Muzikale schatkamer voor iedereen te gebruiken

Muziekstudio In Den Bosch is een imposante collectie aan elektronische apparatuur uit de vorige eeuw verzameld. In de Willem Twee Studio’s mag iedereen het gebruiken.

In de Willem Twee Studio’s worden workshops en cursussen gegeven, muzikanten kunnen langskomen om de apparatuur te gebruiken. Foto Stijn Poelstra

Om elektronische muziek te maken, heb je tegenwoordig aan een computer genoeg. Hoe anders het vroeger was, is te zien in de Willem Twee Studio’s in Den Bosch. Daar staan de enorme apparaten, die iedere gewenste zoem of brom kunnen maken. De apparatuur heeft niet alleen een ander geluid dan wat een computer kan voortbrengen. Het fysiek bezig zijn met de machines zorgt ook voor een andere manier van werken, zegt beheerder Hans Kulk, die een groot deel ervan zelf heeft verzameld.

Hans Kulk zit met Rikkert Brok, hoofd van de studio, aan de centrale tafel in de Willem Twee studio’s en praat over muziek. Aan diezelfde tafel solderen cursisten soms hun elektronische instrumenten aan elkaar. Ook wordt er muziek gemonteerd, niet op de computer, maar letterlijk door audiotape in stukjes te knippen en aan elkaar te plakken.

Vrij toegankelijk

De analoge elektronische apparatuur in de Willem Twee Studio’s dateert uit de jaren vijftig tot tachtig. De studio is vrij toegankelijk, in tegenstelling tot vergelijkbare studio’s bij muziekopleidingen of instituten. In Den Bosch worden workshops en cursussen gegeven, muzikanten kunnen langskomen om de apparatuur te gebruiken en internationale artiesten worden uitgenodigd om nieuw werk te maken. „Er komen werelden samen”, zegt Rikkert Brok. „Alles wat hier analoog wordt gemaakt, kunnen mensen weer digitaal meenemen om thuis verder te bewerken.”

Foto Stijn Poelstra
Foto Stijn Poelstra
Foto Stijn Poelstra

Het initiatief begon drie jaar geleden toen het bestuur van de Joodse Gemeenschap vertrok uit een kantoortje boven concertzaal de Toonzaal in een voormalige synagoge. Op hetzelfde moment was Hans Kulk op zoek naar een ruimte om zijn apparatuurverzameling te stallen. De voormalig docent Analoge Klanksynthese van de opleiding Muziektechnologie op de HKU wilde dat zijn apparatuur weer gebruikt werd.

Steeds groter

Rikkert Brok en Hans Kulk kenden elkaar via het Bossche FAQ Festival voor elektronische muziek en Brok regelde dat de apparatuur in het oude kantoortje kon. Toen er later meer ruimtes vrijkwamen, ontstond het plan voor een grotere studio. Het Centrum voor Elektronische Muziek (CEM) was bereid zijn verzameling apparatuur te verplaatsen van Rotterdam naar Den Bosch. Nu zijn de apparaten per periode verdeeld over de verschillende ruimtes. De oudste apparatuur van Hans Kulk, met enkele taperecorders, staat in de eerste ruimte. De laatste ruimte biedt onderdak aan de ‘modernere’ apparatuur van CEM, waaronder de grote trots van de studio: de Arp 2500. Een zeldzame modulaire synthesizer uit 1970, te horen in het werk van Jean-Michel Jarre en Pete Townshend van The Who.

Mitchel van Dinther, beter bekend onder zijn artiestennaam Jameszoo, is intussen aangeschoven. Hij is ook betrokken bij de studio. Als muzikant raakte hij snel uitgekeken op veel van de muzieksoftware. „Ze maken de apparaten na, maar ik wil niet met mijn muis aan een virtuele knop draaien. Dankzij deze apparaten snap ik de vroege elektronische muziek beter en voor mijn nieuwe album ga ik de studio gebruiken. Je kunt deze geluiden niet nabootsen in een computer. Als muzikant wil je niet als iedereen klinken. Hier heb je de beschikking over een uniek geluid.”

Enthousiast draait Hans Kulk aan de knoppen van zijn machine. „Dit is nooit gemaakt als instrument. Het is radio-apparatuur. Er staan hier een analoge computer en andere apparaten die in de jaren vijftig werden gebruikt voor de eerste elektronische muziek.” Die pioniers zaten bij de radio in Duitsland en Frankrijk en bij Philips in Nederland. Karl-Heinz Stockhausen, Pierre Schaeffer, Pierre Henry, Dick Raaijmakers en Tom Dissevelt werkten met dezelfde techniek. „Er kwam geen klavier aan te pas”, zegt Kulk terwijl hij via een geluidsmixer de geluiden combineert en laat horen. „Je maakt op een hele andere manier muziek. De muzikanten die hier werken, zijn heel enthousiast. Ze leren er veel van. Deze apparaten vormen de basis van de latere synthesizers.”

„En als zitten het nieuwe roken is”, zegt Hans Kulk lachend, lopend langs de stellingen vol apparatuur, „dan kun je beter op deze manier muziek maken, want je bent altijd aan het bewegen en met je handen bezig.”

    • Alex van der Hulst