Recensie

‘Mandy’: pure, hysterische maar bloedserieuze horror

Horror ‘Mandy’ is griezelig, plat, mooi, droef en lachwekkend tegelijk. Regisseur Panos Cosmatos heeft talent voor paradoxen.

Nicolas Cage in ‘Mandy’.

De aanpak van regisseur Panos Cosmatos in Mandy herinnert me een beetje aan onze wetenschapsredacteur Karel Knip. Die schreef ooit een rubriek over het absorptievermogen van luiers, zo meen ik, om na enkele gortdroge alinea’s te constateren dat de sukkels nu wel waren afgehaakt en uit te leggen hoe je thuis vuurwerk kan maken.

In Mandy lijkt Cosmatos eerst af te koersen op taaie arthousecult uit de school van Peter Strickland, Hélène Cattet en Bruno Forzani. Ofwel: een hypergestileerde uitvergroting van (Euro)trash uit de jaren 70 en 80, in comateus tempo en zonder veel plot. Cosmatos debuteerde in 2010 met Beyond the Black Rainbow, geïnspireerd op vervreemdende, harde sciencefiction van de jaren 70. Ditmaal filmt hij in de trant van slasherfilms die je tot ver in de jaren 80 in de onderste schappen van de videotheek aantrof. Theatraal belicht in primaire kleuren, met een soundtrack van Vangelis en progrock.

Plot: de verknipte sekte van Charles Manson-goeroe Jeremiah (een zeer charismatische Linus Roache) pleegt met behulp van een demonische motorbende hardhandig huisvredebreuk bij houthakker Red (Nicolas Cage) en diens artistiek begaafde lief Mandy (Andrea Riseborough). Waarna Red op wraakexpeditie gaat en deze abstracte stijloefening omslaat in geschifte horror-camp. Dat gebeurt pas nadat de sukkels door het glaciale tempo van het eerste half uur zijn afgetaaid.

Begint de sekte eenmaal met trippen – een misselijkmakende scène – dan slaat de vlam goed in de pan. Er volgt een uitbarsting van verdriet en razernij. Nicolas Cage, wiens filmhysterie al zoveel YouTube-virals opleverde, biedt in Mandy de overtreffende trap. Hij bloedt, kwijlt en snottert in witte onderbroek, huilt en krijst terwijl hij een liter wodka beurtelings over zijn verwondingen en in zijn keelgat giet. Waarna hij vastberaden een vrij nutteloze magische strijdbijl smeedt – alsof een kettingzaag niet volstaat – en middels bergen coke en nipjes super-lsd transformeert tot mystieke wraakengel. „Say no to drugs” brengt je in Cosmatos’ wereld maar zo ver.

Mandy is een film die griezelig, plat, mooi, droef en lachwekkend tegelijk is. Panos Cosmatos heeft talent voor paradoxen. Hij maakt bloedserieuze camp met emotioneel geladen formalisme en zegt niks oorspronkelijks met een geheel eigen stem. Iemand om in de gaten te houden.

    • Coen van Zwol