Opinie

    • Peter de Bruijn

Popcorn-Oscar is zo’n gek idee nog niet

Peter de Bruijn De Academy of Motion Picture Arts and Sciences opperde om een Oscar voor populaire films in te stellen. Het plan is alweer in de ijskast gezet – terwijl Peter de Bruijn het wel zag zitten.

En de Oscar voor meest uitzonderlijke prestatie in populaire film gaat naar… helemaal niemand. Nog maar een paar weken geleden kondigde het bestuur van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences een nieuwe Oscarcategorie aan voor ‘achievement in popular film’; informeel meteen omgedoopt tot de ‘Popcorn-Oscar’. Na een golf kritische reacties is dat plan inmiddels alweer in de ijskast gezet. Eerst moet er nog ‘nader onderzoek’ komen, aldus de Academy. De vraag is of de wereld ooit nog iets verneemt van de nieuwe Oscar voor populaire film.

Het plan was onbekookt: de Academy bracht het nieuws naar buiten zonder erbij te zeggen aan welke criteria films moeten voldoen voor de nieuwe Oscar. Aangenomen wordt dat het om films zou gaan die meer dan 100 miljoen dollar aan de bioscoopkassa hebben opgebracht. Al snel werd duidelijk dat het plan onder druk was ontstaan van televisiezender ABC, die de kijkcijfers van het Oscargala ziet teruglopen.

Het best bekeken Oscargala vond plaats in 1998 met 55 miljoen kijkers, toen Titanic de meeste nominaties in de wacht had gesleept (14 nominaties, 11 verzilverd). Vorig jaar – winnaar: The Shape of Water – keken er nog maar 26,5 miljoen mensen; een dieptepunt. Nominaties voor de meest populaire films zouden de kijkcijfers flink kunnen opkrikken. Maar de makers van megahit Black Panther lieten al meteen weten dat ze alleen campagne zullen voeren voor de enige echte Oscar – die voor beste film.

Schande! Een knieval voor het geld en voor het populisme van het Amerika van Donald Trump! Dat was zo ongeveer de teneur van de reacties op de proefballon van de Academy. Uitgerekend in een jaar waarin een populaire film met een zwarte cast – Black Panther – wel eens hoge ogen zou kunnen gooien, komt de Academy met een fopspeen op de proppen. „Separate but equal”, schreef de bekende filmjournalist Mark Harris giftig, met een verwijzing naar de Amerikaanse geschiedenis van raciale segregatie.

Toch is die nieuwe Oscar niet zo’n gek idee. Het is ontegenzeggelijk waar dat de smaak van het publiek en de stemgerechtigde leden van de Academy de laatste jaren uit elkaar is gegroeid. Dat is niet per se goed nieuws. Recente winnaars van de Oscar voor beste film zoals Spotlight, Moonlight en The Shape of Water zijn stuk voor stuk bijzondere films, die alle eer toekomt. Maar dit zijn geen films die naar Hollywoodmaatstaven een groot publiek weten te vinden.

De afstand tussen artistiek ambitieuze films en publieksfilms neem toe, terwijl het mooie van film nu juist kan zijn dat de grens tussen vermaak en kunst niet altijd zo scherp te trekken valt. De interessantste films kunnen zich juist in het schemergebied tussen amusement en kunst bevinden. De Oscars zouden voor dat soort films bij uitstek een podium moeten zijn. Maar Hollywood slaagt er steeds minder goed in om zulke films te maken en over het voetlicht te brengen. De filmsector weerspiegelt zo wellicht de toenemende afstand en polarisatie tussen laag- en hoogopgeleiden in de Amerikaanse samenleving (en daarbuiten). De Academy legt daar weliswaar tamelijk onhandig, maar ook terecht de vinger op.

Peter de Bruijn is filmrecensent.
    • Peter de Bruijn