Opinie

    • Menno Tamminga

De kredietcrisis die al tien jaar doorziekt

De leidende economie in Europa herbergt ook de zwakste bank. De Deutsche Bank (95.429 medewerkers, 1.421 miljard euro balanstotaal) was decennia sterk en machtig. Het vlaggeschip van Deutschland AG. Een Duitse spin in het web van politiek en bedrijfsleven.

Maar nu? Tien jaar na het faillissement van de Amerikaanse zakenbank Lehman ziekt de kredietcrisis bij Deutsche nog altijd door. Zie de beurskoers kelderen. Op 15 september 2008, de dag van het bankroet van Lehman, sloot de koers van Deutsche Bank op 42,11 euro. Nu bungelt de koers rond 9,55 euro. In tien jaar tijd is 77 procent van de waarde verpulverd.

Deutsche Bank-beleggers hebben niet geprofiteerd van het ultralage rente beleid van de centrale banken. Niet van de economische hausse in Duitsland. Niet van de ‘euro boom’ de afgelopen twee jaar. Ook niet van het feit dat een prominente klant nu president van de VS is.

Het koersverlies is het resultaat van een opeenstapeling van boetes en schikkingen wegens dubieuze praktijken, hardnekkig hoge kosten, zelfoverschatting en ruzie aan de top over de strategie. In zes jaar drie topmanagers.

In 2016 brandmerkte het IMF de bank als het grootste risico voor het financiële systeem. De bank is via haar balans, de geldstromen die ze verwerkt én met haar handel in complexe financiële producten verweven met het mondiale financiële systeem. Je kunt van banken als Deutsche ook zeggen: zij zíjn het geldsysteem. Griezelig kwetsbaar.

De koers is zoveel gedaald dat de aandelen over anderhalve week worden verwijderd uit de prestigieuze Stoxx 50 beursindex van vijftig toonaangevende Europese ondernemingen.

Het is eigenlijk pech voor Deutsche Bank dat de kredietcrisis over is. Als het nog begin 2009 was geweest, dan had de Duitse overheid de bank best een kapitaalinjectie kunnen geven. Dat had niemand verbaasd. Crisis hè?

Nu is een kapitaalinjectie ondoenlijk. Op basis van regels die zijn ingevoerd ná de kredietcrisis moeten beleggers bijdragen aan reddingsacties. Dat zou de penibele situatie van Deutsche Bank alleen maar penibeler maken.

Lees ook: Deutsche Bank moet op zoek naar zijn jagersmentaliteit

Twee zwakheden schreeuwen om ingrijpen bij de bank: de verliezen en de instabiele aandeelhoudersbasis.

De bank heeft de laatste drie jaar op rij verlies geleden. Opgeteld 8,6 miljard euro. Deutsche Bank gaat de toekomst te lijf met reorganisaties en sanering.

De grootste aandeelhouder is het schimmige Chinese bedrijvenconglomeraat HNA. Dat had een belang van bijna 10 procent, maar dat is inmiddels geslonken tot 7,6 procent. HNA zit op zwart zaad en moet bedrijfsbelangen verkopen. Ook de aandelen Deutsche Bank staan te koop. Maar niet nu.

Er is één politiek-economische oplossing voor winstherstel én aandeelhoudersstabiliteit. Dat is een fusie met een andere Duitse bank, in casu de Commerzbank. Het vóórdeel: kans op aanzienlijke kostenbesparingen door samenvoeging van hoofdkantoren, sluiting van vestigingen en gezamenlijke investeringen. Nádeel: zulke voordelen zijn makkelijk op te schrijven, maar lastig te realiseren.

Minister van Financiën Olaf Scholz (SPD) voelt wel wat voor een Duitse bankenkampioen die de concurrentie met de Amerikaanse geldgiganten aankan. Dat de neergang van de Deutsche Bank juist deels te wijten is aan een vergelijkbare eerdere ambitie wordt in Berlijn kennelijk liever genegeerd.

Je kunt deze wens van Scholz ook Europees duiden. Frankrijk heeft nationale kampioen BNP Paribas, Italië het opgepepte Unicredit, maar Duitsland mist de bank die recht doet aan haar economische hoofdrol in Europa.

Maarten Schinkel is afwezig.
    • Menno Tamminga