Opinie

    • Ellen Deckwitz

Infrarood

Onlangs had ik weer eens de levensvreugde van een goudvis in een emmer piranha’s, waarop mijn zus me meesleepte naar de sauna. Met ieder dompelbad knapte ik op, waarmee ik bedoel dat ik steeds minder kon nadenken en dat dat een hele verbetering was.

Op een zeker moment zaten we in de infraroodsauna toen de deur openging. Nu moet u weten dat deze infraroodsauna uit diverse hokjes bestaat waardoor je bij binnenkomst niet kan zien of er ook anderen zijn. We hoorden een jongen vragen of er iemand was en wij hielden ons uiteraard stil, want zeggen dat je er bent, levert meestal geen goede verhalen op.

„Mooi”, zei hij tegen iemand anders, „hele rijk voor ons alleen.”

„Geweldig”, hoorden we een tweede zeggen.

„Veel lekkere wijven hier”, zei nummer een.

„Ja, vooral die chicks in de jacuzzi”, zei nummer twee. Mijn zus en ik keken elkaar een beetje sip aan. Wij waren nog niet in de jacuzzi geweest.

„Alleen jammer dat het zwartjes waren”, zuchtte een, „het probleem met kleurlingen is dat je het altijd met condoom moet doen. Je wil niet nog een halfbloed op de wereld.”

Mijn zus, die al schuimbekt wanneer iemand zichzelf als blank omschrijft in plaats van wit, liep paars aan. Ze wilde opstuiven maar ik hield haar tegen door haar bij haar linkerborst te grijpen. De jongens gingen ondertussen verder over dat je moest uitkijken niet je badjas naast die van een „mulat” te hangen omdat je anders schurft kreeg.

De linkerborst zweette ondraaglijk hard. Eindelijk stonden de jongens op en verlieten ze de sauna. Terwijl de deur dichtsloeg, ademde mijn zus diep in. En toen begon ze knalhard te janken, waardoor ik ook meteen weer helemaal labiel werd en uiteindelijk zaten we samen de saunabankjes onder te snotteren. Alles leek zo uitzichtloos.

„Wat ik nog het allerergste vind”, snikte ze, „is dat zij ook stemrecht hebben en waarschijnlijk het tegenovergestelde van ons stemmen. Waardoor onze stem helemaal niets uitmaakt. Wij worden opgeheven door dit soort idioten.”

„Ze lijken me niet het type dat naar de stembus gaat”, begon ik waarop ik meteen een preek van haar kreeg dat ik zelfingenomen was en bevooroordeeld en bla.

„Het mag best wat kosten om die twee kneuzen electoraal te dwarsbomen”, zei ik dus maar.

„Desondanks voelen ze zich al vrij genoeg om dit soort gesprekken te voeren in de sauna.”

„Ze hebben zelf ook wel door dat wat ze zeiden echt niet kon. Ze controleerden of ze wel helemaal alleen waren.”

„Whatever”, zei ze ten slotte. „Het is slechts een kwestie van tijd. Weet je waar je pas echt helemaal gegarandeerd alleen bent? In het stemhok. Nou jij weer.”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz