Recensie

Een Dagobert Duck in het Witte Huis

Fear Bob Woodward waagt zich in het op voorhand al geruchtmakende boek Fear niet aan een weging van Trumps presidentschap. Maar grondiger dan anderen schildert hij de chaos rondom een luie, onwetende, gierige en non-stop liegende president.

Foto Justin Sullivan / AFP

Het vreemde van Donald Trump is dat hij even gemakkelijk liegt als zijn ware gezicht blootgeeft. Hij heeft getoond waar hij staat toen hij weigerde extreem-rechtse demonstranten de schuld te geven van uiteindelijk fataal geweld in Charlottesville. Hij stelde koudweg de ontkenning van president Poetin boven de beschuldigingen van zijn eigen inlichtingen- en veiligheidsdiensten. (Later nam hij dit terug, maar niet erg overtuigend.) Trump zelf is meermaals de bron geweest van informatie over zijn soms onnavolgbare beleid, ook tegenover kranten die hij publiekelijk veroordeelt als de vijand van het volk.

Wat zonde dus dat Bob Woodward, een van de scherpste en meest ervaren Amerikaanse journalistieke ondervragers, deze president niet kon spreken voor zijn boek Fear, zoals hij voor andere boeken wel George Bush kon interviewen. In een van de laatste hoofdstukken van Fear, kunnen we zien wat er gebeurt als Donald Trump wordt ondervraagd. Het is januari dit jaar en John Dowd, dan nog zijn advocaat, besluit met Trump te oefenen op een ondervraging door speciaal aanklager Robert Mueller. Op bijna alle vragen komt een ‘weet ik niet’ als antwoord. Dowd is ervan overtuigd dat dit oprecht is. Trump heeft alleen een goed geheugen voor dingen die hijzelf belangrijk vindt.

Maar Dowd schrikt van wat er gebeurt als hij de president voorlegt of hij FBI-directeur James Comey heeft gevraagd het onderzoek naar zijn eerste nationale veiligheidsadviseur Mike Flynn te staken, die tijdens de verkiezingscampagne meermaals contact had gehad met de Russische ambassadeur en daarover had gelogen. Comey had meteen na afloop van een ongemakkelijk etentje met de president aantekeningen gemaakt. Trump vroeg volgens hem: „Kun je hem niet laten lopen?”

Trump begint eerst te smeken („het is niet waar!”) en dan te tieren („die vent is een schoft, een leugenaar”). Dit is de reden dat u niet moet getuigen, meneer de president, zegt Dowd.

Trump snapt er niks van, komt er later nog op terug en houdt vast aan zijn voornemen te getuigen, want de president kan zich toch niet beroepen op zijn zwijgrecht. Dan kan ik u niet meer vertegenwoordigen, zegt Dowd. Niet omdat hij dacht dat Trump had samengespannen met de Russen (dat geloofde hij niet), niet omdat hij dacht dat Mueller hard bewijs tegen Trump had. Dowd is te beleefd om te zeggen wat hij denkt: „Omdat je een fucking liar bent.”

Paranoia

Er zijn al zoveel boeken en artikelen over de chaos in het Witte Huis van president Trump verschenen, dat het oneerlijk zou zijn te verwachten dat Bob Woodward, de man met All the President’s Men op zijn conto, onze kijk op deze regering kon bijstellen. De chaos, de intern strijdende facties met de bijbehorende paranoia, de president als hork, met potsierlijke ideeën, destructieve grillen, kinderlijke luiheid (hij verschijnt soms pas om half twaalf op het werk), zijn niet altijd indrukwekkende verstand en zijn losse twittervingers – we hebben er al over kunnen lezen in ronduit Trump-vijandige publicaties als Fire and Fury van Michael Wolff, maar ook in Trump gunstig gezinde boeken als The Trump White House van Ronald Kessler.

Profiel van Bob Woodward: hij is zo machtig als een grand jury

Woodward voegt geen tot nog toe onbekende dimensies toe aan Trumps presidentschap. Hij wéégt dat presidentschap evenmin. De snel dalende werkloosheid in Amerika komt in Fear niet ter sprake, evenmin als de groei van het bruto nationaal product, die Trump toeschrijft aan zijn beleid van belastingverlaging en deregulering. Wat we zien is het dagelijkse gevecht van deze President’s Men, met elkaar en met hun leider die ze allemaal op hun manier voor hun ideeën proberen te winnen, want als hij ja zegt, dan is het ook ja. (Tenzij stafsecretaris Rob Porter of economisch adviseur Gary Cohn alsnog ingrijpen en essentiële papieren voor de president verbergen, zoals vorige week al werd onthuld in voorpublicaties.)

Deze president kan nooit naar een groter belang kijken dan dat van zijn portemonnee

Het belangrijke verschil tussen Fear en die vorige boeken is de kenmerkende grondigheid waarmee Woodward te werk is gegaan. Soms gaat die zover dat hij in passages zonder pointe verzandt, zoals de vergadering waar een adviseur te laat binnenkomt – dat feit blijkt geen bijzondere betekenis te hebben. Soms zijn de alinea’s domweg opgestapeld met informatie uit de interviews. Die duurden „honderden uren” en vonden plaats „on deep background”, dus het is niet te zien van wie Woodward welke informatie heeft, een gewoonte die volgens hem onvermijdelijk is wil je van betrokkenen waarachtige informatie los krijgen.

Staat er niets nieuws in het boek? Zeker wel. Bijvoorbeeld over het onderzoek van Robert Mueller. Volgens de weergave van Woodward richt de aandacht van de aanklager zich wat Trump betreft vooral op mogelijke belemmering van de rechtsgang.

Mueller wil de president onder ede horen om hem specifiek te vragen naar zijn intenties toen hij Comey vroeg Flynn te laten gaan, en waarom hij hem heeft ontslagen. Over Muellers oogmerk is veel gespeculeerd, maar Woodward schrijft het harder en overtuigender op dan ik het tot nog toe heb gelezen.

Krekel

Wat we in Fear zien is de fabel van de krekel en de mier. De zorgeloze Trump – behalve als hij ontploft, en dat gebeurt nogal eens – en zijn staf, de mieren die nijver bouwen voor het land en de wereld. Natuurlijk ergeren ze zich aan de man die hun plannen niet leest, niet luistert als ze iets uitleggen, die oude ideeën zelfs niet onder druk van valide argumenten vaarwel wil zeggen. Het is interessant, en wellicht komt het door de (zelf)selectie van zijn bronnen, hoe Woodward „het proces”, de bureaucratische molen, als de hogere moraal voorstelt. Sommige medewerkers, ministers en adviseurs zijn in elk geval bereid diep en lang na te denken over de consequenties van een besluit. Trump zien we dan al gauw zijn geduld verliezen.

Dat doet qua rolverdeling sterk denken aan de anonieme briefschrijver die vorige week in The New York Times onthulde dat hij of zij met andere hoge functionarissen op het Witte Huis de slechtste besluiten en de gevaarlijkste grillen van Trump saboteert. Er zijn „adults in the room”, volwassenen in de kamer, zo wilde de verzetsheld het Amerikaanse volk geruststellen.

In de zorgwekkendste passages van Fear zien we hoe zijn volwassen omgeving probeert te voorkomen dat Trump zich afkeert van Zuid-Korea, toch een bondgenoot voor wie de Amerikanen ooit ten strijde trokken. Hij komt elke keer weer – Groundhog Day, schrijft Woodward niet ongeestig – aanzetten met het feit dat de Verenigde Staten 3,5 miljard dollar per jaar uitgeven aan in Zuid-Korea gelegerde troepen. „En wat krijgen we ervoor terug?” Zuid-Korea heeft ook een handelsoverschot van achttien miljard dollar ten opzichte van de VS, iets waar Trump woedend van kan worden. Als hij hoort dat er een raketschildsysteem staat waar de VS voor hebben betaald, dan brult hij: „Haal het terug, stel het in Portland op.” Dat het systeem op het schiereiland een eventuele raketaanval van Noord-Korea binnen zeven seconden zou kunnen onderscheppen, tegen een reactietijd van vijftien minuten als het op Amerikaans grondgebied zou staan, interesseert hem niets. Zijn minister van Defensie probeert kalm te blijven en zegt dat ze op deze manier de Derde Wereldoorlog trachten te voorkomen. „We zouden zo rijk kunnen zijn”, pruttelt Trump.

Dagobert Duck

Een van de onontkoombare conclusies na het lezen van Fear is dat Trump een karikaturale kapitalist is, die als Dagobert Duck bukt voor ieder dubbeltje. Elke gelegenheid om geld te verdienen door iets te schrappen of ergens mee op te houden, grijpt hij aan, zonder acht te slaan op wat hij daarmee op het spel zet. De president kan nooit over de zakenman heen kijken naar een groter belang dan dat van zijn portemonnee.

Hij beoordeelt zijn medewerkers in de eerste plaats op hun zakeninstinct. Slecht onderhandelen is een doodzonde. Hij moppert dat zijn adviseurs „niets snappen van zakendoen”. Zijn tweede veiligheidsadviseur, Herbert McMaster, een gelauwerde militair, serveert hij af met het oordeel dat hij „geen zakenman” is.

De onthullendste dialoog in het Dagobert Duck-genre gaat over Afghanistan. Ook al een land waar de VS dure troepen hebben gelegerd. Zonde, vindt Trump. Maar hij wordt pas echt furieus als de president van Azerbeidzjan hem vertelt dat China op grote schaal kopererts aan het delven is. Amerika betaalt miljarden voor hun oorlog, en de Chinezen halen het koper uit de grond! Hij spreekt zijn toenmalig economisch adviseur Gary Cohn aan – die moet overigens haast wel een van de bronnen van Woodward zijn, zo eloquent en verstandig geeft hij in dit boek Trump steeds weerwoord. „De Afghanen hebben ons die mineralen ook aangeboden”, roept Trump. „Waarom nemen we ze niet? Jullie zitten maar op je luie kont.”

Cohn legt uit dat Afghanistan geen land is waar je zomaar even de mineralen uit de grond komt halen. De hoogste Amerikaanse bevelhebber in Afghanistan, generaal John Nicholson, nogal een snoever, schat dat hij vijftig procent van het grondgebied controleert, de rest is Talibaangebied. Het maakt geen indruk op Trump. „Jullie moeten erheen en dat spul uit de grond halen. Het is gratis!”

Later blijkt dat de president van Azerbeidzjan maar wat heeft gezegd. De Chinezen exploiteren helemaal geen mijnen in Afghanistan. „Het is fake news”, zegt de minister van Handel, en hij oogst een klein lachje in de Situation Room.

    • Bas Blokker