De politie doet onderzoek bij de woning van Els Borst in Bilthoven. Zij werd op 8 februari 2014 vermoord. Pas twee dagen later werd zij gevonden in de garage bij haar huis.

Foto Remko de Waal/ANP

Verward, gevaarlijk. En nog steeds niet op een lijst

Jurist Rein Jan Hoekstra De samenleving moet beschermd worden tegen gevaarlijke mensen. Maar dat gebeurt te weinig.

De jurist Rein Jan Hoekstra heeft de vaderlandse bureaucratie op heel veel verschillende manieren leren kennen. En toch vielen „de schellen hem van de ogen” toen hij in 2015 de opdracht kreeg om de ‘strafrechtelijke beslissingen’ te onderzoeken rond de moorden die Bart van U. pleegde op D66-politica Els Borst en zijn zus Loïs.

Lees hier de bevindingen van Hoekstra:Wettelijk is het volgens jurist Hoekstra slecht geregeld: ‘Aanpak van personen met verward gedrag faalt’

Toen hij opgepakt werd, bleek Van U. nog een straf van drie jaar te moeten uitzitten. Daarvoor had hij zichzelf bovendien enkele keren bij de politie gemeld.

„Toen ik het verzoek kreeg, wist ik natuurlijk van de moord op Els Borst, maar ik wist niets van de toedracht. Ik dacht niet direct aan verwarde gevaarlijke mensen. Lopende ons onderzoek bleek steeds meer dat er grote fouten waren gemaakt. Fouten waarvan ik dacht: dat kan toch niet voorkomen? We zagen structureel problemen.”

Het is een opmerkelijke constatering gezien de carrière van Hoekstra. Hij werkte ruim twintig jaar voor het ministerie van Algemene Zaken, trad daarna toe tot de Raad van State en werd na de Tweede Kamerverkiezingen van 2003 en 2006 aangesteld als informateur. Hij deed voor de overheid ook onderzoek naar vele gevoelige zaken. De beveiliging van de vermoorde politicus Pim Fortuyn bijvoorbeeld. En de ondergang van woningbouwcorporatie Vestia.

Totaal gebrek aan urgentie

Wat Hoekstra in de zaak-Borst opviel: het totale gebrek aan urgentie om de problematiek rond verwarde gevaarlijke mensen op te lossen.

Na publicatie van zijn eerste rapport in 2015 onderschreef iedereen de ernst van de bevindingen. Maar het is vooral te danken aan familieleden van Els Borst en familieleden van Bart van U. dat er werk van is gemaakt: „Mede dankzij hun niet aflatende energie ligt er nu ook een evaluatie van alle genomen maatregelen.”

De commissie onder Hoekstra’s voorzitterschap rapporteerde eigenlijk iets later dan ze zelf had gewild – hij kreeg vlak voor de zomer gezondheidsproblemen. Het gaat hem inmiddels weer beter, maar hij heeft toch besloten om deze week geen toelichting te geven op zijn bevindingen. NRC sprak al eerder met Hoekstra over zijn werk. Hij heeft toestemming gegeven om de essentie van dat gesprek te publiceren.

Om de kritiek van Hoekstra te begrijpen zijn een aantal details over het leven van Bart van U. onontbeerlijk. Van U. was bekend als verward persoon en een notoir zorgmijder.

Tijdens het hoger beroep van een zaak die draaide om verboden wapenbezit in 2012 negeerde het gerechtshof de strafeis van tien maanden van het Openbaar Ministerie. Bart van U. kreeg 3 jaar cel omdat het hof hem een gevaar voor de samenleving vond, vanwege zijn zorgmijdende gedrag. Desondanks kwam het niet tot het afstaan van zijn DNA, wat wettelijk wel moest.

En ook met de tenuitvoerlegging van zijn straf ging van alles mis. Toen Bart van U. zich een jaar na zijn veroordeling bij het politiebureau van Nieuwegein meldde omdat hij zijn straf wilde uitzitten, werd hij weggestuurd. De agent keek in het systeem en kon daar de veroordeling niet vinden. Je ziet het wel vaker, zegt Hoekstra: „Computer says no.

Ook bij de gevangenissen waar Van U. zich uit eigen beweging meldde om zijn straf uit te zitten, werd hij weggestuurd. Hij kreeg als advies: download een formulier om je nog openstaande straffen op te vragen. Dat deed hij niet.

Verzet tegen behandelingen

Vlak voor de moord op Els Borst, in 2014, werd hij aangehouden in Amersfoort. Van U. zei dat hij niet voor zichzelf kon instaan en waarschuwde dat hij anderen iets aan zou doen. Tegelijkertijd verzette hij zich tegen behandelingen.

Bijna een jaar later vermoordde Van U. zijn zus Loïs. Dat was waarschijnlijk niet gebeurd als zijn DNA na zijn veroordeling voor wapenbezit in de databank had gezeten.

Ict-problematiek is een terugkerend probleem in het dossier van Bart van U. De politie in zijn woonplaats Rotterdam kende hem en zijn problematiek, vertelt Hoekstra. „Maar toen hij in Amersfoort werd aangehouden, hadden ze daar de informatie niet.” Een deel van die problematiek is opgelost, vertelt Hoekstra. Een veroordeelde persoon die zich nu meldt bij de politie of een gevangenis, zal niet meer worden weggestuurd omdat ze zijn dossier niet hebben.

Maar problemen met informatie-uitwisseling zijn er nog steeds. Dat heeft te maken met de bescherming van medische gegevens. Toen de familie van Bart van U. hem steeds gevaarlijker zag worden, probeerden ze diverse malen in gesprek te komen met de psychiaters met wie Van U. contact had. De familie wilde haar zorgen delen, maar de psychiaters weigerden dat omdat hun „cliënt” er niet mee instemde dat zij in gesprek zouden gaan met de familie. Zo konden de signalen van de familie de psychiaters niet bereiken.

Toen Van U. in 2013 werd opgenomen in een Belgisch psychiatrisch ziekenhuis en hij bereid was om in Nederland te worden opgenomen, leek eindelijk behandeling in zicht. Maar de zorgverzekeraar bleek hem geschorst te hebben als verzekerde omdat hij in de administratie als „gedetineerd” vermeld stond. Wederom moest Van U. een formulier downloaden en opsturen, deze keer om te laten weten niet gedetineerd te zijn.

Lees een verslag van de rechtszitting over de moord op Els Borst: Bart van U. had ‘goddelijke opdracht’

„Dit soort voorbeelden laten zien dat je niet alleen op een systeem kunt vertrouwen”, aldus Hoekstra. „Je hebt mensen nodig die bewaken dat gevoelige informatie op tijd wordt gedeeld.” Dat geldt voor wijkagenten, voor officieren van justitie, voor psychiaters. „Pak ook eens de telefoon”, zegt Hoekstra. „Een e-mail is makkelijk ingetikt en verzonden. Dat zijn mijn heel ouderwetse opmerkingen. Vroeger had de hoofdofficier van justitie altijd een lijst met gevoelige zaken. In het onderzoek naar de zaak-Van U. bleek dat te zijn afgeschaft.”

Geen landelijke lijst

Medewerkers van ggz-instellingen kunnen tegenwoordig toegang krijgen tot politie-informatie over verwarde personen. Dat is winst, concludeert Hoekstra. Maar omgekeerd krijgen justitie en politie nog altijd geen toegang tot informatie van ggz-instellingen. Het gevolg: de politie kan niet beschikken over gegevens van een verwarde persoon die onder behandeling staat maar geen strafblad heeft. „Het risico is dat een dergelijke persoon snel wordt vrijgelaten en een ernstig delict pleegt terwijl hij of zijn eigenlijk naar een instelling had moeten gaan.”

De samenleving heeft recht op bescherming. De verwarde persoon heeft belang bij behandeling én het recht op privacy. Dat laatste weegt het zwaarst. „Het moet toch mogelijk zijn om iets te bedenken waarbij alle belangen worden gerespecteerd”, aldus Hoekstra.

Rekkelijken en preciezen

Volgens Hoekstra is er op dit punt sprake van een strijd tussen de rekkelijken en de preciezen. „De preciezen hechten meer belang aan privacy-bescherming”, aldus Hoekstra. „De rekkelijken vinden het juist belangrijker dat de samenleving beschermd wordt tegen mensen die verward en gevaarlijk zijn, voor zichzelf en de maatschappij.”

Hoekstra rekent zichzelf inmiddels tot de rekkelijken. Hij vindt dat gemeenten, politie, justitie en ggz veel serieuzer moeten samenwerken. Voor Hoekstra is het verbijsterend dat er nog steeds geen landelijke lijst bestaat van gevaarlijke verwarde personen die autoriteiten met elkaar kunnen delen. „Ga zo’n overzicht nou maken zonder de hele tijd te vragen: kan dit formeel wel? Nee, stel het belang van het beschermen van de samenleving voorop. Maak er een landelijk experiment van in afwachting van wetgeving.”

En hij weet dat het kan: in de horecasector circuleren lijsten van lastige hotelgasten en verzekeraars kennen een zwarte lijst van oplichters. Onlangs besloten politie, Openbaar Ministerie en detailhandel nog tot een waarschuwingsregister waarin informatie over mobiele bendes wordt uitgewisseld. Hoekstra: „Dit is geen juridisch probleem, maar een probleem van niet willen of kunnen samenwerken. Erken nu dat er in dit land een aantal mensen rondloopt die gevaarlijk zijn en gevaarlijk zijn gebleken.”

Volgens Hoekstra is dit een structureel probleem. „Het komt te vaak voor dat mensen slachtoffer worden terwijl dat voorkomen had kunnen worden. Het reële probleem is het beschermen van het leven van mensen. Dat is een grondrecht dat aan alles ten grondslag ligt. Dat mag je niet in gevaar brengen als je het had kunnen voorkomen.”

Zedenzaken

Een soortgelijk probleem speelt bij de DNA-databank. Volgens de wet moeten alle veroordeelden van een ernstig strafbaar feit hun DNA afstaan. Die databank is een waardevol instrument bij opsporingsonderzoek in bijvoorbeeld zedenzaken. Maar het DNA van veel veroordeelde verdachten ontbreekt in die databank.

Hoe dat kan? Het probleem is kort gezegd dat het DNA pas wordt afgenomen op het moment dat een veroordeling van een verdachte definitief is. In de praktijk betekent dat vaak dat het DNA pas kan worden afgenomen als verdachten hun straf al hebben uitgezeten. Het opsporen van veroordeelden die zich hiervoor niet vrijwillig melden is complex en tijdrovend.

Lees ook het NRC Commentaar: Een nationale DNA-databank is een nachtmerrie

De oplossing is volgens Hoekstra heel simpel: neem het DNA af op het moment dat een verdachte van een ernstig strafbaar feit door een onderzoeksrechter in bewaring wordt gesteld en bewaar dat tot de rechter een uitspraak heeft gedaan. Het DNA van onschuldige verdachten wordt vernietigd en van het DNA van schuldige verdachten wordt een profiel gemaakt dat in de databank wordt opgenomen.

Ook hier is discussie tussen rekkelijken en preciezen. „De laatste groep stelt dat er geen garanties zijn dat opgeslagen DNA van nog niet definitief veroordeelde verdachten niet toch wordt gebruikt bij de opsporing. En zij menen dat dat in strijd is met nationale en internationale wetgeving.”

Hij vindt dat ook die discussie te lang duurt. Het moet toch mogelijk moet zijn om een waterdicht systeem in te richten waarbij het DNA van verdachten meteen kan worden afgenomen met voldoende waarborgen om misbruik te voorkomen. „Uiteindelijk zal dan wel blijken of dit volgens Nederlandse en Europese rechters voldoet aan de wet- en regelgeving. Dit probleem is te urgent om eindeloos over te blijven praten. Het is tijd voor actie.”

    • Jan Meeus
    • Jeroen Wester