardoor het maatschappelijke midden wordt opgeslokt.

De kwestie van twee kinderen die na tien jaar procederen terug moesten naar het veilige Armenië heeft een premier aangezet om uit naam van de rechtsstaat te zeggen „dat je soms hard moet zijn”. Een tv-persoonlijkheid antwoordt uit naam van de medemenselijkheid door anderen voor NSB’er uit te maken. Het resultaat: ‘ondergedoken’ kinderen en een ‘ondergedoken’ staatssecretaris. Welkom in het nieuwe Nederland.

In deze verwarring heeft de schuldvraag alle betekenis verloren. De vragen blijven: mag je kinderen in principe terugsturen naar een land dat ze niet kennen? Het is pijnlijk, maar alle gezinsmigratie betekent dat kinderen ongevraagd worden meegenomen naar een geheel nieuwe samenleving. Tegelijk is duidelijk dat jongeren als Lili en Howick niet het slachtoffer mogen worden van eindeloze asielprocedures waarover iedereen de regie is kwijt geraakt.

Het controleverlies over immigratie leidt tot een groeiend aantal kiezers op populistische partijen. ‘Take back control’ was de leuze van de Brexit, en dat motief domineerde verkiezingen in Italië, Oostenrijk en Zweden. Toch zien we na elke stembusgang dezelfde verbazing: veel mensen die erg voor diversiteit zijn kunnen niet begrijpen dat er uiteenlopende meningen mogelijk zijn over diversiteit.

In Zweden veegt men de scherven van een gebroken zelfbeeld bijeen. Die ontnuchtering kan de aanzet zijn tot een helder beleid over arbeidsmigranten en vluchtelingen. De openheid neemt toe naarmate regeringen meer greep hebben op de vraag wie er deel uit kunnen maken van de samenleving. Zulke keuzes zijn nodig, want het gevoel van onmacht maakt de weg vrij voor autoritaire antwoorden.

De Duitse schrijver Hans Magnus Enzensberger schreef na de asielcrisis van begin jaren negentig in zijn land: „Morele eisen die in geen verhouding staan tot mogelijkheden om te handelen leiden er uiteindelijk toe dat de mensen aan wie deze eisen worden gesteld alle verantwoordelijkheid verre van zich werpen.” En inderdaad: als het geweten wordt overvraagd gaat het in staking. Zelfs in een gidsland.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.
    • Paul Scheffer