Zo solide als de bank

Woordhoek verkent ons taalgebruik. Deze week, voor jongere lezers, een oude uitdrukking die zijn betekenis verloor.
Foto iStock

De afgelopen jaren zijn verschillende afleveringen van Woordhoek in schoolboeken opgenomen. Als bronteksten voor tekstverklaring. Deze aflevering wil ik ongevraagd aanbevelen. Iedereen die er belang in stelt mag ’m gratis overnemen. Om redactiewerk te voorkomen zal ik de zinnen niet te lang en ingewikkeld maken. Hier komt-ie.

Je kunt het je bijna niet voorstellen, maar ooit hadden banken een heel goede naam. Dit blijkt zelfs uit bepaalde uitdrukkingen. Pak de Dikke van Dale er maar bij. Daar staat bijvoorbeeld: zo goed, zeker, solide als de bank. Met als betekenis: zeer solide, zeer degelijk en betrouwbaar dus.

Een andere uitdrukking, die je ook in Van Dale kunt vinden, luidt: het is zo vast als de bank. Betekenis: het is zeker waar. Zo zeggen we dat nu niet meer, maar het achterliggende idee is duidelijk: als een bank het zegt, dan klopt het.

Sommigen van jullie denken nu misschien: zijn dat heel oude uitdrukkingen of zo? Want een bank kan nu jarenlang structureel de wet overtreden zonder strafrechtelijk te worden vervolgd. Zelfs als een bank op grote schaal drugsgeld witwast, krijg deze alleen een boete. In het geval van de ING lijkt die erg groot (775 miljoen euro), maar het gaat slechts om één achtste van de verwachte jaarwinst. Zo’n systeembank (een bank die onmisbaar is voor een land) kan ook nooit omvallen (failliet gaan) want dan springt de overheid bij. Ze komen dus overal mee weg. Bankiers worden nu door veel mensen gezien als immorele graaiers.

Onze spreekwoorden bewijzen dat banken ooit een veel betere reputatie hadden. Als je dat zelf wilt onderzoeken, tik dan op Google deze drie woorden in: bank, stoett, dbnl. Stoett is de naam van de samensteller van een belangrijk Nederlands spreekwoordenboek. Hij schreef het in 1925, dus de spelling is verouderd, maar het is goed te begrijpen. DBNL staat voor ‘Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren’. Belangrijke site, wellicht ook nuttig voor later. Hoe dan ook: met die zoekopdracht kom je terecht bij een groepje spreekwoorden die duidelijk maken hoe men vroeger tegen banken aankeek.

Zo vermeldt Stoett onder meer: als de bank zijn. Met als uitleg: „Zoo te vertrouwen als de Nederlandsche bank. De zekerheid der Amsterdamsche bank was ten spreekwoord geworden, om eene zekerheid, welke boven alle bedenking verheven was, aan te duiden.” Misschien leuk om te weten: De Nederlandsche Bank (DNB), gevestigd in Amsterdam, houdt toezicht op álle Nederlandse banken. Maar bij het toezicht op de ING moet er iets heel erg zijn misgegaan, dus ook DNB is niet meer volledig te vertrouwen.

Bij Stoett kun je nalezen dat ook banken in andere landen een goede reputatie hadden. Want de Duitsers zeggen: so sicher wie die Bank. En de Engelsen: his word is as good as the bank. Een Frans spreekwoord luidt: solide comme la banque de France.

Tot slot nog een vraag, slechts bedoeld om te prikkelen. Hoe zou je eigenlijk een land moeten noemen dat wereldwijd een van de grootste xtc-producenten is? En waar de grootste systeembank – acht miljoen Nederlandse klanten – jarenlang systematisch drugsgeld heeft witgewassen? Om vervolgens achter gesloten deuren een deal te sluiten? Wellicht heeft Stef Blok, de minister van Buitenlandse Zaken, hier een goed etiket voor bedacht. Hij had het onlangs over een failed state (mislukte staat). Hij bedoelde daar trouwens Suriname mee.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders
    • Ewoud Sanders