Eén van deze twee schilderijen is de kopie

Schilderkunst Een topstuk van het Frankfurtse Städel Museum is een kopie, zegt een Nederlandse kunsthistoricus. Het echte zou bij een Belgische verzamelaar hangen. De twee werken zijn nooit naast elkaar bestudeerd, maar dat lijkt nu toch te gaan gebeuren.

Links: Adriaen Brouwer: Het bittere drankje, ca. 1636-1638 (olieverf op eikenhout, 48,8×36,1 cm), Belgische privé-collectie. Rechts: Adriaen Brouwer: Het bittere drankje, ca. 1636-1638 (olieverf op eikenhout, 47,4×35,5 cm) Collectie Städel Museum, Frankfurt

Alsof een vooraanstaand kunstgeleerde opeens beweert dat in het Rijksmuseum slechts een kopie van Het Melkmeisje te zien is, omdat het origineel van Vermeers meesterwerk bij een particulier thuis hangt.

Dat is wat het Städel Museum in Frankfurt is overkomen. Een van de topstukken, Het bittere drankje van de Vlaamse schilder Adriaen Brouwer (ca. 1605-1638), is een kopie. Tenminste, dat stelt de Nederlandse kunsthistoricus Jaco Rutgers in een recent verschenen studie. Het origineel is volgens hem in bezit van een particuliere verzamelaar.

Het gaat om een Belgische ondernemer die zes jaar lang heeft geprobeerd het Städel te verleiden tot een vergelijkend onderzoek. Omdat die pogingen zijn verzand en eindigden in correspondentie tussen advocaten, zoekt de verzamelaar nu de publiciteit.

Een goed gekozen moment, want Adriaen Brouwer, bekend van zijn herbergtaferelen met feestende boeren, zal dit najaar volop in de belangstelling staan. In het museum in zijn geboortestad Oudenaarde, in Oost-Vlaanderen, opent op 15 september een overzichtstentoonstelling met 27 van de 65 overgeleverde schilderijen van Brouwer.

Keken de bezoekers in Haarlem wel naar het origineel?

Het bittere drankje is een publiekslieveling van het Städel. Een portretstudie van een onbekende man die walgt van zijn medicijn. Op de afdeling Oude Meesters in Frankfurt hangt het naast schilderijen van Rembrandt, Vermeer en Botticelli.

Begin dit jaar leende het Städel het schilderij nog uit aan het Frans Hals Museum in Haarlem, voor de tentoonstelling De kunst van het lachen. In zijn recensie in NRC prees Gijsbert van der Wal Het bittere drankje als een schilderij „dat zich op je netvlies vastzet omdat de expressie zo goed getroffen is, zo zeldzaam écht”.

Maar keken de bezoekers in Haarlem wel naar het origineel? Volgens Rutgers dus niet. In zijn studie ‘Het bittere drankje’ van Adriaen Brouwer: een herontdekt prototype legt hij uit waarom.

Rutgers promoveerde op Rembrandt en is co-auteur van de oeuvrecatalogus van Rembrandts etsen. Zijn bevindingen over Het bittere drankje publiceerde hij in een boekje dat in eigen beheer is uitgegeven.

Waarom geen tijdschriftpublicatie? Rutgers wijst op het debacle van The Burlington Magazine. Dat Britse vakblad presenteerde vier jaar geleden jubelend een herontdekte Frans Hals, een schilderij dat korte tijd later als vals werd bestempeld. Sindsdien, zegt Rutgers, zijn vakbladen terughoudend met het plaatsen van artikelen over toeschrijvingsproblematiek.

Vals paneelmakersmerk

Van Het bittere drankje bestaan zeker vijf versies. Drie daarvan hangen in musea, twee zijn in particuliere handen. Rutgers is niet de eerste kunsthistoricus die de versie van het Städel een kopie noemt. Paul Eeckhout, de toenmalige conservator van het Museum voor Schone Kunsten in Gent, trok dezelfde conclusie in een in 1953 verschenen tentoonstellingscatalogus. Ook Eeckhout wees de Belgische versie van Het bittere drankje aan als het prototype waarnaar de andere versies zijn gemaakt.

Zulke discussies over toeschrijvingen horen bij de wereld van de Oude Meesters. Voortschrijdend kunsthistorisch inzicht en nieuwe onderzoekstechnieken leiden regelmatig tot herziene oordelen over auteurschap. Soms pakt dat gunstig uit voor een museum, soms niet. Zo presenteerde het Städel Museum in 2011 trots een aangekochte Rafaël; een onbekend portret van paus Julius II. Niet veel later oordeelden vooraanstaande kunsthistorici dat het schilderij niet van de hand van de Italiaanse grootmeester was.

Omdat het Städel niet wilde meewerken aan een vergelijking waarbij de twee schilderijen in één ruimte naast elkaar te zien zijn, heeft Rutgers Het bittere drankje van het Städel en de Belgische variant moeten vergelijken met behulp van hoge-resolutiefoto’s. Een mogelijkheid die zijn voorganger Eeckhout in 1953 niet had. Rutgers kon ook gebruikmaken van dendrochronologisch onderzoek, waarmee de ouderdom van de gebruikte panelen kan worden bepaald.

Maar hij vertrouwde vooral op zijn connaisseursoog, zegt Rutgers in een toelichting op zijn studie. Goed kijken en niet klakkeloos aannemen wat iedereen eerder heeft gezegd, dát is de basis van zijn vak. Technisch onderzoek levert hooguit ondersteunend bewijs.

In zijn artikel is de onderzoeker kritisch over details van het schilderij in het Städel. De rafelige contour van de mond en de baardharen kwalificeert Rutgers als „vormeloos” en „on-Brouweriaans”.

Hij wijst ook op de moeite die kunsthistorici vaak hebben gehad om Het bittere drankje te plaatsen binnen Brouwers artistieke ontwikkeling. De Belgische versie is volgens Rutgers stilistisch wél nauw verwant met ander werk van Brouwer. Het is volgens hem ook de enige versie waar een opvallend detail, een wrat op de rechterwang met een dikke haar erop, overtuigend is geschilderd.

 
Links het werk uit een Belgische privé-collectie. Rechts het werk uit de collectie van Städel Museum, Frankfurt

Van drie versies van het schilderij (Frankfurt, België en een kopie in een Canadees museum) zijn de panelen onderzocht door het Zentrum Holzwirtschaft van de Universiteit van Hamburg. Het vroegst aannemelijke jaar waarin het paneel van het Städel kon worden beschilderd, was in 1638, het jaar waarin Brouwer in januari overleed. Voor de Canadese versie is 1635 de vroegst aannemelijke gebruiksdatum, en voor het Belgische schilderij is dat 1621.

Dat de twee vermeende kopieën (Canada en België) op oudere panelen zijn geschilderd dan het schilderij in het Städel, is in theorie mogelijk: dan zijn de panelen pas na jaren beschilderd. Maar met die verklaring worden volgens Rutgers „de grenzen van de waarschijnlijkheid toch vrij eng benaderd”.

In zijn artikel noemt hij het schilderij in het Städel een late kopie. In een mondelinge toelichting zegt Rutgers dat het mogelijk zelfs een negentiende-eeuwse vervalsing is. De kunsthistoricus twijfelt onder meer aan de echtheid vanwege het monogram van Adriaen Brouwer, rechtsboven op het Städel-schilderij. Zulke portretstudies werden zelden gesigneerd, zegt hij. Achterop het eikenhouten paneel staat een vals paneelmakersmerk van de stad Antwerpen. En het Städel kocht het schilderij in 1872 bij een Londense handelaar die volgens een recente publicatie veelvuldig vervalsingen aanbood.

Antwerpse zakenman

Het schilderij dat Rutgers als het origineel aanwijst, is in bezit van een Belgische zakenman die vanwege zijn grote kunstverzameling anoniem wenst te blijven. In het Antwerpse hoofdkantoor van zijn bedrijf hangt het paneel op de houten lambrisering van de bestuurskamer. Voor de gelegenheid heeft hij het even uit de kluis laten halen, zegt de zakenman.

Hij kocht het paneel negen jaar geleden van een chirurg uit Gent. Het boekje van Rutgers, dat op zijn kosten is verschenen, is zijn meest recente poging om aan te tonen dat zijn versie van Het bittere drankje het origineel is.

Op verzoek toont de zakenman de mail waarin hij professor Jochen Sander, het hoofd van de afdeling Oude Meesters bij het Städel, op 9 september 2012 uitnodigde om naar het schilderij te komen kijken. Ondanks herhaalde toezeggingen om langs te komen, zegt de zakenman, gaf het museum steeds niet thuis en verzandden de pogingen tot een onderzoek in correspondentie tussen juristen.

Zijn stellige indruk, zegt de zakenman, is dat het Städel onder geen beding wilde meewerken aan onderzoek dat de authenticiteit van de publiekslieveling van het museum in twijfel zou kunnen trekken.

Waarom hij zo lang aanhoudt? Om het oeuvre van de kunstenaar te dienen, antwoordt de zakenman. De eventuele waardevermeerdering, mocht het schilderij in zijn bezit inderdaad het origineel blijken te zijn, vormt geen drijfveer, zegt hij. „Mocht u daaraan twijfelen: dit kunstwerk blijft geenszins te koop.”

Discussie

Een woordvoerder van het museum laat desgevraagd weten dat het Städel als wetenschappelijk instituut vanzelfsprekend openstaat voor wetenschappelijke discussie.

Gevraagd om een reactie op het artikel van Rutgers laat het museum weten het „jammer” te vinden dat Rutgers zijn artikel heeft gepubliceerd zonder dat hij de twee panelen naast elkaar heeft bestudeerd, en zonder dat hij het Belgische paneel met infrarood- en röntgenapparatuur heeft onderzocht. Die onderzoeken „zouden eventueel interessante inzichten kunnen opleveren”, aldus de woordvoerder.

Het museum nodigt Rutgers daarom uit om met het Vlaamse schilderij naar Frankfurt te komen. In bijzijn van „diverse Brouwer-deskundigen” kan het schilderij daar dan stilistisch worden vergeleken met het Frankfurtse schilderij en met scanapparatuur worden onderzocht.

Als hij van die uitnodiging hoort, zegt de zakenman op ironische toon: „Zover zijn we in zes jaar nog niet gekomen.” Hij neemt de uitnodiging aan. En om vaart te zetten achter het onderzoek laat hij het schilderij zelf bij de Rijksuniversiteit Groningen of een vergelijkbare instelling met scanapparatuur onderzoeken.

Rutgers verklaart zich bereid om met het schilderij naar Frankfurt te reizen. Van infrarood- en röntgenonderzoek verwacht de kunsthistoricus echter niks. Het enige technisch onderzoek dat hij zinvol acht is verfonderzoek. Dat zou informatie kunnen opleveren over de ouderdom van beide schilderijen.

Uitgelezen kans

Op verzoek van NRC lazen vier Brouwer-deskundigen het artikel van Rutgers (zie kader). De enige die zijn conclusie deelt is Katrien Lichtert, conservator van het museum in Oudenaarde en mede-samensteller van de Brouwer-tentoonstelling daar. De anderen tonen zich sceptisch en dringen aan de schilderijen snel naast elkaar te bestuderen.

De uitgelezen kans daartoe was uiteraard de Brouwer-tentoonstelling in Oudenaarde. Lichtert vertelt dat het haar bedoeling was beide schilderijen naast elkaar op te hangen. Maar toen het Städel de bruikleenaanvraag niet honoreerde, werd besloten om ook de Belgische versie niet op te hangen.

Het Städel laat desgevraagd weten dat het monografische tentoonstellingen van kunstenaars die in de museumcollectie zijn vertegenwoordigd graag ondersteunt. „Dat is uit wetenschappelijke overwegingen ook voor ons interessant.” Maar omdat Het bittere drankje begin dit jaar al in Haarlem was te zien, heeft het museum de bruikleenaanvraag geweigerd. „Onze bezoekers verwachten dit werk bij ons te zien”, zegt de woordvoerder.

Lichtert organiseert begin december nog een besloten studiedag over Brouwer in Oudenaarde. Hoe mooi zou het niet zijn, zegt de conservator, als beide versies van Het bittere drankje die dag door experts kunnen worden bestudeerd. Maar veel hoop op zo’n artistieke confrontatie heeft Lichtert niet. „Gezien de gerezen problemen heb ik die droom opgegeven. Het ligt allemaal zeer gevoelig, is me gebleken.”

Adriaen Brouwer – Meester van emoties is van 15 sept t/m 16 dec te zien in het Museum van Oudenaarde en de Vlaamse Ardennen. Zie: mou-oudenaarde.be
    • Arjen Ribbens