Ed van Thijn, de peetvader van het (succes)volle Amsterdam

Biografie Deze week verschijnt de biografie van Ed van Thijn. Hij gaf als burgemeester Amsterdam haar zelfvertrouwen terug, zegt zijn biograaf.

Ed van Thijn opent in 1991 het nieuwe Holland Casino in Amsterdam. Foto Cor Mulder/ANP

Hij is al bijna vijfentwintig jaar weg, maar zijn invloed is nog steeds merkbaar. De toeristenstroom, de vele bedrijven, de snelle bevolkingsaanwas, de huizenprijzen – veel van de huidige boom van Amsterdam valt terug te voeren op de man die er van 1983 tot 1994 burgemeester was: Ed van Thijn.

Dat schrijft Willem van Bennekom in het boek Leven als opdracht, een ‘biografische schets’ van de oud-politicus die donderdag gepresenteerd wordt. Het was Van Thijn die de orde in Amsterdam herstelde na de chaos van de jaren zeventig en vroege jaren tachtig, de stad weer aantrekkelijk maakte voor bewoners en bedrijven. Zijn opvolgers Schelto Patijn, Job Cohen en Eberhard van der Laan hebben ook veel goeds gedaan voor de stad, schrijft Van Bennekom, „maar vriend en vijand zijn het erover eens dat het Van Thijn [...] is geweest die de zaak in jaren tachtig op de rails zette”.

Junks en dieven maakten de Zeedijk en omstreken onleefbaar, het aantal aidspatiënten steeg explosief

Wie het gewilde en aangeharkte Amsterdam van nu beziet, kan het zich bijna niet voorstellen: de stad die Van Thijn aantrof bij zijn aantreden in juni 1983 verkeerde in verregaande staat van verloedering. Bewoners vluchtten in groten getale naar groeikernen als Almere en Purmerend. De maakindustrie keerde de stad de rug toe, de werkloosheid was schrikbarend hoog. Junks en dieven maakten de Zeedijk en omstreken onleefbaar, het aantal aidspatiënten steeg explosief. De stad stond pas sinds kort niet meer onder financiële curatele van het Rijk.

Bovenal heerste er in Amsterdam een ernstige gezagscrisis. Gewelddadige krakers maakten in sommige wijken de dienst uit, ontruimingen van panden liepen steevast uit op veldslagen. Met name de Staatsliedenbuurt, was een no-go-area geworden waar de politie niet meer durfde te komen. Het moreel in het hoofdstedelijke korps was gedaald tot beneden het vriespunt.

Methadon en schone spuiten

Na zijn aantreden, schrijft Van Bennekom, begon Van Thijn aan een hersteloperatie „die moest werken als een drietrapsraket.” Eerst moest de openbare orde hersteld worden, daarna het imago van Amsterdam opgepoetst en tenslotte de banden met het bedrijfsleven aangehaald.

In Van Thijns eerste jaren werd vooral hard gewerkt aan veiligheid. De junks kregen methadon en schone spuiten en vertrokken naar de Bijlmermeer. De krakers kregen een beslissende slag toegediend, onder meer door een slimmere manier van ontruimen. Bepalend was het onaangekondigde bezoek van Van Thijn aan de Staatsliedenbuurt in december 1984. Hij ging erheen zonder politiebegeleiding, tegen het advies van de toenmalige hoofdcommissaris in. Een paar honderd krakers blokkeerden zijn weg, scholden hem uit en bespogen hem – waarna hij onverrichter zake vertrok.

Ed van Thijn mengde zich in 2014 even in de verkiezingscampagne voor de Amsterdamse gemeenteraad. Lees één van zijn zeldzame interviews van de afgelopen jaren.

Zijn moedige optreden leverde Van Thijn veel sympathie op, en de publieke opinie over de krakers kantelde. „Amsterdammers accepteerden niet dat dit soort gajes de burgemeester de toegang tot een buurt ontzegde”, zegt oud-wethouder Frank de Grave (VVD).

Daarna kwam het bedrijfsleven. Met toenemend plezier verkeerde Van Thijn in het gezelschap van ondernemers en captains of industry. Hij leidde talloze missies naar het buitenland om investeerders te trekken en Amsterdamse bedrijven aan een afzetmarkt te helpen. De linkse sociaal-democraat bleek een talent te hebben voor citymarketing, zoals het tegenwoordig heet. „Op den duur,” zegt biograaf Van Bennekom, „ontstond door al die initiatieven een sfeer van optimisme: er gaan dingen lúkken.”

Met het bedrijfsleven ging de stad publiek-private samenwerkingsverbanden aan, bijvoorbeeld bij de aanpak van hondenpoep en het weer leefbaar maken van de Zeedijk.

Ed van Thijn in het Concertgebouw bij de besloten herdenking van burgemeester Eberhard van der Laan, in oktober 2017.

Foto Bas Czerwinski/ANP

Zelfs het fiasco van de kandidatuur voor de Olympische Spelen van 1992 pakte op termijn goed uit. De spelen liep de stad op pijnlijke wijze mis, mede dankzij een felle campagne van het actiecomité NOlympics. Maar het leverde wel waardevolle contacten op met het Rijk en het grote bedrijfsleven, dat zijn interesse voor de hoofdstad hervond. „Ineens zat Philips met de gemeente om de tafel,” zegt oud-wethouder Walter Etty (PvdA). „Amsterdam werd weer het uithangbord van Nederland.”

Mislukkingen

Van Thijn deed het natuurlijk niet alleen, zeggen oud-bestuurders die met hem samenwerkten. Amsterdam kent een lange traditie van sterke wethouders, en die waren er zeker ook in Van Thijns tijd: Jan Schaefer, Walter Etty (beiden PvdA), Enneüs Heerma (CDA) en Frank de Grave (VVD). Zíj bepaalden voor een belangrijk deel het beleid. „Maar het was Van Thijn,” zegt Van Bennekom, „die inzag dat nieuwe huizen bouwen en bedrijven aantrekken niet zou werken zolang er wetteloosheid heerste in de stad.”

Redacteur Petra de Koning ging vorig jaar op bezoek bij Ed van Thijn. Lees de column ‘Op een dag luistert alleen Odette nog’

De wederopstanding van Amsterdam vanaf de jaren tachtig is „geen lineair verhaal”, zegt Van Bennekom. Er waren internationale economische ontwikkelingen, de tijdgeest veranderde. Van Thijns burgemeesterschap kende ook de nodige dieptepunten: de dood van kraker Hans Kok, de persona non grata-affaire met schrijver Willem Frederik Hermans, de scheve verhouding met politiecommissaris Eric Nordholt.

Inmiddels lijkt het overvolle Amsterdam te bezwijken aan zijn eigen succes. Heeft Van Thijn in de jaren tachtig een geest uit de fles gehaald die nu niet meer te bedwingen is? Nee, zegt Van Bennekom. Net zo min als er één rechte lijn loopt van Van Thijn naar de huidige bloei, kunnen hem de schaduwkanten van dat succes worden aangewreven. „Hij deed wat nodig was op dat moment. En bracht daarvoor de benodigde hardheid op.”

Willem van Bennekom: Ed van Thijn. Leven als opdracht. Boom Uitgevers, 320 blz. €24,90
    • Thijs Niemantsverdriet