‘Zelfs succesvolle journalisten worstelen met het vak’

Arbeidsmarkt Voor veel journalisten is baanzekerheid ver weg. Gecombineerd met hoge normen en werkdruk liggen burn-outs op de loer, zeggen twee hoogleraren.

Beeld Istock

Achteraf gezien is freelance journalist Brenda Stoter Boscolo (34) maar net aan een burn-out ontsnapt. Het was 2015 en ze begroef zich in het werk: uit ambitie en bevlogenheid, maar ook uit financiële noodzaak. Toen ze op de bonnefooi op reportage was in Iraaks Koerdistan, werd ze bijna het slachtoffer van een bombardement. Na terugkomst was ze moe, vaak ziek, en had ze paniekaanvallen.

Rustiger aandoen voelde als aanstellen: haar ervaring als journalist viel toch in het niet bij wat oorlogsjournalisten dagelijks meemaken? Uiteindelijk besloot ze toch minder te gaan reizen en zich meer te richten op slow journalism: achtergrond- en onderzoeksstukken. Dat bleek louterend, al blijft rondkomen op deze manier lastig: „Geloof me: als je wél genoeg geld hebt, dan valt er al een hele last van je schouders.”

Populair vak

Tamara Witschge (40) is als professor media en culturele industrie verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en onderzoekt de werkbeleving onder journalisten. Zij ziet dat velen een hoge werkdruk accepteren, uit liefde voor het vak. „Ze wijzen eerder naar zichzelf dan naar de omstandigheden. Ze zeggen bijvoorbeeld: het is mijn passie, dus ik heb het ervoor over dat het zwaar is. Of ze vergelijken zichzelf met collega’s: zij kunnen het toch ook aan?”

Die neiging tot wegcijferen noemt Witschge wrang, omdat er niet altijd voldoende bestaanszekerheid tegenover staat. „Met name jonge journalisten moeten het veelal doen met payrollcontracten en verlengde stages”, zegt cao-onderhandelaar Annabel de Winter, secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ). „Journalisten in vaste dienst ervaren óók werkdruk, maar verdienen dankzij de cao’s uitstekend. Ze hebben bovendien meer toekomstperspectief en meer zekerheden, uitbetaling bij ziekte bijvoorbeeld.”

Maar journalisten in vaste dienst zijn er steeds minder: in het NVJ-ledenbestand daalt hun aantal en stijgt het aantal freelancers. Van het totale ledenaantal heeft nu ongeveer de helft een vast contract. „En dat is iets van de laatste tien jaar”, aldus De Winter. Uit een analyse van het Centraal Planbureau uit 2015 blijkt dat 36 tot 46 procent van de mensen met een ‘hoger cultureel beroep’, waartoe journalisten behoren, laagbetaald of onzeker werk heeft.

Je zou denken dat medisch personeel de symptomen van stress feilloos herkent. Maar óók zij trekken niet snel aan de bel.

Een belangrijke reden daarvoor is volgens De Winter dat nieuwsredacties in het digitale tijdperk „afschrikwekkend” zijn gekrompen. Enkele voorbeelden: in de afgelopen twintig jaar halveerden de redacties van regiokranten, bij de Telegraaf Media Groep daalde het aantal voltijd dienstverbanden volgens jaarverslagen van 5.000 in 2001 naar 1.311 in 2017, en nog altijd krimpt jaarlijks de overheidsbijdrage aan de Nederlandse publieke omroepen. Intussen blijft het vak wél populair: vorig studiejaar schreven zich alleen al bij de hbo-opleidingen 945 studenten in.

Keihard voor je plaats knokken hoort er voor ambitieuze jongeren bij, zegt De Winter. „Maar in de advocatuur bijvoorbeeld, waar ik zelf heb gewerkt, krijg je in ruil daarvoor een contract en een goede opleiding. Media profiteren daarentegen van goedkope talenten, die wel hard werken, maar verder hun mond houden.”

24 uur per dag

Om journalisten lucht te bieden, wil Tamara Witschge „normatieve kaders” in het vak ter discussie stellen. Ze heeft een medestander in hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam Mark Deuze (49). „Met normatieve kaders bedoelen we uitspraken als: ‘Journalist ben je 24 uur per dag’, of: ‘Het is geen vak, maar je leven’”, zegt Deuze. Witschge: „Of het idee van echte journalistiek. Wat dat is, weet niemand precies, maar het idee dat je eraan moet voldoen is heel sterk.” Deuze: „Het geeft je het gevoel dat je nooit genoeg doet.”

Een idee van de journalistiek als heilige roeping kan volgens de academici het gevoel geven dat slecht betaald worden een acceptabel offer is. Deuze noemt dat het „I can’t believe I’m getting paid to do this-syndroom”, ook bekend in de variant: ik hoef er niet rijk van te worden. Al spreken freelancers zich tegenwoordig wel geregeld uit over slechte tarieven.

Als journalisten zulke opvattingen niet kritisch benaderen, sluipen burn-outs en uitbuiting erin, stellen Witschge en Deuze. En een ongezonde journalistiek is weer ongezond voor de democratie. Volgend jaar brengt het duo het boek Beyond Journalism uit, waarvoor ze 129 internationale journalistieke ondernemers (freelancers en startup-medewerkers) interviewden en waarin ze aantonen dat er vele vormen van journalistiek bedrijven bestaan, ook buiten de schetslijnen van de romantische ideaalplaatjes.

Witschge ziet in de praktijk ook veel studenten die op de rand van een burn-out zitten, of daar al overheen zijn gegaan. „Als opleiding zijn wij geneigd studenten te overvragen vanuit de gedachte dat dit in de praktijk ook zo is. Maar eigenlijk is dat een dooddoener: in plaats van er al vroeg aan bij te dragen, kunnen we het beter meer ter discussie stellen.” Ook Deuze ziet overbelasting onder studenten. „Al moet je dat eerst uit ze trekken, want de norm is dat je niet klaagt.”

Lees ook over seksuele intimidatie in de fotojournalistiek ‘De fotojournalistiek is een machocultuur’

Volgens onderzoek van Nyenrode Business Universiteit uit 2017 loopt in de categorie ‘design en journalistiek’ 14,1 procent van de werknemers ernstig risico op een burn-out. Alleen horeca en detailhandel scoren nog slechter. Jong en vrouw zijn vormen risicofactoren.

Roos van Tongerloo (30), redacteur bij Brandpunt+, kreeg in 2017 een burn-out als redacteur bij Vrij Nederland. „Daar maakte ik twee reorganisaties mee in twee jaar. Ik pakte taken van vertrekkende mensen op en voelde me ontzettend verantwoordelijk. Ik hield en houd zielsveel van het blad en de mensen die er werken, daardoor ging ik eerder onderuit.” Uiteindelijk had ze, naar eigen zeggen, overal een burn-out gekregen, „maar het helpt niet dat het slecht gaat in de journalistiek.”

Als journalisten onder druk staan, schaadt dat volgens Mark Deuze de creativiteit, innovatie en zelfs de diversiteit in de journalistiek. „De huidige dynamiek trekt een bepaald type journalisten aan: mensen die extravert zijn, zichzelf kunnen verkopen en geen financiële zorgen hebben, redden zich beter dan mensen met een andere achtergrond of persoonlijkheid.”

Bespreekbaar

Deuze en Witschge benadrukken overigens dat redacties onderling erg verschillen. Bovendien ziet Deuze dat de jongere generatie journalisten onderwerpen als burn-out beter bespreekbaar maakt. Witschge deelt de herkenbare verhalen van haar respondenten, om dit te stimuleren. „Ik wil laten zien dat zelfs succesvolle journalisten soms met het vak worstelen.”

Brenda Stoter Boscolo blijft zich voorlopig richten op de ‘langzame’ verhalen, voor een selecte groep „prettige opdrachtgevers”. „Eerder had ik lijstjes van media waar ik graag voor wilde schrijven. Ik voelde altijd druk om nóg meer te doen. Nu ben ik sneller tevreden.” Wel wil ze meer commerciële opdrachten aannemen, om beter rond te komen.

Roos van Tongerloo houdt zichzelf nuchter door spaarzaam te zijn met het delen van haar eigen artikelen op sociale media. „Ik wil mezelf niet telkens in de etalage zetten. Dan liever een foto van m’n kat.” Mede dankzij dit soort kleine aanpassingen verhoudt ze zich nu ontspannen tot haar vak. „Ik vind de journalistiek nog steeds ontzettend leuk, maar ik lééf er niet meer voor.”

    • Menno van den Bos