Zeeuws Museum ontdekt verentooi in verentooi

Koloniaal erfgoed

Onderzoekers vonden in het Zeeuws Museum dat een zeldzame verentooi uit voormalig Nederlands-Guyana uit twee tooien bestaat. Het museum restaureert de kwetsbare tooien en wil ze exposeren.

De onderste verenring van Nederlands-Guyaanse verentooien in het Zeeuws Museum blijkt nu los van bovenste verenring een aparte tooi te zijn. Andreas Schlothauer/ Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen

Het Zeeuws Museum blijkt eeuwenlang twee zeldzame achttiende-eeuwse verentooien uit Nederlands-Guyana voor één verentooi te hebben aangezien. Waarschijnlijk zijn de hoofdtooien ooit in losse onderdelen uit de voormalige koloniën naar Nederland gekomen, en foutief in elkaar gezet. De reconstructiefout die na herstel een extra verentooi opleverde, kwam aan het licht bij een onderzoek naar de voorwerpen door de Utrechtse kunsthistoricus Jeroen Lesuis en de Berlijnse etnologisch onderzoeker Andreas Schlothauer.

De twee tooien ineen; de onderste verenring is een aparte tooi. Ivo Wennekes/ Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen

Het museum in Middelburg heeft nu vier in plaats van drie Guyaanse hoofdtooien van voor 1800. Zulke oude verentooien uit de Guyana’s zijn wereldwijd zeldzaam, en het Zeeuws Museum is het enige museum in Nederland dat dergelijke voorwerpen uit de voormalige Nederlands-Guyaanse koloniën heeft.

„Het is een bijzondere vondst,” zegt curator Caroline van Santen van het Zeeuws Museum. „We zijn de verentooien nu aan het restaureren. Ze zijn erg kwetsbaar en nu nog in het depot. We willen ze volgend jaar bij toerbeurt gaan exposeren, steeds een of twee, tijdelijk. Want ze mogen niet te lang in het licht.”

Slaven- en handelschepen

De vier verentooien in het museum zijn eigendom van het in 1767 opgerichte Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. Aan dit gezelschap van amateurwetenschappers en welgestelde patriciërs werden de verentooien van oorspronkelijke bewoners in de Guyana’s geschonken in respectievelijk 1776 en 1817.

De tooien zijn verzonden vanuit de koloniën aan de rivieren de Demerary en Essequibo die samen met Suriname en nog wat kleinere nederzettingen vanaf de zestiende eeuw het grotere grondgebied van Nederlands-Guyana vormden. Tot aan de verovering van dit gebied door de Britten begin negentiende eeuw, waarbij Suriname als Nederlandse kolonie overbleef, voeren vanuit Nederlands-Guyana schepen met koffie, suiker en katoen naar Zeeuwse steden als Middelburg en Vlissingen. De verentooien kwamen waarschijnlijk ook met die schepen.

Sommige van die schepen vervoerden slaven uit Afrika naar de Zuid-Amerikaanse koloniën voor de Zeeuwen. Tenminste een van de tooien van het Zeeuws Genootschap is zeer waarschijnlijk met een aan de Middelburgse Commercie Compagnie gelieerd slavenschip naar Middelburg gebracht, concludeerde Lesuis na archiefonderzoek.

Tooien als IKEA-pakket

Bij het herkomstonderzoek naar de tooien ontdekten Lesuis en expert Schlothauer dat de twee tooien met een paar touwtjes aan elkaar waren gebonden die nieuwer oogden dan de andere katoentouwen. Na het losmaken van deze touwtjes bleek datgene wat eeuwenlang doorging voor de onderring van de ene verentooi een zelfstandige tooi te zijn.

Bij het onderzoek kwam ook aan het licht dat de andere Guyaanse verentooien van het Zeeuws Museum reconstructiefouten bevatten. Zo waren vogelveren van twee tooien met elkaar verwisseld en touwen vastgemaakt die los hoorden te zitten. Vermoedelijk zijn deze fouten ontstaan doordat de verzamelaars van het Zeeuws Genootschap destijds hun verentooien “als een IKEA-bouwpakket in elkaar moesten zetten, zonder handleiding”, aldus Lesuis.

Guyaanse indianenstammen als de Arawak, Carib en Warrau van wie deze tooien afkomstig zijn bewaarden de losse onderdelen van hun tooien (zoals veren en keverschildentrosjes) meestal apart om de verentooien pas weer in elkaar te zetten voorafgaand aan een dansceremonie.

Het Zeeuws Museum is volgens Lesuis en Schlothauer niet het enige museum in Europa dat beschikt over verkeerd gereconstrueerde hoofdtooien en andersoortige verenornamenten uit Zuid-Amerika. Met name verenornamenten van voor 1800 kunnen reconstructiefouten bevatten als onterecht aan elkaar genaaide kledingstukken en gevlochten manden die op zijn kop zitten. Dat komt, stellen Lesuis en Schlothauer, doordat het antropologische onderzoek naar indianenstammen en hun verenornamenten pas vanaf de negentiende eeuw op gang kwam en accurate bronnen van voor die tijd zeer schaars zijn.

    • Paul Steenhuis