Ook de zee heeft gevoel, weten de surfers

De zee Golfsurfster Julia van Rooij (25) doet deze maand mee aan de WK in Japan. Waar ter wereld ze ook in het water ligt, voor haar is de zee altijd meer vriend dan vijand. „Als je uit zo’n tunnel water komt, giert de adrenaline door je heen.”

Julia van Rooij, bij Scheveningen. „Aan de horizon kun je aflezen of er een setje golven aankomt die net even wat hoger zijn en mooier breken.” Foto Bastiaan Heus

Ze vervloekt de zee wel eens als zij even niet de goede golf kan vinden. Maar Julia van Rooij (25) weet ook dat ze dat op zo’n moment juist níet moet doen. „Ik zie het als een les die de zee je mee wil geven. Natuurlijk zijn er dagen dat de golven wat minder zijn, maar uiteindelijk ben jij het die bepaalt hoeveel plezier je eruit haalt.”

Van Rooij beschouwt het water ook meer als vriend dan als vijand. Niet zo vreemd, met een marinebioloog als vader. De liefde voor de zee wordt bij de geboren Groningse gevoed in de jaren dat ze elke zomer met haar ouders, broer en zus in een busje door Europa rijdt op zoek naar plekken om te snorkelen.

Op een van die vakanties begeeft de paarse Hyundai H200 het in Frankrijk, en moet er noodgedwongen een tussenstop worden gemaakt in Carcans Plage. Daar ziet de kleine Julia voor het eerst golfsurfers. „Dat zag er zo vet uit”, zegt ze. „We mochten toen, met z’n drieën, een board kopen van 100 euro.”

Aan de Franse westkust leert Van Rooij die zomer van een Nederlandse toerist een belangrijke les: luister naar de zee. Vijftien jaar later en inmiddels wedstrijdsurfster, zijn die woorden haar devies. „Ook de zee heeft gevoel, denk ik. In die zin dat-ze je alert kan maken als je niet met de juiste instelling in het water ligt. Je moet je aanpassen aan de omstandigheden, niet ertegen vechten.”

Neem het witte, schuimende water, dat ontstaat door omslaande golven en soms tientallen meters doorloopt. De sterke stroming maakt het vaak moeilijk om er doorheen te komen. „Zeker voor beginnelingen”, zegt Van Rooij, die als ervaren surfster met haar shortboard duckdives maakt onder de golven door. Of indien mogelijk de makkelijkste weg neemt; via een mui, het terugstromende zeewater tussen twee zandbanken in, peddelt ze dan naar „achter”. Daar waar de groene, ongebroken golven zijn.

Blik op de horizon

Achter aan gekomen is de blik gericht op de horizon. „Aan de horizon kun je aflezen of er een setje golven aankomt die net even wat hoger zijn en net even wat mooier breken”, legt Van Rooij uit. Zo’n setje bestaat uit drie tot vijf golven en komt om de paar minuten binnen. Waar precies, hangt af van de stroming. „Een setje kan helemaal aan de andere kant breken dan waar jij van plan was ’m te pakken. Je bent vooral heel veel aan het peddelen, surfen bestaat voor 70 procent uit manoeuvreren, schat ik.”

De hoogte van de golven wordt grotendeels bepaald door swell, deining die midden op zee wordt opgewekt door een flinke wind. Bij de Nederlandse kust kan die uit twee richtingen komen. Via Windy, een geavanceerde app op haar smartphone, houdt Van Rooij de omstandigheden in de gaten en weet ze of er „een lekker noordswelletje” dan wel een „sicke zuidwester” aankomt.

De langste golf waar Van Rooij ooit op stond, op Bali bij Medewi, duurde zeker dertig seconden.

Foto Bastiaan Heus

Nederland staat niet bekend om zijn sterke golfslag – „als het Verenigd Koninkrijk er niet lag, zouden we een beter surfland zijn” – maar in Scheveningen, waar ze vlakbij woont, zijn de omstandigheden nog het minst slecht.

Het is al „echt sick” in Nederland bij 6 tot 8 seconden – surfers spreken in seconden, de tijd gemeten tussen opeenvolgende golven. In bijvoorbeeld Frankrijk gaat het al snel om 12 tot 15 seconden, en de golven zijn daar ook veel krachtiger. In Scheveningen pakt Van Rooij meestal de eerste de beste golf, in het buitenland heeft ze meer geduld. „De golfslag is er consistenter, dus je weet zeker dat de tweede of derde golf goed is.”

Open bij de schouder

Surfers kijken niet alleen naar goede golven, ze letten er ook op of een golf links of rechts is, waarmee de surfrichting wordt bedoeld. „Die golven breken bij de peak en blijven bij de schouder lekker openstaan”, zegt Van Rooij. Nog beter: een A-frame, een golf die aan beide kanten breekt en daardoor de vorm van een omgekeerde A heeft. Helaas kunnen golven ook in één keer compleet dichtklappen: een closeout. Alleen leuk voor vakantiegangers met hun bodyboard.

Bij de meeste golven is Van Rooij al blij als ze „een turn kan zetten die kritiek is en waar veel spray af komt”. Spray is de waterverplaatsing, kritiek staat voor het risico dat een surfer neemt om te vallen. Hoe meer spray en risico, hoe meer punten in een wedstrijd. „Het liefst surf je tegen de lip van een golf aan.”

Lees hier ook het eerste deel uit de serie: het graswicket

De langste golf waar Van Rooij ooit op stond, op Bali bij Medewi, duurde dertig, misschien wel veertig seconden. „Ik zag die golf lopen en raakte helemaal stoked. Die wil ik surfen, dacht ik alleen maar. Als dat dan lukt en die golf blijft zo lang doorgaan… Ik denk er nog regelmatig aan.”

Het summum: een barrel. Een golf die over je heen klapt, wat Van Rooij meemaakte in Indonesië, Marokko en zelfs Nederland. „Als je uit zo’n tunnel water komt, giert er superveel adrenaline door je heen. Dat is het mooiste van surfen.” Maar ook als ze van een golf valt, geniet Van Rooij. „Als je wordt gespoeld, moet je het lekker over je heen laten komen. Je komt in een soort van wasmachine terecht, maar hoe enger je het vindt, hoe hoger je hartslag, en hoe meer adem je nodig hebt. Ik denk gewoon: chill.”

    • Rogier van 't Hek